1566 de Beeldenstorm

De zomer van 1566 was een rare zomer, zeiden de mensen. Er gebeurde zoveel, zo heftig en zo snel achter elkaar. Ze waren verbaasd over wat er gebeurde en er gingen de wildste verhalen rond. 1566 werd al snel ‘het wonderjaar’ genoemd.

Mensen worden achtervolgd

Op 5 april boden tweehonderd edelen Margaretha van Parma een verzoekschrift aan. Margaretha was landvoogdes, zij regeerde de Nederlanden in opdracht van koning Filips de Tweede. In het verzoekschrift vroegen de edelen haar om een einde te maken aan degeloofsvervolgingen, waardoor steeds meer protestantse mensen de gevangenis ingingen. Ze werden ketters genoemd, omdat ze het niet eens waren met de rooms-katholieke kerk.

Wij zijn geuzen, zeiden de edelen

Margaretha schrok van het hoge aantal edelen voor haar deur, maar een raadsheer zei spottend: ‘Het zijn maar geuzen (bedelaars).’ Een paar dagen later sloten deze edelen een verbond en noemden zich ‘geuzen’. Voortaan droegen ze een bedelnap aan hun riem en een munt om hun nek. Zo kon je ze herkennen.

De mensen waren ontevreden

Margaretha twijfelde wat ze moest doen en de geuzen maakten daar gebruik van. Ze vertelden steeds vaker openlijk dat ze het niet langer pikten. Ze wilden verandering. Daardoor durfden meer mensen te protesteren. Mensen die voor ‘het nieuwe geloof’ waren, kwamen in de open lucht bij elkaar. Samen luisterden ze naar toespraken van rondtrekkendepredikanten. Zo’n bijeenkomst heette een hagenpreek.

Kloosters en kerken worden bestormd

Op 10 augustus liep het uit de hand. Na een hagenpreek bestormden de mensen eenklooster. Ze vernielden beelden en namen heel veel spullen mee. Dat was in de buurt van Steenvoorde, dat ligt in de Vlaamse Westhoek. In de maanden daarna werden ook andere kerken en kloosters geplunderd. Eerst alleen in de Vlaamse Westhoek, maar al snel ook inVlaanderen en Brabant. Eind augustus sloeg het over naar de noordelijke Nederlanden.

Wat kun je doen als je boos en arm bent?

Het bestormen en plunderen van kerken en kloosters werd de Beeldenstorm genoemd. De ‘beeldenstormers’ kwamen niet uit één groep van de bevolking. Rijk en arm, man en vrouw, oud en jong deden mee. Ze vernielden heiligenbeelden en kunstwerken. Ze namen de voorraad van de kloosters mee.
Er waren verschillende redenen waarom ze het deden. De vervolgingen van ketters waren vreselijk. Doodgewone mannen en vrouwen die geen vlieg kwaad deden, waren opgepakt. De oogsten mislukten jaar na jaar en er was veel armoede en werkloosheid. Sommigen haatten de, vaak rijke, pastoors en kloosterlingen. Ze werden voorgetrokken, vonden ze. Anderen deden uit nieuwsgierigheid mee.

Heiligenbeelden waren nergens voor nodig

De mensen van het nieuwe geloof, de calvinisten, wilden vooral de kerk bevrijden van bijgeloof. Ze vonden dat de rooms-katholieke kerk met zijn altaren en heiligen een poppenkast was geworden. Daarom vernielden ze de symbolen van de rooms-katholieke kerk. Ze dronken de miswijn op, voerden de ouwels aan de vogels en smeten de heiligenbeelden kapot. Dat waren ‘valse’ heiligen, zeiden ze, alleen God en Jezus Christus waren echt. Ze wilden laten zien dat het christelijk geloof al die onzin niet nodig had. Ze wilden terug naar het zuivere geloof van de eerste christenen. In de rooms-katholieke kerk waren te veel oneerlijke mensen die macht en rijkdom wilden. Ze wilden weer een kerk waar Gods woord het belangrijkste was en de Bijbel werd gelezen en uitgelegd.

De moord op Willem van Oranje 1584

http://www.schooltv.nl/video/de-moord-op-willem-van-oranje-leider-van-de-opstandelingen/#q=categorie%3A%22Geschiedenis%22

Willem van Oranje

Wie was Willem van Oranje?

willemii
Na zijn dood is er voor Willem van Oranje een monumentaal praalgraf gebouwd in de Nieuwe Kerk in Delft. Een eerbetoon aan de ‘Vader des Vaderlands’, zoals hij wordt genoemd. Wie was Willem van Oranje en waarmee heeft hij die erenaam verdiend?
Jeugd
Willem van Oranje werd in 1533 geboren op de Dillenburg, het kasteel van de familie Nassau, in het Duitse rijk. Zijn vader en moeder waren graaf Willem van Nassau en gravin Juliana van Stolberg. Willem kreeg later nog een paar broers.
De achternaam Oranje kreeg hij in 1544 door een erfenis van een oom, die kinderloos stierf. Die oom was heer van het prinsdom Orange, een streek in Frankrijk.
De familie Nassau had ook bezittingen in de Nederlanden. Daarom behoorde prins Willem in de Nederlanden tot de hoge edelen.

