De Perzische Oorlogen


Hier zie je een kaart van het Perzische Rijk rond 500 voor christus.
Klik op de kaart en je kunt de kaart vergroot zien.

Darius

Koning Darius de GroteJe ziet de Koninklijke Weg lopen van Sardis naar Susa. Onder koning Darius probeerden de Perzen de Griekse poleis (meervoud van polis = stadstaat) in Hellas te veroveren. Aanleiding was de opstand van de Griekse steden (vaak kolonies van Athene) in Ionie in 500. Darius stuurde in 492 een vloot en een leger.Maar de vloot leed schipbreuk bij het schiereiland Athos en de poging om Hellas te veroveren werd gestaakt. In 490 werd de poging herhaald maar de Perzen werden ten noorden van Athene in de vlakte van Marathon verslagen. Darius stierf en zijn zoon Xerxes viel Griekenland weer binnen met een enorm leger van Perzen maar ook Griekse bondgenoten. Bij de pas van Thermopylai hielden de Spartanen onder bevel van hun koning Leonidas de Perzen tegen. Zij sneuvelden allemaal. Zij gingen de geschiedenis in als de Driehonderd.

Leonidas

Ondertussen konden de Atheners hun bevolking evacueren uit de stad Athene.Zij trokken weg richting Peloponnesos. De leider van de Atheners Themistokles had na de ontdekking van de zilverlagen bij Laurion van de opbrengst een vloot laten bouwen.De vrije mannen van Athene wachtten af op zee Samen met de schepen van hun bondgenoten.

De Perzische vloot naderde het eiland Salamis terwijl Xerxes aan de kust als toeschouwer toekeek. Hij was ervan overtuigd dat de veel kleinere Griekse vloot verslagen zou worden. Maar de Grieken kenden de verraderlijke wateren rond Salamis  veel beter. Ze wisten de Perzische vloot in een smalle zeestraat te lokken. De wilde golven en stromingen deden de rest. De vloot van de Shahanshah (= Koning der Koningen) Xerxes ging roemloos ten onder.De zeelui die aanspoelden werden door de Grieken zonder genade gedood.Er wordt verteld dat Xerxes gezeten op een troon aan de kust weende bij zoveel tegenslag en zoveel vernedering.Hij reisde terug naar de Perzische hoofdstad. Zijn generaal Mardonius kreeg de opdracht de oorlog verder te zetten.

In Plataiai versloegen de Grieken onder de Spartaan Pausanias het Perzische leger. Dat was in 479. Er waren nog resten van de Perzische vloot over die bij Mycale in Klein Azie door de Atheners tot zinken werden gebracht. De steden op de Ionische eilanden werden toegelaten tot de Helleense Bond van Athene maar de steden op het vasteland niet.Die konden moeilijk verdedigd worden tegen het nog steeds machtige rijk van Xerxes.

Xerxes

De Perzische Oorlogen werden beschreven door. Herodotos  en Thucydides, belangrijke geschiedschrijvers.Ons woord schaak komt van het Perzische shah dat koning betekent.

Voor Athene had de overwinning grote gevolgen op het gebied van het bestuur en de politiek van de polis Athene.

Advertenties

Over het geloof in de goden

Het geloof in de goden was ook in de Griekse oudheid vanzelfsprekend. In het toneelstuk “de Wolken” (Νεφελαι) van Aristophanes ( 425 v Chr ) komt de volgende scene voor :

Een filosoof genaamd Socrates leidt een school van Sofisten . Op een dag komt een boer langs en vraagt de filosoof de gebruikelijke saaie vragen die gelovigen altijd weer stellen. Bijvoorbeeld als er geen Zeus bestaat , wie brengt dan de regen om deAristophanes_-_Project_Gutenberg_eText_12788 gewassen te laten groeien ? Socrates vraagt de boer om zijn verstand een keertje te gebruiken en maakt hem duidelijk dat als Zeus het kan laten regenen , het ook op wolkeloze dagen zou moeten kunnen regenen. Maar omdat dit duidelijk nooit plaatsvindt , is het wijzer om te denken dat de wolken de reden zijn van regenval. Goed, zegt de boer, maar wie brengt de wolken dan boven een bepaalde plaats ? Dat moet toch zeker Zeus zijn. Nee zeker niet , zegt Socrates , regen ontstaat door winden en warmte. Wel als dat zo is,  antwoordt de boer , waar komt dan de bliksem vandaan om leugenaars en andere zondaars te straffen ?  Socrates legt hem zachtaardig uit dat de bliksem geen onderscheid maakt tussen de goede mensen en de slechte mensen. Het is hem vaak opgevallen dat de bliksem de tempels van Zeus zelf geraakt heeft . Dit argument overtuigt de boer uiteindelijk. Alhoewel deze later zijn ongeloof ontkennen zal , als hij de School van de Sofisten met Socrates erin , in brand steekt en tot de grond toe laat afbranden . Het vrije denken van Socrates paste niet in het beperkte denkkader van de gelovige.

We weten niet of Aristophanes de bekende filosoof en leermeester van Plato bedoeld heeft in zijn stuk.

Xanten Romeinse stad aan de Rijn

COLONIA VLPIA TRAIANA

Ieder jaar gaan de 1e klassen geschiedenis naar Xanten in Duitsland om te ervaren hoe een Romeinse stad in de 2e eeuw na Chr. eruit zag. Kijk hier voor een indruk van wat het Archaeologisches Park Xanten te bieden heeft.

De Eed van Hippokrates

Hippokrates weigert geschenken van Artaxerxes, koning van Perzië.

In hoeverre zijn artsen en specialisten nog weerbaar tegen de commerciële druk die de farmaceutische industrie en zorgverzekeraars op hen uitoefenen? De Eed van Hippokrates is een eed waarin artsen zichzelf verplichten bepaalde beroepsregels te zullen handhaven. De eed is opgesteld in het Oudgrieks en is vernoemd naar de Griekse arts Hippokrates, die omstreeks 400 v.Chr. zijn leerlingen van het Asklepieion op het eiland Kos deze belofte liet afleggen. Met de vernieuwing van deze eed in 2003 wordt beoogd dat de arts ook belooft geen misbruik te maken van zijn medische kennis, ook niet onder druk. Dit is toegevoegd met het oog op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948, met als doel misbruik van medische kennis, zoals dat tijdens de Tweede Wereldoorlog optrad, te voorkomen. Dezelfde zinsnede is echter ook van toepassing op misbruik van kennis door commerciële druk vanuit de farmaceutische industrie.

