WELKOM OP RYTHOVIAAN

friederich-der-wanderer

Welkom op RYTHOVIAAN het blog dat je veel interessante historische,culturele, maatschappelijke en wetenschappelijke onderwerpen laat zien. Rythoviaan bestaat sinds 2007 en was bedoeld als uitbreiding bij mijn lessen geschiedenis. Nu ik met pensioen ben blijft het blog bestaan maar misschien meer als naslag met soms een onverwachte draai. Ik dank al mijn oud-leerlingen voor hun vriendelijke inzet !

Veel plezier met RYTHOVIAAN.

Waarom de Belgen niet bij Nederland bleven

28

Na de Franse overheersing keerde de zoon van de stadhouder Willem V in 1813 terug naar Nederland om er het koningschap te aanvaarden. Dat was een duidelijke breuk met het verleden. Willem I werd niet, zoals zijn vader, stadhouder in alle gewesten, maar koning van een eenheidsstaat. En daarin speelde hij de politieke hoofdrol.

In 1815 werden de voormalige Oostenrijkse Nederlanden (het huidige België) met het grondgebied van de Oude Republiek verenigd om te dienen als buffer tegen het verslagen Frankrijk. Zo ontstond het Verenigd Koninkrijk, voor Europese begrippen een middelgroot land met een groot koloniaal bezit. De energieke Willem (bijnaam ‘koning-koopman’) probeerde de oude economische bloei te herstellen door in de drie delen van zijn land (het noorden, zuiden en Indië) de sterke kanten van de economie te stimuleren. Het zuiden, waar al vroeg een Industriële Revolutie had plaatsgevonden, moest zich richten op de productie van consumptiegoederen, de handelaren uit het noorden moesten die producten vervolgens de wereld over brengen en de inwoners van de koloniën konden ten slotte de kostbare tropische goederen leveren. De koning liet tussen Noord en Zuid kanalen en wegen aanleggen om het vervoer van de goederen te vergemakkelijken. Zelf trad hij ook op als investeerder. Voor de handel met Nederlands-Indië richtte hij in 1824 de Nederlandsche Handelmaatschappij op. In Indië werd het cultuurstelsel ingevoerd, dat de inlandse bevolking verplichtte, een deel van het jaar op het land te werken voor het koloniale bewind. De producten werden dan door De Nederlandsche Handelmaatschappij verkocht.

Ondanks zijn economische activiteiten, viel de koning bij de Belgen niet in de smaak. De Belgische liberalen zagen in hem een vorst die uit was op de absolute macht en niet bereid was om meer inspraak van de ontwikkelde elite te dulden. De Belgische katholieken maakten bezwaar tegen de inmenging van de protestantse koning in de opleiding van priesterstudenten. In 1830 lieten de Brusselaars zich door de aria ‘Amour sacré de la patrie’, die in hun schouwburg ten gehore werd gebracht, inspireren tot een opstand.

2692Willem I stuurde er een leger op af, maar dat mocht niet baten. België verkreeg zijn onafhankelijkheid. Niettemin hield hij het leger nog negen jaar op de been, tegen hoge kosten, wat zijn reputatie in Nederland ernstig beschadigde. In 1839 erkende hij eindelijk de Belgische onafhankelijkheid. Het jaar erop deed Willem I gedesillusioneerd afstand van de troon.

Orpheus en Eurydice

Het verhaal van Orpheus en Eurydice wordt verteld in Metamorphosen 10:1-63 van de Romeinse dichter Ovidius. Orpheus, zoon van de god Apollo was een dichter, beroemd om zijn lierspel. Met de muziek van zijn lier betoverde hij mens en dier. Zijn muziek was zo mooi dat zelfs de bomen en rotsen hem volgden op de klank. Orpheus trouwde met de mooie bosnimf Eurydice. Zij werd echter op hun huwelijksdag gebeten door een giftige slang waar ze op trapte toen ze vluchtte voor een ongewenste aanbidder. Ze stierf aan de beet. Orpheus was hierover zo diep bedroefd dat hij in de onderwereld afdaalde om de schimmen en de heerser van de onderwereld zijn droevenis te tonen en te smeken om de terugkeer van Eurydice. Met zijn muziek kreeg hij Pluto (gr.Hades) zover dat Eurydice hem terug naar de aarde mocht volgen. Voorwaarde was dat hij niet naar haar zou kijken tot ze uit de dodenwereld zouden zijn. Op het laatste ogenblik keek Orpheus toch om en Eurydice verdween nu voor altijd in het schimmenrijk. Na het verlies van zijn geliefde vrouw verachtte Orpheus de vrouwen, die zich juist erg tot hem aangetrokken voelden. Hij werd daarom aangevallen en verscheurd door de razende maenaden (1) van Ciconia in Tracia. Hoewel het verhaal zo natuurlijk triest afloopt zijn de zielen van Orpheus en Eurydice uiteindelijk toch verenigd.

corot

Jean-Baptiste Camille Corot (1796-1875): Orpheus leidt Eurydice de Onderwereld uit (1861)

De opera van Christoph Willibald von Gluck (1714-1787) Orfeo ed Eurydice (1762) Een mythe waarin de betoverende werking van muziek en poezie een hoofdrol speelt is natuurlijk een zeer inspirerend gegeven voor componisten. De halfgod Orpheus, die met zijn zang- en snarenspel mensen, dieren, planten, goden, ja zelfs stenen en gevoelloze monsters in vervoering kon brengen, is dan ook bezongen in liederen, symfonische gedichten, opera’s en andersoortige muziekdramatische werken, vanaf de prille zeventiende eeuw (Peri, Monteverdi) tot en met de twintigste (Stravinsky). Op 5 oktober 1762 vond de eerste opvoering van Orfeo ed Eurydice plaats in het Burgtheater in Wenen ter gelegenheid van de verjaardag van keizer Franz van Oostenrijk. Vanwege deze vrolijke aanleiding zag Gluck zich genoodzaakt zich te houden aan het verplichte ‘lieto fine’, de bij de Opera seria traditionele ‘happy ending’, en af te wijken van het tragische en nogal bloeddorstige einde van de Orpheus-mythe zoals die was opgetekend door Ovidius en Vergilius.

Orphee et Eurydice door Christoph Willibald Gluck. Theatre musical de Paris – Chatelet. Orchestre revolutionnaire et romantique, Orfeo : Magdalena Kozena , Eurydice : Madeline Bender , Amor : Patricia Petitbon  Monteverdi Choir. Regie Robert Wilson, Dirigent John Eliot Gardiner.

