1667 De Aanval op Chatham

Advertenties

Obama en de Acte van Verlaetinghe

rijksmuseum%20obama%20rutte%20anp

President Obama bekeek op 24 maart 2014 in het Rijksmuseum de Acte van Verlaetinghe, het stuk waarin de Staten Generaal in 1581 Filips II als vorst in de Nederlanden afzetten.

De opstellers van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776 werden door de Acte van Verlating sterk geinspireerd. Ook zij zetten hun vorst af. Koning George van Groot Brittannie reageerde met strijd die de Amerikaanse rebellen wonnen. De Verenigde Staten werden geboren. Nederland erkende als tweede land de VS.

1672 het Rampjaar

In 1672 was de Republiek van de verenigde Nederlanden nog geen eeuw oud. In dit jaar, dat bekend staat als het rampjaar, is de jonge republiek naar het randje van de afgrond geduwd en het heeft maar weinig gescheeld of dit rare, maar oh zo welvarende experiment aan de rand van Europa was ten prooi gevallen aan de gekwetste trots van de Franse koning Lodewijk XIV.

Lodewijk had het helemaal gehad met de regenten in den Haag. Johan de Witt had hem in 1668 met een internationaal verdrag de voet dwars gezet toen hij de Zuidelijke Nederlanden wilde veroveren. Die vernedering wilde hij herstellen door samen met Engeland , Keulen en Munster het landje op te rollen, de Witt af te zetten en Willem III als een marionet aan te stellen als vorstje over Holland.

Alle buren vielen het land tegelijkertijd aan. Frankrijk met een enorm landleger, Engeland met zijn vloot en Keulen en Münster met een bende soldaten en vooral veel kanonnen.

De invasie vanaf de zee lukte niet, maar de legers van Münster en Frankrijk veroverden in drie weken Gelderland, Utrecht en Overijssel. Voor de weilanden tussen Utrecht en Holland hielden ze halt, omdat die op het nippertje onder water waren gezet.

De Franse legers dreven grote menigten van wanhopige vluchtelingen voor zich uit. De 17e eeuwse jurist en ooggetuige Petrus Valkenier beschreef de stemming van het land als volgt:

“Het subiet aannaderen der vijanden bracht geheel Holland en Zeeland in grote consternatie en ongemeene schrik: elk stond als bedwelmt en stom en elk was sijn huis te kleijn en te bang.

Daarom begaf eenieder zich op de straat, waar hij niets anders ontmoette als gekerm en miserie; elk liet sijn hoofd hangen, elk zag eruit alsof hij sijne sententie des doods ontvangen had. De ambachten stonden stil; de winkels waren dicht; de rechtbanken waren gesloten; de academieen en scholen maakten vacantie. De kerken daarentegen wierden te klein voor alle benauwde herten, die van angst meer suchten als sy konden bidden.

De vrome paniek veranderde gaandeweg in woede en die woede richtte zich tegen de regenten, die aan alle kanten hun rijkdommen in veiligheid brachten. Spreekkoren en plunderaars trokken door de straten en eisten de terugkomst van de prins van Oranje tot stadhouder en legeraanvoerder. Raadpensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis werden gelyncht en Willem III, de achterkleinzoon van Willem de Zwijger, kreeg inderdaad de positie die hem naar zijn eigen idee ook rechtens toekwam..”

Het is een oorlog zonder bevredigend einde. De Engelsen worden weliswaar op zee verslagen door de vloot van Michiel de Ruyter, de Groningers weerstaan de kanonnen van de bisschop en Willem herneemt Naarden, maar hij onderneemt ook meerdere onbezonnen veldtochten buiten het grondgebied van de Republiek, die maar net goed aflopen. Uiteindelijk loopt de hele onderneming met een sisser af. De Fransen hebben een tijd voor de waterlinie gezeten, buitenplaatsen geplunderd en dorpen in brand gestoken, maar uiteindelijk wordt de internationale situatie voor Lodewijk te ongunstig en hij verlaat het land.