De aangepaste Eed van Hippokrates luidt als volgt :

 “Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd. Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden. Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen. Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van arts in ere houden. Zo waarlijk helpe mij God almachtig, dat beloof ik.”

399 v chr Sokrates drinkt de gifbeker

image

Sokrates werd veroordeeld tot het drinken van de gifbeker omdat hij de jeugd zou bederven en het bestaan van de goden ontkende.
Plato beschreef zijn meester en zijn dood. Alleen via Plato kennen we de gedachten van Sokrates omdat Plato ze heeft opgeschreven.
Het schilderij is van de 18e eeuwse schilder Jacques Louis David die leefde ten tijde van de Franse Revolutie en Napoleon. Zijn stijl getuigt van een bewondering voor de klassieke oudheid , het Classicisme. De Fransen noemden dit de empire-stijl.

Orpheus en Eurydice

Het verhaal van Orpheus en Eurydice wordt verteld in Metamorphosen 10:1-63 van de Romeinse dichter Ovidius. Orpheus, zoon van de god Apollo was een dichter, beroemd om zijn lierspel. Met de muziek van zijn lier betoverde hij mens en dier. Zijn muziek was zo mooi dat zelfs de bomen en rotsen hem volgden op de klank. Orpheus trouwde met de mooie bosnimf Eurydice. Zij werd echter op hun huwelijksdag gebeten door een giftige slang waar ze op trapte toen ze vluchtte voor een ongewenste aanbidder. Ze stierf aan de beet. Orpheus was hierover zo diep bedroefd dat hij in de onderwereld afdaalde om de schimmen en de heerser van de onderwereld zijn droevenis te tonen en te smeken om de terugkeer van Eurydice. Met zijn muziek kreeg hij Pluto (gr.Hades) zover dat Eurydice hem terug naar de aarde mocht volgen. Voorwaarde was dat hij niet naar haar zou kijken tot ze uit de dodenwereld zouden zijn. Op het laatste ogenblik keek Orpheus toch om en Eurydice verdween nu voor altijd in het schimmenrijk. Na het verlies van zijn geliefde vrouw verachtte Orpheus de vrouwen, die zich juist erg tot hem aangetrokken voelden. Hij werd daarom aangevallen en verscheurd door de razende maenaden (1) van Ciconia in Tracia. Hoewel het verhaal zo natuurlijk triest afloopt zijn de zielen van Orpheus en Eurydice uiteindelijk toch verenigd.

corot

Jean-Baptiste Camille Corot (1796-1875): Orpheus leidt Eurydice de Onderwereld uit (1861)

De opera van Christoph Willibald von Gluck (1714-1787) Orfeo ed Eurydice (1762) Een mythe waarin de betoverende werking van muziek en poezie een hoofdrol speelt is natuurlijk een zeer inspirerend gegeven voor componisten. De halfgod Orpheus, die met zijn zang- en snarenspel mensen, dieren, planten, goden, ja zelfs stenen en gevoelloze monsters in vervoering kon brengen, is dan ook bezongen in liederen, symfonische gedichten, opera’s en andersoortige muziekdramatische werken, vanaf de prille zeventiende eeuw (Peri, Monteverdi) tot en met de twintigste (Stravinsky). Op 5 oktober 1762 vond de eerste opvoering van Orfeo ed Eurydice plaats in het Burgtheater in Wenen ter gelegenheid van de verjaardag van keizer Franz van Oostenrijk. Vanwege deze vrolijke aanleiding zag Gluck zich genoodzaakt zich te houden aan het verplichte ‘lieto fine’, de bij de Opera seria traditionele ‘happy ending’, en af te wijken van het tragische en nogal bloeddorstige einde van de Orpheus-mythe zoals die was opgetekend door Ovidius en Vergilius.

Orphee et Eurydice door Christoph Willibald Gluck. Theatre musical de Paris – Chatelet. Orchestre revolutionnaire et romantique, Orfeo : Magdalena Kozena , Eurydice : Madeline Bender , Amor : Patricia Petitbon  Monteverdi Choir. Regie Robert Wilson, Dirigent John Eliot Gardiner.

Orphée_chez_les_Thraces

Orpheus bij de Thraciers

De opera is opgebouwd uit vijf scenes De eerste scene toont direct een van de meest tragische gedeelten van het verhaal: de rouw om de dood van Eurydice. Het vrolijke bruiloftsfeest van Orfeo en Eurydice, de dramatische omslag door de boodschapper die komt vertellen over Eurydice’s plotselinge dood In de tweede scene daalt Orfeo (begeleid door lugubere, razendsnelle strijkers-tremoli) af naar de donkere grotten aan de oevers van de Styx. Dan volgt een prachtige, bijna vermakelijke scene waarin duidelijk te volgen is hoe door Orfeo’s magische muziek (herhaaldelijke, steeds indringender wordende, smekende aria’s, begeleid door zacht harpgetokkel), de Furien langzaam maar zeker overstag gaan. De derde scene begint met Orfeo en Eurydice een paradijselijke klankschildering van de eeuwigheid, het Elysium ( de onderwereld ) Echter, in de vierde scene, raakt hij haar weer kwijt. Orfeo, die de verwarring en beschuldigingen van Eurydice, die zijn ongenaakbare gedrag verkeerd uitlegt, niet langer kan verdragen, keert zich om en Eurydice sterft nogmaals. Dan klinkt Orfeo’s wonderschone hartverscheurende aria ‘Che fare senza Eurydice!’ (wat moet ik zonder Eurydice!). Wanneer hij zich daarna wanhopig van het leven wil beroven verschijnt als een Deus ex Machina Amor,de god van de liefde ,die Eurydice weer tot leven brengt. Een triomfantelijk loflied op de liefde besluit de opera. (1) http://nl.wikipedia.org/wiki/Maenaden

Cervelli Orfeo ed Euridice

Cervelli Orfeo ed Eurydice

Plato was tegen democratie

Met genot als lokaas jagen zij op domheid’, schreef Plato over de politici die de bevolking van Athene bestuurden. Plato vond democratie niet ideaal voor de stadstaat Athene.

image

Het woord democratie stamt af van de Griekse woorden δῆμος (dèmos), “volk” en κρατέω (krateo), “heersen, regeren” en betekent dus letterlijk “volksheerschappij”. De oudst bekende democratie was die van Clisthenes in Athene in de Griekse oudheid (6e eeuw v. Chr.).