Orphée_chez_les_Thraces

Orpheus bij de Thraciers

De opera is opgebouwd uit vijf scenes De eerste scene toont direct een van de meest tragische gedeelten van het verhaal: de rouw om de dood van Eurydice. Het vrolijke bruiloftsfeest van Orfeo en Eurydice, de dramatische omslag door de boodschapper die komt vertellen over Eurydice’s plotselinge dood In de tweede scene daalt Orfeo (begeleid door lugubere, razendsnelle strijkers-tremoli) af naar de donkere grotten aan de oevers van de Styx. Dan volgt een prachtige, bijna vermakelijke scene waarin duidelijk te volgen is hoe door Orfeo’s magische muziek (herhaaldelijke, steeds indringender wordende, smekende aria’s, begeleid door zacht harpgetokkel), de Furien langzaam maar zeker overstag gaan. De derde scene begint met Orfeo en Eurydice een paradijselijke klankschildering van de eeuwigheid, het Elysium ( de onderwereld ) Echter, in de vierde scene, raakt hij haar weer kwijt. Orfeo, die de verwarring en beschuldigingen van Eurydice, die zijn ongenaakbare gedrag verkeerd uitlegt, niet langer kan verdragen, keert zich om en Eurydice sterft nogmaals. Dan klinkt Orfeo’s wonderschone hartverscheurende aria ‘Che fare senza Eurydice!’ (wat moet ik zonder Eurydice!). Wanneer hij zich daarna wanhopig van het leven wil beroven verschijnt als een Deus ex Machina Amor,de god van de liefde ,die Eurydice weer tot leven brengt. Een triomfantelijk loflied op de liefde besluit de opera. (1) http://nl.wikipedia.org/wiki/Maenaden

Cervelli Orfeo ed Euridice

Cervelli Orfeo ed Eurydice

Afrikanen handelden in slaven met de Europeanen

Slavenfort Elmina in Ghana

Over een glijbaantje tuimelden de slavinnen naar de ‘deur zonder terugkeer’. Buiten het slavenfort Elmina aan de Ghanese kust wachtte een Nederlands schip dat hen naar Amerika zou brengen. ‘Er zijn nog steeds Nederlanders die geschokt zijn als ze hier komen, die niet weten dat er slavenhandel was’, zegt Charles Adu-Arhin in zijn kantoortje waar lang geleden Nederlandse soldaten kwartier hielden.

Adu-Arhin is hoofd onderwijsprogramma’s van het museum Elmina, tegenwoordig een toeristische attractie, opgeknapt met Nederlandse hulp. Hij heeft gehoord dat Nederland graag ‘driehonderd jaar diplomatieke betrekkingen’ met Ghana wil vieren. Wat er voor de Ghanezen te vieren valt, zou hij niet weten. ‘Vieren is niet zo’n goed woord. Mijn familie is vroeger weggevoerd. Moet je dat vieren? Het lijkt me niet. Maar als de festiviteiten de geschiedenis van de slavenhandel onder de aandacht brengen, is er misschien iets voor te zeggen.’

Het laatste woord over de transatlantische slavenhandel, waarvan Elmina het symbool is, is nog lang niet gesproken. In Durban is een internationale conferentie van de Verenigde Naties in volle gang, mede over dit onderwerp. Een zeer omstreden conferentie, want er is sprake van schuld en boete, van herstelbetalingen voor het aangerichte menselijk leed en de schade.

Rond de slavenhandel zweven nog steeds talloze taboes, misvattingen, trauma’s en gevoeligheden, zegt Adu-Arhin uit ervaring. Hij en zijn collega’s zijn voorzichtig in wat ze de Ghanese kinderen die hier met hun schoolklas langskomen vertellen. Adu-Arhin: ‘We kijken uit dat we geen oude wonden openrijten. Waar al die slaven vandaan kwamen, is nog steeds een heel gevoelige kwestie. Krijgsgevangenen uit Afrikaanse oorlogen werden aan slavendrijvers verkocht; er waren koningen bij betrokken, chiefs, familieoudsten. Uit alle volkeren.

‘De Ghanezen willen niet praten over slaven. Het is een beladen woord. Als je mij een slaaf noemt, kan ik naar de rechter stappen. We moeten het heel voorzichtig te berde brengen. Voor de komst van de Europeanen was hier al slavernij, maar anders. Het waren meer bedienden, die hun vrijheid konden krijgen als ze hun werk goed deden. Er waren zelfs slaven die legercommandant waren. Sommigen trouwden met een dochter van hun baas en werden deel van de familie. Door de aanwezigheid van Europese slavenhandelaren veranderde dat. Als je slaven aan Europeanen verkocht, kon je felbegeerde goederen krijgen.’ Dat verhaal vertelt Adu-Arhin alleen in detail aan studenten, niet aan scholieren.

De Afrikaans-Amerikanen, nazaten van de verscheepte slaven, verzetten zich tegen deze lezing van de geschiedenis, zegt hij. Zij komen met bussen vol bij Elmina op zoek naar hun wortels. ‘In hun ogen kwamen de Europeanen om Afrikanen te stelen. Dat is waar, maar dat de Afrikanen volop meededen, horen ze niet graag.’

De slavernij was in Ghana ook niet verdwenen met de officiële wereldwijde afschaffing in de negentiende eeuw, zegt Adu-Arhin. Nederlanders ronselden ‘vrijgekochte’ slaven als soldaten voor het leger in Indië. In Ghana kwam er een eind aan de slavernij in het begin van de twintigste eeuw, onder het Brits koloniaal bestuur, maar in Mauritanië en Sudan bestaat nog steeds slavernij, zegt hij. In West-Afrika worden kinderen door misdaadbenden geroofd of van arme ouders gekocht en verkocht als kindsoldaten of dwangarbeiders. Dat hoort allemaal bij het verhaal over de slavenhandel, vindt Adu-Arhin.

De Nederlandse ambtenaren die de viering van driehonderd jaar diplomatieke betrekkingen voorbereiden, willen de geschiedenis van de slavenhandel niet negeren. Maar het doel is toch anders: de festiviteiten moeten bijdragen aan wederzijds respect en vriendschap. Er is meer dan de nare geschiedenis van slavenhandel. Ghana is een land met een rijke cultuur, en Nederlanders hebben ook dat al lang geleden ingezien.

In 1701 trok David van Neyendael van Elmina het binnenland in op weg naar het hof van de koning van Ashanti, de asantehene. Hij kwam als officiële gezant, als diplomaat, en bleef een jaar in de Ashanti-hoofdstad Kumasi. In die tijd hadden de Ashanti onder leiding van asantehene Osei Tutu een groot rijk gevestigd door buurvolken te onderwerpen. Van Neyendaels verblijf was het begin van hechte banden tussen Nederland en Ashanti, min of meer op voet van gelijkheid. Nederland bleef gezanten sturen en sommigeAshantiprinsen studeerden in Nederland, zoals meeslepend beschreven in Arthur Japins boek De zwarte met het blanke hart.