Naar Brussel
Over de Nederlandse gewesten regeerde keizer Karel V. Omdat Willem van (Oranje) Nassau tot de belangrijkste Nederlandse edelen behoorde, wilde de keizer dat de jonge prins Willem aan het hof in de hoofdstad Brussel werd opgevoed.
Willem was pas elf jaar toen hij het familiekasteel de Dillenburg met zijn vader en moeder en zijn broers verliet.
Willem moest zich voorbereiden op een belangrijke positie in de Nederlanden.
Karel V

Aan het hof In Brussel kreeg de jonge Willem les in krijgskunde en politiek. Ook maakte hij met de landvoogdes (die in naam van de keizer over de Nederlanden regeerde) een rondreis door het gewest Holland. Zo leerde hij belangrijke edelen in de Nederlanden kennen, zoals bijvoorbeeld graaf Egmont en graaf Hoorne.
Verdeeld geloof
In 1555 werd Karel V opgevolgd door zijn zoon Filips II. De koning woonde voornamelijk in Spanje. Vandaar uit regeerde hij over zijn uitgestrekte rijk. Ook Amerika hoorde daarbij.
Filips II maakte zich grote zorgen over het groeiend aantal protestanten in de Nederlanden. Zij hadden grote kritiek op de rooms- katholieke kerk en volgden de leer van de opstandige monnik Maarten Luther in het Duitse rijk en Johannes Calvijn in Genève.

Onrust in de Nederlanden
In de ogen van koning Filips II waren de protestanten ketters, afvalligen van het ware katholieke geloof. Hij liet hen vervolgen en ernstig straffen: martelingen tot zelfs de brandstapel toe. Veel Nederlanders kwamen hiertegen in verzet.
Ook de edelen hoorden daarbij. Zij maakten zich bovendien zorgen, omdat koning Filips II hen steeds minder inschakelde in het landsbestuur.
In 1566 sloegen protestanten de beelden van heiligen in veel kerkgebouwen kapot, de beeldenstorm. In reactie stuurde koning Filips II een Spaans leger onder leiding van de hertog van Alva naar de Nederlanden.
Willem van Oranje wachtte dat leger niet af. Hij vluchtte naar het familieslot de Dillenburg.

Onderdrukking onder Alva  1566Alva1

 

Alva wilde in de Nederlanden een belasting heffen, zodat Filps II niet meer telkens geldzorgen zou hebben. Hij voerde de Tiende Penning in, een belasting die handel en industrie veel duurder maakte.
Mensen waren heel boos over de Tiende Penning. Winkels werden gesloten. In Brussel staakten de bierbrouwers hun werk. Alva zette met harde hand door. Hij liet mensen ter dood veroordelen. Het verzet werd hierdoor nog groter.
Opstand 1568
Vanuit de Dillenburg gaf Willem van Oranje leiding aan de opstand in de Nederlanden tegen koning Filips II en zijn landvoogd Alva. Hij stelde aanvals- plannen op en zorgde voor geld voor de legers.
Na de inname van Den Briel in 1572 door de Watergeuzen, verklaarden zich meer steden voor de prins van Oranje. Alva belegerde die steden, maar het lukte hem niet om ze in te nemen.
Het gebied van de opstand werd steeds groter. In 1581 verklaarden de opstandige gewesten dat Filips II niet langer hun koning was. Dit werd verklaard in de Acte van Verlating.

Moord 1584

Een aanslag op de prins behoorde voortdurend tot de mogelijkheden. Hij was immers de leider van de opstand in de Nederlanden. Op 10 juli 1584 lukte het Balthasar Gerards de prins van het leven te beroven.
De moord gebeurde in het woonhuis van de prins in Delft. De opstandige gewesten moesten nu zonder de leiding van Willem van Oranje de strijd tegen Spanje voortzetten. Uiteindelijk erkende Spanje de Republiek der Verenigde Nederlanden als onafhankelijke staat in 1648. Dit was bij de Vrede van Munster.

Obama en de Acte van Verlaetinghe

rijksmuseum%20obama%20rutte%20anp

President Obama bekeek op 24 maart 2014 in het Rijksmuseum de Acte van Verlaetinghe, het stuk waarin de Staten Generaal in 1581 Filips II als vorst in de Nederlanden afzetten.

De opstellers van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776 werden door de Acte van Verlating sterk geinspireerd. Ook zij zetten hun vorst af. Koning George van Groot Brittannie reageerde met strijd die de Amerikaanse rebellen wonnen. De Verenigde Staten werden geboren. Nederland erkende als tweede land de VS.