De Griekse filosoof Plato (ca. 427 – 347 v.Chr.) verzette zich in zijn beroemde dialogen “De Staat” (380 v. Chr.) al tegen de democratie. Democratie is volgens Plato een staatsvorm zonder rem. Want de democratie dwingt politici de bevolking alles te geven waar het om vraagt. Wat de bevolking ook maar voor grillen heeft, de politici zullen er alles aan moeten doen om die te vervullen. Ze willen hun machtsbasis namelijk niet kwijt.

Bovendien zijn politici volgens hem vaak aan lager wal geraakte mislukkelingen, die slechts in de politiek iets van een carrière kunnen maken. Het jagen op eigen voordeel van deze lieden is ook weinig bevorderlijk voor het functioneren van het systeem. Daarom is volgens Plato een rationeel proces van besluitvorming per definitie onmogelijk in een democratie.

De kritiek hierboven van de beroemde filosoof Plato was geen uitzondering in het democratische Athene van de vijfde en vierde eeuw voor Christus. Ook anderen vonden het slecht dat ruim tien procent van de bevolking (manlijke vrije burgers) in vergaande mate mocht meebeslissen over de politieke koers van de stadstaat. De kritiek was divers.

Hoe kan het dat de eerste de beste burger met een beroep dat niet met politiek te maken heeft opeens politieke beslissingen nemen? Is het niet beter voor de belangen van de staat als de besten van de bevolking de leiding op zich nemen? Kan een handige volksmenner, een demagoog, niet alle macht naar zich toetrekken?

Op dat laatste probleem hadden de Atheners wat gevonden: het schervengericht. Wanneer de meerderheid van de volksvergadering vond dat iemand dictatoriale aspiraties had, kon hij worden verbannen. Op scherven kerfden de burgers in de volksvergadering of een dergelijke persoon volgens hen mocht blijven of moest gaan.

Het is vrij uitzonderlijk wat er in Athene gebeurde. De wereld werd geregeerd door aristocraten, oligarchen, koningen en tirannen. Alleen in Athene heeft een deel van de bevolking het recht en zelfs de plicht om mee te draaien in het politieke spel. Het blijft een tijdelijke zaak, want pas vele eeuwen later zullen mensen zich weer democraat gaan noemen.

Dat de volksvergadering niet altijd even slagvaardig was bleek in de Peloponnesische Oorlog (431-404), een machtsstrijd tussen Athene en Sparta, die beide allianties sloten met andere staten. Lesbos wilde op een gegeven moment onder een bondgenootschap met Athene uit. De volksvergadering zond daarop een oorlogsschip naar het eiland met het bevel om de mannen te doden en de vrouwen en kinderen als slaaf te verkopen.

De volgende dag bedacht de volksvergadering zich en werd er een ander schip naar Lesbos gestuurd. Het tweede schip begon een inhaalrace en kwam nog net op tijd de haven binnen op het moment dat het eerste bevel op de kade werd voorgelezen.

Plato was één van de felste tegenstanders van het systeem in zijn stad. Naast rationele redenen had hij ook emotionele motieven om zich zo fel te keren tegen de democratie. De leermeester van Plato was Socrates. Die was in een nogal duister (democratisch) proces veroordeeld tot het leegdrinken van een gifbeker.
Volgens de aanklacht van de volksrechtbank van 500 man had de 70-jarige Socrates de jeugd verziekt en was hij goddeloos. Wat hem meer kwalijk werd genomen was dat hij antidemocraat was, goede contacten had met andere antidemocraten en de aristocratische jeugd, waaronder Plato, zijn antidemocratische ideeën had gedoceerd.

‘Als u denkt dat u door mij te doden verlost bent van de plicht verantwoording af te leggen voor uw manier van leven vergist u zich’, laat Plato Socrates in één van zijn werken zeggen tegen zijn rechters.

‘Het tegenovergestelde zal gebeuren. Door mensen te doden kunt u niet het verwijt voorkomen dat u verkeerd leeft. Meer mensen zullen u om verantwoording komen vragen, die ik tot dusver heb tegengehouden. En ze zullen lastiger zijn, in zoverre ze jonger zijn.’

De voorspelling van Socrates, beschreven door Plato, slaat natuurlijk onder andere op Plato zelf. Hij zou nog veel schrijven over zijn ideale staatsvorm. Eén van zijn leerlingen werd Aristoteles, die de leermeester van Alexander de Grote zou worden.

Bronnen:
Gerard Koolschijn ‘Plato. De strijd tegen het democratische beest’ (Amsterdam, 1997)
Hans Joachim Störig ‘Geschiedenis van de filosofie, deel 1’ (Utrecht, 1985)

De geschiedenis van Griekenland

De geschiedenis van Griekenland, en met name de Griekse beschaving uit de Oudheid, neemt een bijzondere plaats in voor het begrijpen van de westerse wereld. Het theater en de filosofie werden geboren in Griekenland. De Grieken bedachten een systeem, de democratie, dat nu nog dient als politiek model. De geschiedenis van het oude Griekenland is niet beperkt tot de rivaliteit tussen Athene en Sparta. Honderden steden langs de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee verspreidden het hellenisme, de levenswijze en het denken van de Grieken. Dit artikel beoogt een overzicht te geven van de geschiedenis van Griekenland van de Oudheid tot heden.

De vroegste tijd, tot 776 v.Chr.

De oudste geschiedenis komt voor ons tot leven door de resultaten van de opgravingen én uit de dichtwerken die Homerus vermoedelijk rond 800 v.Chr. schreef; de inhoud ervan werd gedurende enkele eeuwen -met weglatingen en toevoegingen- door mondelinge overlevering bewaard. Vele mythen en sagen bevatten een kern van historische waarheid. Dat bewees bijvoorbeeld de amateurarcheoloog Schliemann, toen hij er in slaagde om in 1870 Troje (Ilion) en in 1876 Mykene bloot te leggen. Hij liet zich hierbij leiden door de verhalen van Homerus en de beschrijvingen van Pausanias.