De komst van Van Neyendael in Kumasi is een goedgekozen moment voor de viering van diplomatieke betrekkingen, ook al arriveerden de eerste Nederlanders een eeuw eerder aan de Ghanese kust, vindt Benedict Der, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Cape Coast, niet ver van Elmina. In zijn werkkamer op de uitgestrekte universiteitscampus zegt hij: ‘Voor het eerst werd een gezant niet alleen als handelsvertegenwoordiger maar ook als ambassadeur gezien. Dat ze kinderen van belangrijke personen naar Nederland lieten komen was een diplomatiek gebaar. Natuurlijk wel in het belang van de handel. Aanvankelijk wilden de Nederlanders het delven van goud in wat nu Ghana is zelf ter hand nemen, maar dat stuitte op verzet van Afrikanen. Daarom waren politieke allianties nodig en Ashanti was de opkomende macht.’

De rol van de Nederlanders en Britten bij de slavenhandel wordt nogal overschat, meent Der, die een studie maakte van het onderwerp. Dat komt ook door de arrogantie van de Hollanders, die Elmina en de andere forten aan de kust als koloniën zagen. Rond Elmina groeide een vernederlandse gemeenschap en nog steeds zijn er in het dorp bij het fort veel Nederlandse namen te vinden van Afrikaanse families met een verre Hollandse voorvader. Veel van wat we weten uit die tijd komt uit Nederlandse bronnen, die de Nederlandse macht groter voorstelden dan die was. In werkelijkheid hadden de Europeanen buiten hun forten weinig te zeggen volgens Der. ‘Als de betrekkingen met Afrikaanse vorsten goed waren, bloeide de handel. Zo niet, dan kwam die tot stilstand.’

De visie dat de Europeanen na hun komst de Afrikaanse geschiedenis domineerden is fout, meent Der. Dat gebeurde pas aan het eind van de negentiende eeuw, toen de Nederlanders vertrokken en de Britten overgingen tot de daadwerkelijke onderwerping van wat toen de Goudkust heette. ‘Het Ashanti-rijk ontstond in de eerste plaats uit een onafhankelijkheidsoorlog tegen het Denkyira-rijk. In de tweede plaats wilde Osei Tutu zonder tussenkomst van anderen met de Nederlanders aan de kust kunnen handelen. Die handel bestond ook niet alleen maar uit slaven. Tot ver in de achttiende eeuw was goud heel belangrijk.’

De transatlantische slavenhandel was een grootschalige mensenroof, maar het beeld van Europeanen die West-Afrika afstroopten, klopt niet, meent Der. Het was eerder een samenloop van omstandigheden. ‘De Afrikanen waren de leveranciers van slaven en dat gegeven heeft tot veel discussie geleid over de morele kant van de zaak. In die tijd werden er juist veel grote oorlogen uitgevochten. Die hadden politieke oorzaken, het was niet het doel om krijgsgevangenen te maken om als slaven te verkopen.’ Maar plotseling was er een nieuwe markt voor de slaven in de Europese forten aan de kust. ‘Met de verkoop konden de oorlogen weer worden betaald.’

Tijdens zijn onderzoek naar de slavenhandel ontdekte Der nog iets: ‘Veel historici beschrijven de slavenhandel als iets dat alleen in het zuiden voorkwam. Maar al in de achttiende eeuw had het zich ver naar het noorden uitgebreid. Tot in Niger waren benden slavenjagers actief. Nog aan het eind van de negentiende eeuw wemelde het in het noorden van Ghana van die benden.

‘De meeste slaven werden opgenomen in de Ashanti-economie. Gewone boerenfamilies hadden een stuk of tien slaven om het land te bewerken, chiefs hadden er vaak wel honderd, die werkten op plantages met cola-noten, mais en yam, of in de goudmijnen. Ze waren de lastdragers in het leger of huisbedienden. De slavenhandel in het noorden ging nog lang door na het einde van de transatlantische slavenhandel en zelfs na het verbod op huisslavernij in 1874. Pas in de jaren twintig was het echt voorbij met de slavernij in Ghana.’

In Kumasi is niets meer over van het oude paleis waar Van Neyendael zijn opwachting maakte. De Britten verwoestten het in 1874. Nu woont de koning in een paleis op een heuvel aan de rand van de stad. Hij is een jonge koning, die vorig jaar werd gekozen . Hij koos de naam van de beroemde stichter van het Ashanti-rijk uit Van Neyendaels tijd: Osei Tutu II.

De ‘oppertaalkundige’ aan het hof, die namens de koning spreekt, is niet in het paleis, ook niet in het nabijgelegen traditionele gerechtshof. Hij is ziek, zegt een medewerker van de voorlichtingsdienst van de asantehene. Hij stuurt een bode mee naar de woning van Nana Danso. De bode kan meteen tolken, want de oude edelman (hij is 83) spreekt weinig Engels.

Nana Danso wil graag vertellen, zegt hij in zijn ontvangstkamer, al voelt hij zich vandaag zwak en heeft hij moeite uit te komen boven het doordringende gezang van een religieuze sekte die om de hoek een bijeenkomst houdt. Want het is goed dat Nederland de diplomatieke betrekkingen wil vieren. Het is een eer dat mogelijk de prins van Oranje bij de asantehene op bezoek zal komen. De Britse prins Charles is al geweest.

In de tijd van de eerste Otumfuo (‘zijne majesteit’) Osei Tutu kwamen de Nederlanders ‘vooral om te handelen’. ‘Goud tegen stoffen en uw mensen brachten ook bouwmaterialen. Uit de handel groeide vriendschap. Uw mensen woonden in Elmina en moesten hiernaar toe komen lopen. Dat konden ze niet, ze lieten zich dragen, daar betaalden ze Afrikanen voor. Eerst kwamen ze om ons te bespioneren, om te kijken of ze zich hier ook konden vestigen. Ze zagen dat ze beter in Elmina konden blijven. Daarom bleven de verhoudingen goed.’

De handel in slaven was een treurige kant van de samenwerking, zegt de oude edelman. ‘Het was nooit de bedoeling van de Ashanti om in slaven te handelen met de blanken. Er heeft ook nooit een handelsakkoord bestaan waarin wij toezeggen slaven te verkopen. Maar uw mensen drongen er sterk op aan. Sommige Ashanti-vorsten waren er zeer tegen. Andere lieten zich verleiden of werden door uw mensen gedwongen. Die kwamen hier naartoe om de slaven uit te zoeken. Ach, in die tijd waren we niet wijs.

 

Mr Lee geeft cursus

Met ingang van 3 februari komend jaar ga ik een zesdelige cursus ” Lopen door de tijd 1900 -1939″ geven voor geinteresseerden.

