Afbeelding

We hebben maar 1 aarde

img_1832

Advertenties

Christaan Huygens de grootste Nederlandse wetenschapper ooit

Christaan Huygens is volgens bekende onderzoekers de grootste Nederlandse wetenschapper ooit. Dat is de uitkomst van een peiling die populair-wetenschappelijk tijdschrift Quest hield onder 23 wetenschappers.

De onderzoekers roemen de natuurkundige, astronoom en uitvinder Huygens als ‘een van de vaders van de moderne fysica en wiskunde, bijna gelijk aan Isaac Newton’.

Microbioloog Antoni van Leeuwenhoek werd als tweede gekozen en natuurkundige Henk Lorentz als derde. In totaal waren vijftien wetenschappers genomineerd. De enige nog levende wetenschapper op de lijst was primatoloog Frans de Waal.

Saturnus

De toponderzoekers kozen voor Huygens omdat hij uiteenlopende wetenschappelijke doorbraken op zijn naam heeft staan. (Zie hieronder) Aan de peiling van Quote deden 23 wetenschappers mee die ooit zijn beloond met de NWO-Spinozapremie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding van Nederland.

De carrière van Christiaan Huygens (1629-1695)

Huygens was op vele wetenschappelijke terreinen actief. Vooral in de natuurkunde heeft Huygens grote verdiensten. Hij formuleerde als eerste correcte wetten voor de elastische botsing en de middelpuntvliedende kracht.

Hij ontwikkelde een theorie voor gepolariseerd licht. Omdat Huygens als eerste wiskundige formules gebruikte in de natuurkunde, wordt hij gezien als de grondlegger van de theoretische natuurkunde.

nieuws4066a

In de sterrenkunde was hij verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling van de telescoop en de ontdekker van Saturnus. Hij kwam als eerste met een verklaring voor de ringen rond de planeet. Hij ontdekte ook de maan Titan bij deze planeet. In de wiskunde was hij een pionier van de kansrekening en een wegbereider van de differentiaal- en integraalrekening.

Huygens was ook de uitvinder van onder meer het slingeruurwerk, het principe van de stoommachine en een buskruitmotor. Vanwege zijn theorieën over buitenaards leven wordt Huygens wel gezien als een van de eerste sciencefiction-auteurs.

Een kleine geschiedenis van bijna alles

Een kleine geschiedenis van bijna alles is een populair-wetenschappelijk boek van Bill Bryson (1951), een Amerikaanse schrijver van reisboeken alsmede van boeken over Engelse taal en wetenschappelijke onderwerpen. Het boek werd in 2003 oorspronkelijk in het Engels uitgegeven door Doubleday in Londen met als titel A short history of nearly everything. Het werd later in verschillende talen vertaald.

Het boek beschrijft verschillende aspecten van de wetenschap. Bryson heeft zelf geen wetenschappelijke opleiding en schreef het boek omdat hij ontevreden was met de vaak ontoegankelijke wijze waarin -op zich heel interessante- wetenschap vaak wordt beschreven, waardoor niet-wetenschappers (zoals Bryson zelf) vaak afhaken. Bryson zei over een wetenschappelijk boek dat hij ooit las:

“het leek wel of de auteur van het tekstboek de leuke dingen geheim wilde houden door het in een onbegrijpelijke onleesbare vorm te gieten”

Bryson besteedde dan ook heel wat aandacht aan het schrijven van een boek dat ook voor totale leken toegankelijk is. Hij werkte bij het schrijven samen met verschillende wetenschappers om ervoor te zorgen dat de inhoud wel wetenschappelijk accuraat blijft, hoewel er een aantal foutjes zouden instaan.

‘Hoe kunnen ze weten hoe en wanneer het heelal begon en hoe het was toen het begon? Hoe weten ze wat er zich in een atoom afspeelt? En dan nog de vraag – misschien wel bovenal – hoe kan het dat wetenschappers vaak van alles lijken te weten, maar nog steeds geen aardbeving kunnen voorspellen of ons zelfs maar vertellen of we een paraplu moeten meenemen naar de races van volgende week woensdag?’

In Een kleine geschiedenis van bijna alles onderneemt Bill Bryson zijn meest avontuurlijke reis tot nu toe: die door het leven zelf. Met hetzelfde enthousiasme en dezelfde nieuwsgierigheid als waarmee hij vele landen op de wereld bezocht en beschreef, legt hij nu de geschiedenis van het leven op aarde vast. Al zijn hele leven heeft Bryson zich afgevraagd of het mogelijk was de essentiële onderwerpen van belangrijke wetenschappen als geologie, scheikunde, paleontologie en astronomie, waarin de geheimen van het leven besloten liggen, op een duidelijke en spannende manier op te schrijven. Het resultaat van deze jarenlange obsessie is dit boek, waarin Bryson deze ingewikkelde zaken niet alleen ontsluiert maar ze ook op heldere, spannende en meeslepende wijze beschrijft.

In het boek komen diverse onderwerpen aan bod: van sterrenstelsels, het ontstaan van de aarde tot atomen. Hij besteedt heel wat aandacht aan bekende wetenschappers, zoals Edwin HubbleMax PlanckMarie CurieSir Isaac NewtonLord Kelvin en Albert Einstein. Hij zoomt daarbij vaak in op de wat excentrieke kanten van de beschreven personen waardoor het boek soms een komisch tintje heeft. Zo beschrijft hij dat mensen die de sociaal minder vaardige Henry Cavendish wilden aanspreken dit niet direct mochten doen omdat dit te bedreigend zou zijn, maar dat ze in zijn buurt hardop in het luchtledige moesten beginnen te praten, zodat hij de keuze had om erop in te gaan of niet.

Het boek werd een bestseller en werd in 2004 bekroond met de Averntis-prijs van de Royal Society Prizes for Science Books. In 2005 kreeg het de Descartesprijs voor wetenschapscommunicatie van de Europese Unie.

Lees een stukje uit dit mooie boek :

http://www.bol.com/nl/p/kleine-geschiedenis-van-bijna-alles-geillustreerde-editie/1001004002602706/#product_images