Enige kennis van de Griekse mythen en verhalen moet een bezoek aan de plaatsen, waar ze zich volgens de klassieke schrijvers hebben afgespeeld, interessanter maken en verduidelijkt vaak de kijk op het heiligdom. De mythologie geeft een idee van het geloof der oude Grieken dat zeer verbonden was aan de natuur: de goden werd dank gebracht als regen de akkers laafde, hun toorn moest afgewend worden als een natuurramp dreigde. De Grieken kenden vele vruchtbaarheidsriten. Natuurkrachten werden als goden vereerd: het zonlicht als Apollon, de zee als Poseidon, de landbouw en vruchtbaarheid als Demeter

Kreta

Vondsten op het vasteland, maar vooral op de Cycladen en op Kreta, hebben aangetoond dat er in de steentijd al een tamelijk hoogwaardige beschaving aanwezig was. Tegen het einde van het Neolithicum (jonge steentijd), ongeveer 3000 v.Chr., kwam een nieuw mediterraan volk naar Kreta dat verwantschap vertoonde met de volken van Klein-Azië en Egypte. Deze nieuwkomers zullen zich vermengd hebben met de vroegere eilandbewoners. Zij ontwikkelden zich tot goede zeevaarders en handelslieden maar ook tot een kunstzinnig en vredelievend volk dat een grote liefde had voor de natuur en een zorgeloos leven leidde.

Hun gracieuze kunstvoorwerpen stralen zin voor kleur, fantasie en beweging uit. In hun paleizen tonen zij zich geniale bouwmeesters. De Minoïsche cultuur -genoemd naar de legendarische koning Minos– met een volkomen eigen karakter begint rond 2600 v.Chr. en beleeft zijn hoogste bloei tussen 1600 en 1400 v.Chr..

De Minoïsche beschaving heeft invloed uitgeoefend op (en ook ondergaan van!) die in de landen rond de Middellandse Zee. Het verhaal van Theseus en de Minotaurus lijkt te wijzen op onderdanigheid van Athene aan de zeemacht van Kreta. Omstreeks 1400 v.Chr. luidde een vulkaanexplosie op het eiland Thera (of Santoríni) het einde in van de Minoïsche beschaving. De Achaeërs, die zich waarschijnlijk kort voor de natuurramp op Kreta hadden gevestigd, namen de erfenis over en verbreidden hun cultuur over vele eilanden.

De Achaeërs

Omstreeks 2000 v.Chr. was het in de Balkan en Klein-Azië onrustig wegens binnenvallende en rondtrekkende volken die op zoek waren naar geschikte woonplaatsen. Indo-Europese stammen vielen vanuit het noorden Griekenland binnen. Eerst waren dit de Achaeërs, later gevolgd door de Aeoliërs en Ioniërs; deze stammen voerden het paard in Griekenland in. Ze vermengden zich met de onderworpen bevolking en namen hun cultuur gedeeltelijk over. De Achaeërs wisten de grootste macht te verwerven; brandpunten van hun beschaving waren Mykene, Tiryns en Pylos, waarop de invloed van de Kretenzische cultuur niet te ontkennen valt; men spreekt dan ook van een Kreto-Mykeense cultuur.

Van de krijgshaftige Achaeërs kennen we de geweldige burchten, o.a. in Mykene, Argos en Tiryns, waarvan de muren uit zulke geweldige steenblokken bestonden dat latere bewoners ze voor bouwwerken van de cyclopen aanzagen en ze de Cyclopische muren noemden. Over de Achaeërs verhaalde Homeros in zijn Ilias. De oudere bewoners van Griekenland, van wie heel weinig bekend is, worden met verschillende namen aangeduid, zoals Kariërs en Pelasgen. De Grieken worden later Hellenen genoemd, naar een Aeolische stam in Thessalië. De benaming Grieken is afkomstig van de Romeinen, die in het noordwesten van het land kennis maakten met een stam die ze Graeci noemden.

De Trojaanse oorlog

Omstreeks 1200 v.Chr. brak de Trojaanse Oorlog uit. De schone Helena, vrouw van de Spartaanse koning Menelaos, was door de Trojaanse prins Paris geschaakt. Die schanddaad moest gewroken worden. De Mykeense koning Agamemnon, broer van Menelaos, voerde de Griekse vorsten aan in hun strijd tegen Troje, dat pas in 1184 v.Chr. door de list met het houten paard, in handen van de Grieken viel. Een historisch juistere reden voor het uitbreken van deze oorlog zal hoogstwaarschijnlijk zijn dat de Trojanen de Griekse handel aan de Hellespont bedreigden. Vierhonderd jaar na de feiten heeft Homeros deze oorlog vereeuwigd in zijn Ilias.

De inval van de Doriërs

Omstreeks 1100 v.Chr. drongen de Doriërs vanuit het noordwesten van Griekenland onweerstaanbaar op naar het zuiden. De invallers zagen in de Achaeërs géén stamverwanten; ze veroverden hun steden en brachten de Kreto-Mykeense cultuur de genadeslag toe. Vele bewoners vluchtten naar de eilanden en de bergen; de Doriërs drongen door tot op de Peloponnesos, waar Sparta het centrum werd van hun soldatenstaat. Daar de Doriërs het brons kenden, bood het handwerk meer mogelijkheden, vooral voor het vervaardigen van wapens. Maar de kunstzin van de Achaeërs en de Ioniërs kreeg voorlopig weinig kans zich te uiten.

De stadstaten

Één eeuw na de Dorische volksverhuizing werd het weer rustig in Griekenland. De Achaeërs vermengden zich met de Aioliërs, Ioniërs en Doriërs. Er ontstond een tweehonderdtal stadstaatjes en er werd gekoloniseerd -wegens gebrek aan landbouwgrond, het uitbreken van politieke woelingen en later om handelsdoeleinden- op de eilanden, de kust van Klein-Azië en later op de westelijke kusten van de Middellandse Zee.

Elke stadstaat (“polis”) -gewoonlijk een ommuurde stad met enkele omliggende dorpen, landerijen en olijfgaarden- was autonoom en stond onder leiding van een koning en de aristocratie, waarbij de volksvergadering meer of minder invloed had. Het groot aantal stadstaatjes is te verklaren uit de geografische verdeeldheid van het land, dat door bergruggen en zee-inhammen in kleine, natuurlijke landschappen was opgesplitst. De grootste en belangrijkste stadstaten ten tijde van de gouden eeuw (5e eeuw v.C.)waren Athene en Sparta; ze streden om de leiding in de Griekse statenwereld. In 820 v.Chr. kreeg het Dorische Sparta van zijn (vermoedelijk legendarische) wetgever Lycurgus een aristocratische staatsregeling (twee koningen als legeraanvoerders, een gerousia (raad van oudsten), vijf eforen en de apella) die de grondslag vormde van een militaire staat.