De zesdelige cursus gaat over de tijd vanaf de Eerste Wereldoorlog tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Een roerige tijd die de hele twintigste eeuw heeft bepaald. Een aanrader voor de liefhebers en de mensen die het verleden willen begrijpen.

Informatie :

https://geschiedenisvooriedereen.wordpress.com/2019/10/15/cursus-bij-de-openbare-bibliotheek-te-tilburg/

Geschiedenis als Belgicistisch instrument

De vaderlandse geschiedenis, zoals die op onze scholen wordt onderwezen, staat vol  verdraaiingen en opzettelijke weglatingen. Ook het beeld dat van onze noorderburen werd geschilderd door de Belgische historici daarin gesteund door de katholieke overheid, is steeds negatief geweest en zelfs een van afkeer. Hier zal aangetoond worden dat die ‘Hollanders’ voor een groot gedeelte afkomstig zijn uit onze kontreien.


1585 was een cruciaal punt in onze geschiedenis: de onzalige scheiding tussen Noord- en Zuid-Nederland werd toen bezegeld. In die tijd waren de verhoudingen tussen Noord en Zuid totaal anders. Brabant en Vlaanderen staken industrieel en cultureel torenhoog uit boven de andere provinciën. Ook qua bevolkingsaantal was de verhouding verschillend. De bevolkingsdichtheid was veel groter in het zuiden. Trouwens, de grondoppervlakte wegens de aanwezigheid van waterzieke gronden was kleiner in het noorden.

Mistoestanden in de kerk hadden aanleiding gegeven tot het verspreiden van de geschriften van Luther en later van Calvijn. Vooral in de Westhoek met Hondschoote, Armentières, Valencijn en Ieper was een lompenproletariaat ontstaan. Dit als gevolg van de crisis in de lakennijverheid en eveneens door het niet behoren tot de gildenstructuur zoals die bestond in steden zoals Brugge en Gent. Dit lompenproletariaat was zeer gevoelig voor oproerkraaiers.

Vanuit Hondschoote breidde de beeldenstorm zich uit over de lage landen – 1566. In Spanje was men met verstomming geslagen. Philips II stuurt zijn meest  hardvochtige krijgsman om de puntjes op de i te zetten.

Philips II

Philips II van Habsburg: de Spaanse koning die de hardvochtige Hertog van Alva naar de Nederlanden stuurde om er de puntjes op de i te zetten

Tallozen worden tot de brandstapel verwezen. Egmont en Hoorn worden onthoofd. De opstandige bevolking vlucht alle kanten uit. Nog later, na de val van Antwerpen in 1585, wordt de vlucht nog algemener. Brugge verloor ongeveer de helft van zijn inwoners. Mechelen ging van 30000 zielen in het jaar 1550 naar 11000 in 1590. Antwerpen met zijn 100.000 inwoners voor 1585 zakte naar 55000 inwoners erna. Waar ging die vlucht naar toe en hoe verliep ze?

Vanuit de zeeprovinciën Vlaanderen, Zeeland, Holland en Friesland was de vluchtrichting vooral het nabijgelegen Engeland, waarmee om handelsredenen – zie de wolhandel – al nauwe betrekkingen werden onderhouden. Vanuit Brabant en de andere provinciën was de vluchtrichting meestal Duitsland.

In Londen kreeg bij koninklijk charter de Nederduytsche ghemeynte te Londen beschikking over de nog steeds bestaande kerk Auston Friars, momenteel voor Nederlands- en Afrikaanssprekenden. De inwijkelingen waren gegeerd omdat zij technisch onderlegd waren in de voor die tijd zeer moderne textielsoorten zoals draperie, sajet, baai en saai. Zij werden strangers genoemd en overtroffen in heel wat steden soms in aantal de autochtone bevolking.

De meest gegeerde bestemmingen waren Sandwich, Nordwich, Canterbury en Ipswich. Sandwich ligt even buiten Ramsgate, nog steeds kan men daar The Dutch House vinden.

Dutch House

Het Old Dutch House aan King Street in Sandwich

In de nabijheid van Ipswich ligt het dorpje Lavenham waar aan toeristen nog steeds met trots “the Flemish weavershouses” getoond worden. In Norwich had de ingeweken calvinistische gemeente een eigen college, dat “de Politycke Mannen” werd genoemd. Dit college regelde de “gemeyne zaecken der Duytsche Kercke”
Dit college was samengesteld uit 8 Vlamingen en 4 Walen. Er waren heel wat Walen gevlucht uit Waals-vlaanderen, Artesië en Henegouwen. De Engelsen noemden dit college “the eight and four”.

Stilaan sloeg de sfeer van verwelkoming om in een sfeer van afgunst om de welstand van de ijverige inwijkelingen. Er werden pamfletten aan de kerkdeuren van de Vlaamse gemeenten gehangen met als tekst: “2336 prentices and journeymen” stonden klaar om “Flemings and strangers” af te maken.

Naar de Duitse Landen

Rathaus Emden

Het Rathaus van Emden, aan de Delft

Tijdens het ancien régime was Duitsland een lappendeken van vorstendommen en ministaatjes. Uiteraard vertrokken de Nederlandse vluchtelingen vooral naar streken waar een protestantse  vorst aan het hoofd stond. Het grootste gedeelte van deze vluchtelingen waren Brabanders, voornamelijk Antwerpse  kooplieden.

De steden waarnaar gevlucht werd waren Luthers van confessie, wat moeilijkheden gaf met de calvinistische overtuiging van de vluchtelingen. In Hamburg stichtten de Nederlanders daarom een gemeente in het plaatsje Altona,  aan de Elbe, waar zich nu de beruchte Reeperbahn bevindt.

De Oostfriese stad Emden was ook een geliefd toevluchtsoord. Het raadshuis van Emden  werd gebouwd door Antwerpenaar Laurens van Steenwinkel.

Het stadhuis van Antwerpen

Het stadhuis van de (eigenlijk nog steeds) Brabantse stad Antwerpen

 Het is dan ook een getrouwe kopie van het stadhuis van Antwerpen.  Naar Duisburg vluchtte Mercator, waar hij ook overleed.

Keulen was de toevlucht van Van Wesenbeke evenals van Jan Rubens, vader Pieter Paul. Joost van den Vondel werd in Keulen geboren uit Antwerpse ouders.

Frankfurt am Main

Na de val van Antwerpen verplaatste zich een groot gedeelte van het reusachtige beurs- en handelsverkeer niet alleen naar Amsterdam maar ook naar Frankfurt. Daardoor werd deze stad de eerste Duitse geld- en beursplaats. Een groot gedeelte van de vluchtelingen kwam uit Antwerpen. Men heeft nagegaan dat van de 110 grootste belastingbetalers in Frankfurt er 76 uit Zuid-Nederland kwamen. Dus meer dan de helft.