Wat zich in dit jaar in de straten en binnenkamers van Nederland heeft afgespeeld, behoort tot de meest extreme verhalen uit onze geschiedenis. De documentaire die OVT in vier delen uitzendt, baseert zich vooral op de brieven van Margareta Turnor, kasteelvrouwe van Amerongen. Zij schrijft in 1672 en 1673 talloze brieven aan haar man Godard van Reede, die als diplomaat Voor de Republiek in Berlijn is. Ze geven een beeld van een vrouw die van kasteelvrouw tot vluchteling wordt en alle gemoedsaandoeningen van ongeloof tot paniek doormaakt. Ze neemt de wijk van Amerongen naar Amsterdam en uiteindelijk naar den Haag. Haar kasteel wordt geplunderd en afgebrand. Haar zoon, die kolonel in het leger is, maakt de veldtochten en de inname van Naarden mee. Als de Fransen het land uiteindelijk verlaten keert ze terug naar Amerongen en ze herbouwt het kasteel tot de hoekige vesting die het vandaag nog steeds is.

Het Rampjaar

Een programma van Mathijs Deen en Luc Panhuysen

KIJK OP : http://www.geschiedenis24.nl/nieuws/2009/april/Radeloos-reddeloos-en-redeloos.html

1672

De VOC 1602 – 1799

Mauritius, Hollandia en Amsterdam, zo heetten de drie koopvaarders die met het kleine jacht Duyfken op 2 april 1595 vanaf Texel naar ‘de Oost’ vertrokken. Het werd een spannend avontuur; drie van de vier schepen en slechts 87 van de 249 bemanningsleden keerden in augustus 1597 terug. De opbrengst was matig. Toch was deze ‘eerste Nederlandse schipvaart’ naar Azië een succes, want ze had de handelsroute naar de Oost geopend.

Andere reizen volgden. Al snel overtroefden de kooplieden van Zeeland en Holland met hun sterke en zwaar bewapende koopvaarders de Portugezen die de route al langer kenden, en maakten ze de Engelsen jaloers. Rijk beladen met koloniale waar, zoals peper en nootmuskaat, keerden hun schepen terug. Om onderlinge concurrentie in te dammen, nam Johan van Oldenbarnevelt het initiatief tot de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Op 20 maart 1602 verkreeg deze compagnie het Nederlandse monopolie op alle handel in de Aziatische wateren vanaf Kaap de Goede Hoop. In naam van de Republiek mocht de compagnie verdragen sluiten, oorlogen voeren en veroverde gebieden besturen.

De VOC ontwikkelde zich tot een geduchte macht. ‘Hier kan iets groots verricht worden’, schreef Jan Pieterszoon Coen aan de Heren XVII, het VOC-bestuur in het verre vaderland. Hij veroverde in 1619 de stad Jayakarta en stichtte er Batavia. Coen schreef dat ‘Jacatra de treffelycxte plaetse van gansch Indien’ zou worden en dat de reputatie van de Nederlanders door de verovering was gestegen. ‘Nu sal elckeen soeken onse vrient te wesen’. Delen van Java werden bezet, Ambon en Ternate in de Molukken werden onderworpen, en de bevolking gedwongen om specerijen te verbouwen. Ook elders in Azië kreeg de VOC met overreding of geweld voet aan de grond. Er werden forten gebouwd in Zuid-Afrika, India, in Ceylon (Sri Lanka) en Makassar. China werd aangedaan, en toen de Shogun van Japan in 1641 zijn land sloot voor buitenlanders, kreeg de VOC als enige toestemming om vanaf het eilandje Decima bij Nagasaki handel te blijven drijven.

Zo vulde de VOC niet alleen de Nederlandse pakhuizen met koloniale waar en de huizen van de burgers met curiosa uit een vreemde wereld, maar speelde zij ook een belangrijke handelsrol binnen Azië. Textiel, specerijen, koffie, thee, tabak, opium, tropische houtsoorten, ijzer, koper, zilver, goud, porselein, verfstoffen, schelpen – een eindeloze variatie aan goederen werd op de Oost-Indiëvaarders vervoerd.

De VOC werd in 1799, in de Franse tijd, opgeheven. Vandaag de dag worden de archieven van de VOC beschouwd als werelderfgoed (memory of the world). De dagrapporten van de opperkooplieden die de handel organiseerden vanuit de forten, de verslagen van de hofreizen van de VOC-dienaren naar de heersers met wie handel werd gedreven, de lastbrieven van de schepen… met elkaar bieden ze een belangrijke bron voor twee eeuwen Aziatisch-Europese geschiedenis.