Van noord naar zuid zijn op het vasteland, de eilanden en de kust van Klein-Azië drie bevolkingsgordels te onderscheiden: de Aioliërs in het noorden, de Ioniërs in het midden en de Doriërs in het zuiden. Ook al kende Hellas geen staatkundige eenheid, wel was er een besef van eenheid van taal en godsdienst.

De twisten tussen de stadstaten werden gestaakt tijdens de Panhelleense Spelen, nu bekend als de Olympische Spelen, die om de vier jaar te Olympia werden gehouden als een grote cultuur- en sportdemonstratie met een religieus karakter. De spelen dateren uit de 9e eeuw v.Chr., maar de lijst van officieel opgetekende olympiaden begint in 776 v.Chr.; de Griekse tijdrekening is op de Olympische Spelen gebaseerd.

Opkomst, bloei en verval, 776 – 323 v.Chr.

In verscheidene stadstaatjes namen tirannen (Grieks týrannoi) de macht in handen; vaak stonden ze aan de kant van het gewone volk tegenover de aristocratie en bereidden ze een democratische regeringsvorm voor. Er groeide een rivaliteit tussen de zeemogendheid Athene, die heerste over Attika en verscheidene Egeïsche eilanden, en de landmogendheid Sparta die zijn macht uitbreidde over een groot deel van de Peloponnesos.

Democratie van Athene

In 624 v.Chr. kondigde Draco zijn strenge (draconische) wetten af: de macht van de adel werd beknot, de bloedwraak beperkt, het recht om te straffen kwam aan de staat. Maar de maatschappelijke noden van kleine boeren en handelaars vroegen om andere wetten.

Die vaardigde Solon uit in 594 v.Chr.; in zijn enigszins democratische staatsregeling hadden alle (mannelijke!) burgers boven de 30 met burgerrecht, stemrecht en berustte de hoogste macht bij de volksvergadering.

Omstreeks 560 v.Christus, viel de macht in handen van de tiran Peisístratos, onder wiens zegenrijke bewind welvaart en kunsten bloeiden. Clisthenes ontnam in 508 v.Chr. de adel zijn invloed en voerde een echt democratisch bestuur in. Zijn schervengerecht of ostracisme bood de gelegenheid ongewenste staatslieden uit Athene te verbannen. De naam is ontleend aan het óstrakon (scherf) waarop de leden van de volksvergadering de naam krasten van de staatsman, die ze een gevaar vonden voor de staat.

De Perzische Oorlogen

De Perzen hadden de Griekse koloniën in Ionië op de westkust van Klein-Azië veroverd. In het jaar 500 v.Chr. kwamen de koloniën in opstand en kregen steun van Athene en van de stad Eretria. Koning Darius I van Perzië onderdrukte de Ionische opstand en wilde daarna Athene en Eretria straffen en tevens Europees Griekenland veroveren.

In 492 v.Chr. werd het Perzische gevaar afgewend, doordat de vloot in een storm bij de berg Athos werd vernietigd, waarna ook het Perzische leger naar huis weerkeerde. In 490 v.Chr. volgde de tweede aanval, nu alleen over zee. Eretria werd alsnog uit wraak voor de Griekse steun aan de Ionische opstand verwoest en daarna landden de Perzen bij de vlakte van Marathon op de oostkust van Attika, maar daar werden ze door de Athener Miltiades teruggeslagen in de bekend gebleven Slag bij Marathon op 42 km afstand van Athene. Na om het schiereiland Attika heen te zijn gevaren, zagen zij dat Athene nog te sterk verdedigd was en keerden zonder resultaat naar huis terug.

Xerxes, Darius’ zoon en opvolger, stuurde in 480 v.Chr. opnieuw een leger en een vloot naar Griekenland. Na raadpleging van het orakel van Delphi had de Atheense staatsman Themistocles een grote vloot laten bouwen en wel met de inkomsten van de zilvermijnen van Laurion.

In de bergpas van Thermopylae ten noorden van Athene hield de Spartaanse koning Leonidas de Perzen enkele dagen tegen met een veel kleiner leger van diverse Griekse bondgenoten in de slag bij Thermopylae, maar toen een verrader de Perzen de weg wees om de bergpas heen, konden zij de 300 overgebleven Spartanen van achteren aanvallen en verslaan. De Perzen konden toen eindelijk opmarcheren naar Athene, dat in brand werd gestoken, maar de mannen hadden de vloot bemand en de vrouwen en kinderen waren overgevaren naar de eilanden Aigina en Salamis. In de baai van Salamis leed de Perzische vloot een nederlaag in de Slag bij Salamis. In 479 v.Chr. werd het Perzische landleger bij Plataeae te land verslagen door de Spartaanse koning Pausanias. In datzelfde jaar werden de restanten van de Perzische vloot vernietigd in de slag bij Mycale aan de Ionische kust en ook het Perzische landleger werd nog eens verslagen. Daarmee waren ook de Ionische steden en eilanden van de Perzen bevrijd.

De Gouden Eeuw van Perikles

Om zich in de toekomst beter tegen Perzië te kunnen verdedigen, sloten de bevrijde stadstaten en eilanden in 477 v.Chr. een verbond met Athene: de Delisch-Attische Zeebond. Elk lid moest geld of schepen leveren; het geld werd eerst bewaard op het eiland Delos en later in Athene. Pas in 448 v.Chr. werd er vrede met Perzië gesloten. Maar daarna brak er een oorlog uit tussen Athene en Sparta, die in 445 v.Chr. eindigde met de wederzijdse erkenning van de Peloponnesische Bond onder leiding van Sparta en de Delisch-Attische Zeebond onder leiding van Athene. De tijd van Perikles is de “Gouden Eeuw” van Athene; na de Perzische Oorlogen beleefde het geestesleven er zijn hoogste ontplooiing. Perikles maakte van Athene de schoonste, rijkste en machtigste stadstaat van Griekenland: de schoonste, door de stad te verfraaien met de prachtigste bouwwerken; de sterkste, door vloot, haven en vestingwerken (de “Lange Muren“) uit te breiden; de rijkste, door de bloeiende handel en nijverheid en de bijdragen van de bondsleden; de machtigste, door de grote vloot van de Zeebond.

De Griekse beschaving

In korte tijd heeft Athene onder Perikles een prestatie geleverd die haar weerga in de historie niet vindt. De ontwikkeling van de menselijke zelfreflectie uitte zich op velerlei terrein, vooral in de lyriek, wijsbegeerte, bouw- en beeldhouwkunst. Enkele belangrijke namen zijn: Hippocrates van het eiland Kos was de grondlegger van de medische wetenschap; grote lyrische dichters waren Sappho, de dichteres van het eiland Lesbos, omstreeks 600 v.Chr., en Pindaros uit Thebe.