Het ligt voor de hand dat de rijkdom en economische macht van de vreemdelingen tot veel naijver leidde. De stedelijke overheid nam maatregelen: alleen vreemden met een vermogen mochten een beroep uitoefenen. In 1561 eiste de Lutherse geestelijkheid dat de calvinistische vreemdelingen zich aan de Lutherse confessie zouden onderwerpen, en zo niet dat zij de stad zouden verlaten. Na onderhandelingen met Frederik III , vorst van de Palts en calvinist, werd hun toegestaan zich te vestigen in de verlaten abdij van Gross-Frankenthal.

Als het verzet tegen vreemden toenam vertrokken er steeds meer naar Frankental – Vrankendale – waar een calvinistische gemeente werd opgericht. Frankental werd zo groot dat er een kanaal naar de Rijn moest worden aangelegd. De bevolking bestond uit lakenmakers, zijdewevers en vooral tapijtwevers.

Er werd zelfs een eigen schilderschool opgericht. In 1689 werd Frankental grondig verwoest door Franse troepen.

De vluchtelingenstroom naar de bevrijde provincies


Bij de komst van Alva en als gevolg van zijn wrede optreden tegen hen die het gezag van Spaanse koning afwezen werd gevlucht naar Engeland en Duitsland. Frankrijk was uitgesloten, want daar was een katholieke koning aan het bewind. Men vluchtte ook niet naar de noordelijke provinciën van de Nederlanden, want ook daar was het Spaanse leger actief. Maar later als door gebrek aan geld voor de huurlingsoldaten, en nog later als de opmars van Farnese na de val van Antwerpen bleek te stoppen, kwamen de meeste
vluchtelingen terug naar de bevrijde gebieden in het Noorden, omdat daar hun eigen taal gesproken werd en omdat gebruiken en gewoonten meer aanleunden bij de hunne.

De steden van het noorden hadden behoefte aan de meer bekwame vaklui uit het zuiden. Vooral wevers waren zeer gevraagd.

De noordelijke Nederlanden op weg naar hun onafhankelijkheid misten een
gedegen handelskennis, ondernemingsdurf en kapitaal. Deze tekorten werden  voor een belangrijk deel aangevuld door de landgenoten uit het Zuiden.

Amsterdam – Nieuw Antwerpen

In 1566 telde Antwerpen 100.000 inwoners en Amsterdam slechts 30.000. Iets meer dan twintig jaar later was het inwonertal van Antwerpen gezakt naar 45.000. En dat van Amsterdam was gestegen in 1622 naar 104.000. In hetzelfde jaar was een derde van alle inwoners afkomstig uit het zuiden.

Textielstad Leiden

Het Spaanse beleg van 1573-1579 had in Leiden een enorme schade aangericht. Voor de heropbouw en heropleving werden in 1577 Vlaamse textielwerkers uit Engeland aangetrokken. Die uit Brugge waren bekend om hun fusteindproductie, uit Rijsel de cangeantenproductie en uit Duffel de vervaardigers van dekens. In 1582 kwam uit Hondschoote de saai-industrie en die van de nieuwe draperie. Dit stadje was grondig geplunderd en vernietigd. De overstap van de zware wol naar linnen en katoen werd door de komst van deze vakbekwame werkers mogelijk gemaakt. De productie steeg van 1000 stuks in 1582 naar 150.000 stuks in 1661.

Ook hier steeg het inwoneraantal in enkele jaren van 12.000 naar 70.000.
Naar Leiden kwamen ook, Plantin (Plantijn) als drukker, Dodoens en Lipsius als universiteits- medewerkers. De Leidse firma Elsevier kwam oorspronkelijk uit Leuven waar men gevestigd was in een pand met als uithangbord “’t Helse Vier”, vandaar de naam.

Bierstad Haarlem

Tussen Antwerpen en Haarlem bestonden reeds lang relaties.

Christoffel Plantijn

De wereldberoemde boekdrukker Christoffel Plantijn

Bier werd uit Haarlem aangevoerd per schip. In 1573 werd Haarlem door de Spaanse legers veroverd en geplunderd. Na de val van Menen in 1578 kwam van daaruit een grootscheepse volksverhuizing stand. Voor die datum draaiden in Menen nog 700 weefgetouwen. In 1597 waren er slechts 53 overgebleven. Ook inwoners van Kortrijk en Kamerijk brachten door hun deskundigheid de textiel nijverheid in Haarlem op een hoger niveau. Van de ongeveer 14.000 inwoners in 1570 steeg de bevolking naar 39.000 in 1622. Meer dan de helft van de leden van de Nederlands Hervormde Kerk was afkomstig uit Brabant of Vlaanderen.

Zeeland

In Zeeland begon de opstand der Watergeuzen. Zij veroverden in 1572 de haven van Vlissingen. In deze stad kwam in 1584 de eerste Waalse kerkgemeente tot stand met vluchtelingen uit Doornik. Ook Middelburg werd ingenomen. Na de val van Antwerpen ontwikkelde Middelburg zich tot een belangrijke handelsstad. Zij had na die val schepen naar Antwerpen gestuurd om vluchtelingen op te halen. Haar inwoneraantal verdrievoudigde.

Veere, stapelplaats van Schotse wol, trok oorspronkelijk mensen uit Mechelen aan maar later vooral uit Oostende. Ook Zierikzee, Goes ontvingen veel vluchtelingen.

Deelname van Brabanders en Vlamingen aan de V.O.C.

De Vereenigde Oostindische Compagnie  was de eerste naamloze vennootschap en de grootste multinational van de 17e eeuw. Ze startte met een kapitaal van 1.500.000 gulden. Daarvan was de Zuid-Nederlandse inbreng 926.460 gulden.

Heel wat van de bewindvoerders en gouverneurs van de VOC waren Zuid-Nederlanders. Jacob Lemaire, zoon van een Antwerpenaar, ontdekte de straat Lemaire.

Brabanders zorgden door hun superioriteitsgevoel in Amsterdam voor controverses. Vlamingen, die in groter aantal neergestreken waren in Leiden en Haarlem, waren meer bescheiden dan de Antwerpenaars.
Bredero laat de Spaanse Brabander Jerolimo over het taalgebruik van de Hollanders het volgende zeggen:

 Een ding jammert mij, dat gij zo bot Hollants sprect. O, de brabantsche taal die is heerlijck modest en vol perfeccy, so vriendelijke, so galjart en so vol correccy, want die ons verstaat, verstaat alle talen.

De bijbel: de wortel van het Nederlands

Net zoals de bijbelvertaling van Maarten Luther van bijzonder belang is geweest voor de ontwikkeling van de Duitse taal, is ook de Statenbijbel van onschatbare betekenis geweest voor de eenheid van de Nederlandse standaardtaal.