De drie beroemde tragediedichters waren: Aischylos, Sophokles en Euripides. De grootste blijspeldichter was Aristophanes.

Herodotos uit Halikarnassos was de geschiedschrijver van de Perzische Oorlogen; Thucydides uit Athene beschreef het eerste deel van de Peloponnesische oorlog; Xenophon uit Athene zette in zijn «Hellèniká» het werk van Thucydides voort en beschreef in de «Anábasis» de tocht van 10.000 Griekse huurlingen door Klein-Azië.

Demosthenes was de grote Attische redenaar die in felle redevoeringen, «Filippiká», waarschuwde tegen de groeiende macht van koning Philippos van Macedonië en met succes, want het kwam tot een gezamenlijke veldtocht van Thebe en Athene tegen Macedonië, maar die liep uit op een nederlaag. Ictinus, Callicrates en Mnesicles waren architecten die de Atheense Akropolis van de prachtigste bouwwerken voorzagen. Bekende beeldhouwers in het midden van de 5e eeuw v.Chr. waren: Myron, Polykleitos, Phidias en Paioonios; in de 4e eeuw v.Chr.: Skopas, Praxiteles en Lysippus.

Grote natuurfilosofen van de 6e eeuw v.Chr. waren o.a. Heraclitus van Efesos, Thales van Milete en Pythagoras, de stichter van een godsdienstig-wijsgerige school; in de 5e eeuw v.Chr.: Democritus met zijn atomenleer, en Empedocles met zijn leer van de vier elementen: vuur, lucht, water en aarde.

De allergrootste wijsgeren van Athene waren: Socrates, de grondlegger van een seculiere moraalfilosofie, Plato, die het menselijk denken vormgaf met zijn ideeënleer, en zijn leerling Aristoteles, de vader van de logica en een aanzet tot natuurwetenschap.

De Peloponnesische Oorlog, 431-404 v.Chr.

Dit was een oorlog tussen de aristocratische landmacht Sparta en de democratische zeemogendheid Athene. Vanaf 431 v.Chr. hield het Spartaanse leger tien jaar lang verwoestende tochten door Attika, terwijl de Atheense vloot de kusten van de Peloponnesos plunderde. Een groot verlies voor Athene was de dood van Perikles die in 429 v.Chr. stierf aan de pest; deze was uitgebroken onder de opeengehoopte bevolking die tegen Sparta bescherming zocht binnen de Lange Muren tussen Athene en Piraeus. De tocht naar Sicilië (415413 v.Chr.), met als doel het westelijke bekken van de Middellandse Zee te beheersen, bracht opnieuw een grote ramp over Athene. De wispelturige staatsman Alkibiades wilde op Sicilië enkele Griekse steden helpen tegen Syracuse, hopend daardoor zelf grote roem te verwerven. Maar de tocht mislukte, Alkibiades liep over naar Sparta -werd later wéér Atheens vlootvoogd en wéér afgezet- en de Atheense vloot werd vernietigd.

Er volgden moeilijke jaren voor Athene (mislukte staatsgreep in 411 v.Chr.); tenslotte werd in 405 v.Chr. hun nieuwe vloot door de Spartaan Lysandros bij de Hellespont verslagen. Athene moest zich overgeven, de Zeebond werd ontbonden, de vestingwerken en de Lange Muren moesten afgebroken worden. Athene was gekortwiekt; Sparta had de leiding genomen.

Het einde van de Griekse politieke vrijheid

Een dertigtal jaren berustte de hegemonie bij Sparta, maar toen mondde de ontevredenheid daarover uit in verzet. In 371 v.Chr. versloeg de Thebaanse veldheer Epaminondas de Spartanen bij Leuktra en bracht daarmee de hegemonie aan Thebe. Maar slechts voor korte duur, want in 362 v.Chr. stierf Epaminondas in de slag bij Mantinea, waar hij opnieuw een overwinning op Sparta behaalde.

Griekenland tijdens de Thebaanse hegemonie

De onderlinge oorlogen hadden de Grieken uitgeput. Van deze verzwakking en verdeeldheid maakte koning Filippus II van Macedonië gebruik door met zijn uitmuntende leger steeds verder in Griekenland door te dringen. Demosthenes riep de Grieken op hun vrijheid te verdedigen. Enkele Griekse steden verenigden zich, maar in 338 v.Chr. leden ze tegen Macedonië de nederlaag bij Chaeronea. Dat was het einde van de Griekse vrijheid; de macht verschoof naar het tot dan toe onbelangrijke Macedonië.

Filippus verbood de Grieken alle onderlinge oorlogen en verbonden, werd zelf de leider van de Griekse staatjes en liet zich kiezen tot opperbevelhebber tegen de Perzen. Maar voor hij de grote veldtocht kon beginnen, werd hij vermoord. Nog onlangs, in 1977, werd de rijke grafkamer van Filippus II gevonden in Vergina.

Alexander, zijn twintigjarige zoon, volgde hem op. Hij onderdrukte enkele Griekse opstanden en stelde Thebe als afschrikwekkend voorbeeld door het met de grond gelijk te maken. Door zijn tochten naar Egypte, Voor-Azië en Perzië maakte hij in korte tijd van Macedonië een wereldrijk.

Het Hellenisme, 323-146 v.C

Op drieëndertigjarige leeftijd stierf Alexander de Grote te Babylon een plotselinge dood. Veldheren en stadhouders vochten met elkaar over de opvolging, een strijd die wel vijftig jaren duurde. Toen kwam er wat rust; het uitgestrekte wereldrijk was uiteengevallen in drie grote rijken van de diadochen (“opvolgers”): Egypte met de hoofdstad Alexandrië, Syrië met Antiochië en Macedonië met Pella. Daarnaast ontstond in Klein-Azië een aantal kleinere hellenistische vorstendommen waarvan Pergamon de grootste rol heeft gespeeld. Griekenland zelf behoorde aan Macedonië; de pogingen zich vrij te maken mislukten door onderlinge verdeeldheid.