Bij de vertaling uit het Grieks en Hebreeuws werd er gestreefd naar een in alle Nederlandse gewesten verstaanbare taal. Vier jaar voor zijn dood werd de vertaling toegewezen aan Marnix van Sint Aldegonde. Hij kon alleen het eerste boek Genesis voltooien. De Dordtse synode benoemde een team van bekwame vertalers.

Heel wat vooraanstaande Vlaamse en Brabantse geleerden hebben aan deze onderneming deelgenomen.

Bibliografie – gelezen boeken:

– De val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders – Gustaaf Asaert

– Eenheid en Scheiding – Prof. dr. L.J. Rogier

– Tussen vrijheidsstrijd en burgeroorlog – J.J. Woltjer

– Noord- en Zuid – Prof. dr. P. Geyl

 

Geschreven door Hugo Coucke: hugo.coucke@telenet.be

P.C. Paardekooper: “Er zijn geen Belgen!”


Maar wel Limburgers, Brabanders en… Nederlanders

Door prof. dr P.C. Paardekooper

 

Vlaanderen

België verzuurt op zijn manier het leven van onze arme kinderen. Het verstoort de heerlijke regelmaat van Italië waar Italianen Italiaans spreken en Zweden waar Zweden Zweeds praten want in België wonen geen Belgen die Belgisch als hun taal hebben. De Belgische taal bestaat niet en Belgen zijn er evenmin. Helemaal niet!

Mag ik met dat Belgisch beginnen? U glimlacht omdat u als verstandig mens wel beter weet. Natuurlijk bestaat er geen Belgische taal: de Vlamingen spreken Vlaams en de Walen Frans. Werkelijk? Ik dacht dat de Walen Waals en Pikardisch spraken. Vergis ik me? Nee, natuurlijk: Waals en Pikardisch zijn dialekten van het Frans. Maar de beschaafde Walen spreken naast dat dialekt ook Algemeen Beschaafd Frans. Goed, zover ben ik het met u eens. Maar dan worden er in Vlaanderen ook Vlaamse, Brabantse en Limburgse dialekten gesproken en daarboven het Algemeen Beschaafd Nederlands. Nee? Hóórt u dat nooit in Vlaanderen? Wat dan wel? Algemeen Beschaafd Vlaams?
En vertaalt u dan jullie ’s in dat Vlaams? Gij? Weet u het zeker? Is het geen gai of gèè? O nee, dat zijn dialektvormen. Vlaamse zeker? Maar waarom komen ze dan ook in het grootste deel van Noord-Brábant voor?

En weet u heel zeker dat geen enkele Vlaming in z’n dialekt jullie vertaalt met dzjieles of met geer of met hider? Nee, natuurlijk, dialektkunde is uw vak niet, al vindt u het een interessante wetenschap. Zo heel zuiver staan de taaltoestanden in België u toch niet voor de geest. U bent beter van Kanada op de hoogte, want u weet dat sommigen bovendien een mondje Frans kennen. Waarom is overigens de Kanadese rok zo veel nader als het Belgische hemd?

Maar goed. Hoe zit het nou eigenlijk met die dialekten in Vlaanderen? Nou, dat is heel eenvoudig. Ik zou zeggen: bijna net als in Nederland. Een Groninger verstaat geen Maastrichts en omgekeerd. Zo verstaat een Bruggeling ook geen Hasselts en omgekeerd. Een Leuvenaar snapt niets van Gents en omgekeerd. Dat is nogal wiedes. Brugs is Westvlaams, Gents is Oostvlaams, Hasselts is West-Limburgs en Leuvens is Brabants. Ja zeker, Brabants. Leuven is zelfs de stad waar de hertogen van Brabant oorspronkelijk gezeteld hebben. En om nu weer over dialekten te spreken: bijna heel Brabant zegt gij of iets dergelijks voor het enkelvoud jij en gelliegulliegale enz. voor ‘jullie’; dzjieles en geer zijn allebei Limburgse woorden voor ‘jullie’ en hider is de Westvlaamse vertaling daarvan. Nou snapt u dus wel waarom de dialektsprekers in Vlaanderen elkaar vaak zo slecht verstaan. Nou begrijpt u ook nog wat anders, nl. waarom wij de Nederlandse provincie beoosten Zeeland Nóórd-Brabant noemen. Waar is Zuid-Brabant dan? Natuurlijk in België. Daar ligt ook Midden-Brabant oftewel de provincie Antwerpen. Bewesten Brabant liggen Zeeland én Oost- en West-Vlaanderen, beoosten Brabant vindt u West- en Oost-Limburg of Belgisch en Nederlands Limburg.
Nou heb ik nog twee brokken Vlaanderen vergeten: Zeeuws-Vlaanderen dat in Nederland ligt en Zuid-Vlaanderen, de streek tussen Duinkerke en de Somme in Frankrijk.

Bekijk de zaak nou ’s van de andere kant als u wilt. Ziet u in de geest in het westen die grote provincie Vlaanderen? Daar lopen twee staatsgrenzen door: de Nederlands-Belgische en de Belgisch-Franse. Ziet u dat enorme brok Brabant daar in het midden? Daar loopt één staatsgrens door: de Nederlands-Belgische, net als door Limburg. Nederland heeft dus geen 11 provincies zoals de schooljuffrouw u geleerd heeft, maar 16. Dat is heel prettig: Nederland is groter als u dacht. Stop: ik ben aan het annekseren. Dat gaat zo maar niet. Ik mag de betrekkingen met onze buurstaat niet in gevaar brengen. Ik moet voorzichtig zijn. Luister: Nederland kán België niet meer annekseren want België ‘is Nederland. Snapt u het niet? Het is toch heel eenvoudig. Wat is Nederlandse Leeuw in het Latijn? Juist: leo belgicus oftewel… Belgische Leeuw. Belgica is de Latijnse naam voor Nederland, dus betekent België eigenlijk niets anders als… ‘Nederland’. Er zijn dus twee Nederlanden: Nederland en België. Tussen haakjes: over leeuwen gesproken. U hebt natuurlijk al begrepen dat de Vlaamse leeuw niets als een vermomming is van de Nederlandse, een variant zoals de Zeeuwse of de Zuidhollandse. Hebt u diezelfde Nederlandse Leeuw wel ’s in het wapen gezien van Hazebroek, dat stadje in Zuid-Vlaanderen, in Frankrijk dus?