Het Hellenisme

De vroege dood van Alexander belette het ontstaan van een hecht wereldrijk, maar zijn werk heeft grote gevolgen gehad voor de beschaving: hij opende de wereld voor de Griekse of Helleense cultuur en verzekerde daardoor haar voortbestaan. Hij wilde de regionale Helleense beschaving, vermengd met oosterse beschavingselementen, zien uitgroeien tot een internationale hellenistische cultuur. Alexander, die de Griekse én oosterse cultuur bewonderde, streefde naar een samenwerking der volken. Daartoe stichtte hij steden met een gemengde, multi-culturele bevolking; de taal in de hogere kringen van de Hellenistische staten was het Grieks. In dat Grieks-oosterse rijk wilde hij een samengroeien van overwinnaars en overwonnenen, zonder onderscheid tussen Grieken en ‘bárbaroi’. Zo leidde hij een nieuw cultuurtijdperk, dat van «het Hellenisme» in. Verscheidene Hellenistische staten beleefden een tijd lang een hoge geestelijke bloei. Vele Grieken trokken als handelaar, kunstenaar, dichter of geleerde naar de hellenistische hoofdsteden. Zo was Alexandrië een verzamelplaats van kunstenaars en geleerden en bezat het de grootste bibliotheek en studiecentrum van de oudheid. Ook al verplaatste zich dus het zwaartepunt van Athene naar die hoofdsteden, voor de beoefening van de wijsbegeerte bleef Athene hét centrum. In het Romeinse Rijk werd het Hellenisme een hoofdbestanddeel van de Romeinse beschaving.

Politieke verwikkelingen

In een oorlog tegen Macedonië, dat door Syrië werd gesteund, riepen Pergamon, Athene en Rhodos, de heerschappij van Macedonië beu, de hulp in van de Romeinen. In 197 v.Chr. behaalde de Romeinse consul Flamininus de overwinning en één jaar later kondigde hij onder groot gejubel op de Isthmische Spelen van Korinthe af, «dat de Grieken voortaan vrij zouden zijn».

In 168 moest Macedonië opnieuw Rome als meerdere erkennen, toen het door consul Aemilius Paulus werd verslagen bij Pydna, een havenstad ten zuidwesten van Thessaloniki. Wéér braken er daarna opstanden uit, met als gevolg dat Macedonië tot een Romeinse provincie werd gemaakt.

Als straf voor een Griekse opstand gaf de Romeinse Senaat in 146 consul Mummius de opdracht de rijke handelsstad Korinthe te verwoesten; heel Griekenland werd bij de Romeinse provincie Macedonia gevoegd.

Griekenland onder Rome, 146 v.C-395 a.D.

Zestig jaar heerste er rust in Griekenland, maar in 88 v.Chr. kwam Mithridates, koning van Pontus in Klein-Azië, in verzet tegen Rome en liet in zijn land tienduizenden Romeinen vermoorden. Daarna stak hij met zijn leger over naar Griekenland, waar hij als bevrijder werd begroet. De Romeinse veldheer Sulla versloeg hem echter en nam ondertussen Athene in, maar deze stad bleef toch nog lange tijd een intellectueel en cultureel centrum.

Tijdens de Romeinse burgeroorlogen werden er in Griekenland beslissende slagen geleverd. In 48 v.Chr. versloeg Julius Caesar zijn tegenstander Pompeius bij Pharsalus in Thessalië.

In 42 v.Chr. behaalden Marcus Antonius en Octavianus een overwinning op Brutus en Cassius, de moordenaars van Julius Caesar, bij Filippi in Macedonië. In 31 versloeg Octavianus de vloot van Antonius en Cleopatra bij Actium.

Ruim een eeuw was Griekenland een deel van de Romeinse provincie Macedonia, maar in 27 v.Chr. verhief keizer Augustus het tot de zelfstandige provincie Achaea. Het volledig herbouwde Korinthe was een belangrijke Romeinse kolonie.

In het midden van de eerste eeuw n.Chr. predikte de apostel Paulus o.a. in Korinthe, Thessaloníki, Fílippi en Athene. Spoedig verbreidde er zich het christendom.

Keizer Hadrianus, een echte filhelleen, verrijkte Athene met grootse bouwwerken; zijn opvolgers, Antoninus Pius en Marcus Aurelius, begunstigden er de filosofenscholen. Maar toen het Romeinse Rijk verzwakte, kreeg ook Griekenland last van invallen van vreemde volken. In 267 bijvoorbeeld plunderden Goten en Herulen Attika en veroverden Athene.

De Romeinse keizer Constantijn de Grote verplaatste in 330 zijn residentie van Rome naar Byzantium (sindsdien «Constantinopel» geheten), waardoor het zwaartepunt van het rijk in het oosten kwam te liggen. Het Griekse oosten kreeg een overwicht op het Latijnse westen; Constantinopel werd een christelijke stad, in een rijk waar het christendom door Constantijn tot staatsgodsdienst was verklaard.

In 395 werd het rijk verdeeld in een West- en een Oost-Romeins Rijk; tot dit laatste – ook Byzantijnse Rijk geheten – behoorde Griekenland.

Hybris

Hybris (Oudgrieks: ὕβρις) is het Oudgriekse woord voor overdreven trots, hoogmoed, overmoed, grootheidswaanzin, brutaliteit, onbeschaamdheid met name tegenover de Griekse goden en/of de goddelijke wereldorde. Het woord hybris heeft geen goede Nederlandse vertaling die het begrip volledig dekt, maar kan in de moderne tijd nog het beste omschreven worden met het gezegde ‘hoogmoed komt voor de val’.

De hybris-gedachte is een typisch en veel voorkomend thema in het Griekse denken, dat in verschillende mythen, epen en tragedies en in de ethiek onder allerlei vormen naar voren treedt. De vermetele overmoed van een mens, die, in eigenwaan verstrikt en verblind, zich door niets of niemand een halt wenst te laten toeroepen en in zijn ongebreidelde heerszucht zelfs de hand slaat aan een door de goden vastgelegde wereldorde of tegen het lot, wordt door goddelijk ingrijpen meedogenloos afgestraft.

Karakteristiek daarbij is dat de schuldige altijd zijn eigen ongeluk veroorzaakt, omdat hij na het overschrijden van de (overigens niet objectief bespeurbare) grens of norm met verblinding (Grieks atè) getroffen wordt en niet meer merkt dat hij zijn eigen ondergang tegemoet gaat.

Er bestond in de Griekse mythologie ook een godin Hybris. Zij was de personificatie van het begrip hybris. Ze bracht haar meeste tijd onder de stervelingen door.

Het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden

Om het jaar bezoeken 1 en 2 gym het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Nederlands’ mooiste museum over de oudheid.

Kijk hier naar ons laatste bezoek in 2011.

Het Griekse theater

Hier zie je het oude theater van Epidauros ( Ἐπίδαυρος) Een gaaf voorbeeld van een antiek Grieks theater.Ook als de acteurs fluisterden kon je het bovenaan nog verstaan.De Griekse theaters hadden een geweldige akoestiek.
Bezoek het theater

Het theater van Epidauros is één van de best bewaarde in soort in Griekenland. Het was ontworpen in het midden van de 4e eeuw v. Chr., door de architect en beeldhouwerPolykleitos de Jongere , die eveneens verantwoordelijk is voor de tholos ( een ronde tempel) . De toeschouwersruimte staat rond een cirkelvormige orchestra. Het orchestra was een ommuurde cirkel van aangestampte klei, en in het midden ervan stond een altaar van Dionysos als god van de wijn en vreugde. Het heeft een diameter van ruim 20 meter. Aan het verschil in vorm van de onderste en bovenste rijen is duidelijk te zien dat er twee bouwfasen zijn geweest. Er waren eerst 34 rijen zitplaatsen, een eeuw later is dit met 21 plaatsen uitgebreid, zodat het aantal toeschouwers van 6500 naar 12.300 steeg. De eerste rij was voor de aanzienlijke mensen, en de eerste drie zitplaatsen waren voor de eregasten. Die waren rood en hadden een rugleuning. Ook waren ze wat lager dan gewoonlijk zodat ze op een kussen konden zitten. Onder de zitplaatsen zat een soort boog die het geluid terugkaatste, wat samen met de vazen onder het podium voor een goede akoestiek zorgde. De westelijke zijdeur waardoor het koor eerst opkwam is gemaakt uit brokstukken van de oude zijdeuren, de oostelijke is gemaakt uit nieuw materiaal. Van het oorspronkelijke kerngebouw is alleen nog maar een zaaltje met vier zuilen over. Door de smalle opening kwam je op een trap die je naar het toneel leidde. Van het oorspronkelijke toneelgebouw is bijna niets meer over: alleen de kern, een zaaltje met 4 zuilen. Het theater werd gebouwd toen Aischylos, Sophokles en Euripides al twee eeuwen dood waren, maar hun werken werden toch veel gespeeld tijdens de toneelfeesten. Er werd namelijk eens in de 4 jaar de grote Asklepieia gehouden, ook wel panhellenische spelen genoemd. Eerst waren er alleen sportwedstrijden, maar later ook wedstrijden tussen zangers, musici en toneeldichters in het theater, en kwamen er wagenrennen in het stadion. Asklepios was de god van de geneeskunst. Nog steeds worden hier elke zomer worden antieke tragedies in het Nieuwgrieks opgevoerd.

KIJK OOK HIER VOOR MEER INFORMATIE OVER EPIDAUROS

LEES MEER OVER THEATER IN HET OUDE HELLAS

Het Rijk van Ashoka 265 v Chr.

het Rijk van Ashoka in 265 v Chr.

Asoka de Grote (of AshokaAśoka) was de heerser van het Mauryaanse Rijk van 268 tot 231 voor Christus. Na een bloedige en gewelddadige overwinning op Kálinga, een combinatie van het huidige Orissa en Andhra Pradesh, kreeg hij spijt van het leed dat hij met deze oorlog anderen had aangedaan, en bekeerde zich tot het boeddhisme. De naam Asoka is Pali voor “vrij van zorgen, vrij van leed, vrij van verdriet”.

Asoka erfde en verenigde een enorm grondgebied, groter dan het huidige India. Tot zijn rijk behoorde het grootste deel van het Indische subcontinent, van het huidige Afghanistan tot Bengalen en zo ver zuidwaarts als Mysore.

Asoka was de zoon van de Mauryaanse keizer Bindusara en een koningin genaamd Dhamma. Asoka had verscheidene oudere broers en zussen en één jongere: Vitasoka. Wegens zijn voorbeeldige intellect en strijdvaardigheid wordt gezegd dat hij de favoriete kleinzoon was van zijn grootvader Chandragupta Maurya, die zijn land tegen de invallen van Alexander de Grote beschermd had. De legende gaat dat toen Chandragupta Maurya zijn imperium voor het jaïnistische monniksleven verruilde, hij zijn zwaard wegwierp. Asoka vond het zwaard en hield het.

Koning Asoka wordt in alle boeddhistische scholen als een grote promotor en beschermer van het boeddhisme beschouwd, en als het voorbeeld van een ideale, vredesgezinde en rechtvaardige koning, die het beste met zijn volk voorheeft.

In 250 v Chr. vond onder de patronage van koning Asoka de derde boeddhistische raadsvergadering plaats. Na afloop van deze raadsvergadering zond koning Asoka verscheidene groepen monniken naar verschillende regio’s in de aan hem bekende wereld, waaronder de Griekse staat Bactria, Nepal, Birma, Sri Lankaen mogelijk ook naarAlexandrië  (in het huidige Egypte), Antiochië (in het huidige Turkije) en Athene.

 Vroege geschiedenis van het boeddhisme voor meer informatie over de bekering en boeddhistische missies van koning Asoka.

De pilaren van Asoka

Bestand:Emblem of India.svg

Het huidige embleem van India is een weergave van de top van een van de pilaren van koning Asoka, gevonden in Sarnath. Ook de vlag van India bevat een onderdeel van dezelfde pilaar. Koning Asoka liet deze pilaren op belangrijke plaatsen in zijn rijk neerzetten, met inscripties over het religieuze leven, zijn beleid als koning en over hervormingen die hij doorvoerde. De religieuze inscripties betreffen veelal praktische boeddhistische leringen, maar ook leringen van andere religies als het jaïnisme en het brahmanisme. In deze inscripties maande koning Asoka zijn volk ook aan om religieuze tolerantie te praktiseren.

De Britse auteur H.G. Wells schreef over koning Asoka:

«In de geschiedenis van de wereld zijn er duizenden koningen en keizers geweest die zich ‘grootheid’, ‘majesteit’ en ‘edelachtbare’ noemden. Zij glansden voor een kort ogenblik, en verdwenen snel. Maar Asoka glanst en glanst helder als een heldere ster, zelfs tot de dag van vandaag.»

De Edicten van Ashoka vind je hier :

http://www.cs.colostate.edu/~malaiya/ashoka.html

Een van de zuilen van Ashoka ( Lumbini Nepal) foto : mr. Lee 2011