Leo Belgicus: waarheidsgetrouw zinnebeeld van de verenigde Nederlanden
Leo Belgicus: de Nederlanden herenigd én fier

België is dus in werkelijkheid ‘Zuid-Nederland’. Noord en Zuid werden bij de Vrede van Munster – dus na de 80-jarige oorlog – gewelddadig verscheurd in twee brokken langs een toevallige militaire grens, een frontlinie. Wij zijn dus net zo’n geval als Korea dat ook langs zo’n toevallige frontlinie bij wijze van vredeskompromis in tweeën gescheurd werd. Of als u een voorbeeld dichter bij huis wilt hebben: wij zijn net zoiets als voormalig Oost- en West-Duitsland. Noem Oost-Duitsland bv. Germanië en West-Duitsland Duitsland, dan begrijpt u wat ik bedoel. Alleen tussen 1815 en 1830 is Nederland tijdelijk verenigd geweest daarna viel het helaas weer in twee brokken uit elkaar. In de Benelux probeerde men dat weer voorzichtig aan elkaar te lijmen.

Konklusie? België, dat zijn wijzelf, u en ik.
Nou dat zo is, moeten we nodig wat meer over dat België praten, want zelfkennis is heel nuttig voor karaktervorming.

Het wapenschild van Hazebroek / Hazebrouck
Het wapenschild van het Frans-Vlaamse dorp Hazebroek / Hazebrouck

*

U weet nou dat ons land vanouds 16 Nederlandstalige provincies omvatte en een Franstalig deel, grof gezegd Wallonië, waarvan de omvang in de loop van de eeuwen nogal ’s veranderd is. De Nederlandse taalgrens loopt in het zuiden heel wat mooier als de Nederlandse staatsgrens: nl. vrij recht van Duinkerke in Frankrijk naar Wezet (Visé) in België. Als u een beetje fantasie hebt kunt u zich makkelijk voorstellen dat Hazebroek, Ronse, Brussel, Leuven, Landen en ‘s-Gravenvoeren allemaal even boven die taalgrens liggen. In dat hele gebied van 17 miljoen mensen (anno 2002 zijn dit er natuurlijk veel meer – MRB) wordt dus Nederlands gesproken: ABN en dialekten. Dit Nederlandse taakgebied hoort bij de middelgrote van Europa en is bv. groter als alle Skandinavische taalgebieden bij elkaar. Het neemt vlug in betekenis toe doordat de bevolking zich snel uitbreidt en doordat de positie van het ABN er met de dag steviger wordt, vooral in Vlaanderen.

Sommige ouderwetse mensen noemen het ABN Hollands, maar dat is eigenlijk verkeerd. Het is wel in Amsterdam en Den Haag – dus binnen Holland – ontstaan, maar de ingrediënten waren Brabants, Hollands en Westvlaams dialekt. Dat gebeurde in de 17de eeuw en sindsdien heeft het ABN zich geleidelijk over de andere Nederlandse provincies verbreid. Tenminste… over de provincies binnen Nederland, want het was nogal lastig om de sprong over de staatsgrens te nemen en Vlaanderen binnen te dringen. Tussen 1815 en 1830 ging dat nog het makkelijkst want toen hadden we het Verenigd Koninkrijk zoals u weet. Maar toen dat uiteengevallen was – met welwillende medewerking van Franse troepen overigens – werd Nederland in België beschouwd als staatsvijand nummer 1, vooral door de Walen, die de gelegenheid met twee handen aangrepen om opnieuw het Nederlands te verdrukken en in Vlaanderen de bezettende macht te spelen met behulp van een vijfde kolonne: de Franskiljons. Dat alles onder de vriendelijk aanmoedigende blik van Frankrijk dat niets liever wou als de totale verfransing van ‘alle Nederlandstaligen. Zoals z’n latere kollega Hitler heeft ook de heer Napoleon maar zelden last gehad van aanvallen van verdraagzaamheid. Hij had ook energieke pogingen gedaan tijdens de Franse bezetting om het Nederlands uit te roeien. Tijdens de Duitse bezetting hebben we de Nazi-mentaliteit aan den lijve gevoeld: er is maar één volk – het Duitse – en maar één taal en kultuur: de Duitse. Met Duitsland voor een verenigd Europa. In de Napoleontische tijd was het: er is maar één volk – het Franse – en maar één taal, één kultuur: de Franse. Met Frankrijk voor een verenigd Europa.

Nou was de Franse militáíre grootheidswaan met Napoleon wel gestorven, maar de kulturele is blijven bestaan: veel Franstaligen menen dat buiten het Franse taalgebied het barbarendom begint, en dat zij dat als ijverige missionarissen de ware – dat is de Franse – kultuur moeten gaan bijbrengen. Vlaanderen leek een missiegebied waar veel zieltjes te winnen vielen, want er was geen kultuurtaal om weerstand te bieden, er waren enkel dialekten. Bovendien was er een heel dun laagje zg. “hogere standen” er al verfranst sinds de Napoleontische tijd: de Franskiljons. De Nederlandse kultuur, die in de middeleeuwen z’n brandpunt had in Vlaanderen was daar sinds de 17de eeuw langzamerhand weggekwijnd onder de druk van vreemde bezetters. Er werd vrijwel geen boek en geen krant in het Nederlands gedrukt; er was vrijwel geen Nederlands onderwijs. Hulp uit Nederland ontbrak.

Toch ontstond er verzet tegen de Franse kulturele bezetting na 1830: de Vlaamse Beweging begon z’n werking; eigenlijk had die beter Nederlandse Beweging kunnen; u begrijpt nu wel waarom.

Prof. dr P.C. Paardekooper, 1962.

9-11 Achttien jaar geleden

Elf jaar eerder bezocht ik het World Trade Center in New York. Ik kon niet weten welk drama zich zou voltrekken op 11 september 2001.

Hier de folder die ik bij het bezoek kreeg.

Einde van de geschiedenis in 2029 ?

Nog maar 10 jaar en dan is het zover. Dan zal de 340 meter lange asteroide 99942 Apophis, de ‘god van chaos’ , dichterbij komen dan de satellieten die in een geostationaire baan om de Aarde draaien. Een klein rekenfoutje of andere onvoorziene omstandigheid, en de 40.000 kilometer per uur vliegende asteroïde kan op onze planeet inslaan, wat ‘verwoestend voor al het leven’ zal zijn.

Op 3 april 2029 zal de ‘god van chaos’ (of ‘verwoesting’, genoemd naar de gelijknamige Egyptische afgod) de aardbol op ongeveer 30.000 kilometer afstand passeren. De meeste communicatie- en weersatellieten staan op een afstand van ongeveer 35.786 kilometer. Het enorme rotsblok is dan ook ingedeeld in de categorie ‘Potentieel Gevaarlijke Asteroïdes’ (PHA).

De NASA wetenschappers waarschuwen dat de baan van de asteroïde de komende jaren kan veranderen, waardoor een inslag niet geheel ondenkbaar is. Gebeurt dat niet, dan zal Apophis ‘buitengewoon helder’ aan de hemel verschijnen als hij de Aarde passeert. Dat gaat zo snel dat de breedte van de maan in slechts één minuut wordt overbrugd.

Sommige wetenschappers denken dat het zo’n vaart niet zal lopen, en schatten de kans op een ongekende wereldramp in op slechts 1 op de 100.000. De NASA ziet de komst van Apophis in ieder geval als ‘een unieke mogelijkheid voor de wetenschap , onder andere om te leren hoe andere gevaarlijke asteroïden in de toekomst onschadelijk zouden kunnen worden gemaakt.

Nog maar 10 jaar en dan is het zover. Dan zal de 340 meter lange asteroïde 99942 Apophis, de ‘god van chaos’ , dichterbij komen dan de satellieten die in een geostationaire baan om de Aarde draaien. Een klein rekenfoutje of andere onvoorziene omstandigheid, en de 40.000 kilometer per uur vliegende asteroïde kan op onze planeet inslaan, wat ‘verwoestend voor al het leven’ zal zijn.

Op 3 april 2029 zal de ‘god van chaos’ (of ‘verwoesting’, genoemd naar de gelijknamige Egyptische god) de aardbol op ongeveer 30.000 kilometer afstand passeren. De meeste communicatie- en weersatellieten staan op een afstand van ongeveer 35.786 kilometer. Het enorme rotsblok is dan ook ingedeeld in de categorie ‘Potentieel Gevaarlijke Asteroïdes’ (PHA).

NASA wetenschappers waarschuwen dat de baan van de asteroïde de komende jaren kan veranderen, waardoor een inslag niet geheel ondenkbaar is. Gebeurt dat niet, dan zal Apophis ‘buitengewoon helder’ aan de hemel verschijnen als hij de Aarde passeert. Dat gaat zo snel dat de breedte van de maan in slechts één minuut wordt overbrugd.

Sommige wetenschappers denken dat het zo’n vaart niet zal lopen, en schatten de kans op een ongekende wereldramp in op slechts 1 op de 100.000. De NASA ziet de komst van Apophis in ieder geval als ‘een unieke mogelijkheid voor de wetenschap’, onder andere om te leren hoe andere gevaarlijke asteroïden in de toekomst onschadelijk zouden kunnen worden gemaakt.

Boven Atlantische Oceaan en VS dichtste bij de Aarde
Astronoom Davide Farnocchia verklaarde dat ‘deze close encounter met de Aarde de baan van Apophis zal veranderen. Onze modellen laten tevens zien dat de wijze waarop deze asteroïde ronddraait kan veranderen, en er mogelijk veranderingen op het oppervlak zijn, zoals kleine lawines.’

Apophis zal vermoedelijk het eerst zichtbaar zijn op het zuidelijk halfrond, beginnend aan de oostkust van Australië en van daar verder gaand naar het westen, via de Indische Oceaan richting Noord Amerika. Daarbij komt de asteroïde boven de Atlantische Oceaan en in de avond boven de VS het dichtste bij de Aarde. De passage over de Atlantische Oceaan duurt ongeveer een uur, waarna de ‘god van chaos’ weer de ruimte in verdwijnt.

‘Herkansing’ in 2036
Mits er inderdaad niets onverwachts gebeurt, natuurlijk. En anders volgt er mogelijk nog een ‘herkansing’, want als de baan van Apophis inderdaad volgens de berekeningen verandert, dan kan het stuk ruimtepuin in 2036 wel eens recht op de Aarde afvliegen. Bij een eventuele inslag op het land zal alles binnen een straal van 250 kilometer in één klap totaal worden vernietigd.

Komt de asteroïde in zee terecht, dan ontstaat een verwoestende tsunami van 100 meter hoog…..

Astronoom Davide Farnocchia verklaarde dat ‘deze close encounter met de Aarde de baan van Apophis zal veranderen. Onze modellen laten tevens zien dat de wijze waarop deze asteroïde ronddraait kan veranderen, en er mogelijk veranderingen op het oppervlak zijn, zoals kleine lawines.’

Apophis zal vermoedelijk het eerst zichtbaar zijn op het zuidelijk halfrond, beginnend aan de oostkust van Australië en van daar verder gaand naar het westen, via de Indische Oceaan richting Noord Amerika. Daarbij komt de asteroïde boven de Atlantische Oceaan en in de avond boven de VS het dichtste bij de Aarde. De passage over de Atlantische Oceaan duurt ongeveer een uur, waarna de ‘god van chaos’ weer de ruimte in verdwijnt.

Mits er inderdaad niets onverwachts gebeurt, natuurlijk. En anders volgt er mogelijk nog een ‘herkansing’, want als de baan van Apophis inderdaad volgens de berekeningen verandert, dan kan het stuk ruimtepuin in 2036 wel eens recht op de Aarde afvliegen. Bij een eventuele inslag op het land zal alles binnen een straal van 250 kilometer in één klap totaal worden vernietigd.

Komt de asteroïde in zee terecht, dan ontstaat een verwoestende tsunami van 100 meter hoog…..

De Verlichting of de Eeuw van de Rede 1650 – 1789

De Verlichting of de Eeuw van de Rede (van omstreeks 1650 tot de Franse Revolutie) is de reactie op het absolutisme die als filosofische beweging het denken, de wetenschap , de economie , de politiek , de cultuur, de opvoeding en de religie in de Westerse wereld wijzigde.De Verlichting wordt gezien als een van de pijlers van de Westerse beschaving die de doorslag gaf in de wording van de moderne wereld. Het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten vinden er hun wortels, net zoals het socialisme en het liberalisme .

De Verlichting kent een kritische en een constructieve zijde. De kritische zijde neemt het geloof en onredelijkheid op de korrel. De constructieve kant zoekt kennis (wetenschap) en nieuwe samenlevingsvormen met als idealen rechtvaardigheid en democratie. Het tegenovergestelde van de Verlichting is het obscurantisme. 17e-eeuwers en de 18e-eeuwers beschouwden hun tijd als verlicht, een tijd waarin zij het duistere verleden achter zich laten.

Verlichte burgers interesseren zich voor de wetenschap

We leven in een nieuw appeasement tijdperk en dat is gevaarlijk

foto : September 1938 Chamberlain zwaait met het door Hitler getekende papier. “Peace in our time”, sprak hij. Een jaar later begon de oorlog. Aan totalitaire systemen geef je nooit toe !

Appeasement , het toegeven aan dictators en totalitaire ideologie is weer een groot gevaar betoogt Jan Gajentaan in deze column

Appeasement is het gevaar van onze tijd

Ik denk helaas dat hij gelijk krijgt. Deze tijd kent helaas geen Churchill . We sluiten liever de ogen voor de gevaren die op ons afkomen.