Het plakkaat van verlating

Door: Luc Panhuysen

Historisch Nieuwsblad 2/2008

‘Houdt op in mijn tuin te wroeten, Spaanse beren’

Het Plakkaat van Verlatinghe (1581) wordt gezien als een eerste aanzet tot de stichting van een aparte, eigen staat. Maar met dit geschrift legde de jonge Republiek haar lot ook in handen van een vreemdeling. Het tekent deze fase van de Opstand, waarin Willem van Oranje nog niet geloofde dat hij zich op eigen kracht van de Spanjaarden kon ontdoen.

De stichting van een eigen staat

Het woord ‘opstand’ heeft een fiere klank. Het drukt trots uit; ‘opstaan’ tegen een tiran beschrijft een beweging die uitmondt in een rechte rug en opgeheven kin. De Nederlandse Opstand tegen de Spaanse overheersing (1568-1648), ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd, heeft precies die suggestie. Hier is een volk dat doelbewust de slavernij afschudde om zelf het heft in handen te nemen. De Opstand staat bekend als een verhaal met een happy end, waarin Willem van Oranje de rol van ‘vader des vaderlands’ op zich nam. Niets was logischer dan dat de Nederlandse Republiek een halve eeuw later zou opklimmen tot een van de belangrijkste machten van Europa en met haar handelsvloot over de golven zou heersen.

De Opstand staat bekend als een verhaal met een happy end

Maar het succesverhaal had een hopeloos eerste bedrijf. De opstandelingen liepen niet rechtop, hun houding leek eerder op een chronische buiging. Dit komt goed tot uiting in een van de belangrijkste documenten uit de Nederlandse geschiedenis, het zogeheten Plakkaat van Verlatinghe van 26 juli 1581. Het is het eerste geschrift waarin een aanzet wordt gegeven tot de stichting van een aparte, eigen staat. Tegelijkertijd laat het zien hoe moeilijk het nog was voor de zestiende-eeuwers om zich geheel op te richten. De glorieuze Republiek van het midden van de volgende eeuw lag nog mijlenver buiten het bereik van hun voorstellingsvermogen.

Spaanse varkens

De situatie van die tijd laat zich goed illustreren aan de hand van een pamflet dat in 1580 van de pers kwam. Het had de titel: Houdt op in mijn Tuin te wroeten, Spaanse varkens! Dergelijke pamfletten hingen overal aan de muur in kroegen en in de gelagkamers van herbergen. Dit pamflet bestond voor het grootste deel uit een prent, waarop een heleboel varkens zichtbaar waren.

Het varken stond symbool voor de Spanjaard. Varkens wroeten in de grond

Het varken stond symbool voor de Spanjaard. Varkens wroeten in de grond naar rapen en knollen. Ze copuleren in het wilde weg. Eén varken met een crucifix om de nek zeult op een slede haar talrijke en weldoorvoede kroost met zich mee. Zo ver het oog reikt krioelt het varkensvolk, ze putten het land uit en vallen de andere dieren lastig. Ergens wordt een ezel besprongen, elders duwt een Spanjaard zijn neus in de wollige buik van een lammetje, zinnebeeld van onschuld.

Geen zestiende-eeuwse bezoeker zal moeite hebben gehad er de actualiteit in te herkennen. Op dat moment hadden grote delen van de Zuidelijke Nederlanden veel last van rondzwervende plunderende soldaten. De Spaanse regering kon haar soldaten dikwijls niet betalen, zodat zij zelf aan voedsel moesten zien te komen. Een leger had al snel de omvang van een bescheiden stadsbevolking. Als deze hongerige mensenmassa ergens neerstreek, sloeg onverbiddelijk schaarste toe en schoten de voedselprijzen omhoog. Ook verliep zulke foeragering doorgaans niet geweldloos. Al jarenlang vraten de Spanjaarden op kosten van de boeren en de burgers van Vlaanderen, Henegouwen en andere provincies in de Spaanse Nederlanden.

De Hollandse Tuin

Op de prent was slechts één gebied verschoond van de knorrende Spanjolen. Dat was het cirkelvormige lapje grond waaromheen een haag van wilgentenen was gevlochten: de Hollandse Tuin. De Hollandse Tuin zou in de nationale iconografie een glanzende toekomst tegemoet gaan. Dit is een van de eerste keren dat hij opduikt. In de Hollandse Tuin heerst veiligheid en rust, want in het midden ervan staat een leeuw. Het is de klimmende leeuw uit het wapen van het gewest Holland, die met een knots de Hollandse Tuin verdedigt. Onder aan het pamflet staan de woorden die de leeuw het ongedierte aan de andere kant van de schutting toebrult:

Op de prent was slechts één gebied verschoond van de Spanjolen: de Hollandse Tuin

Houdt op in mijn tuin te wroeten, Spaanse beren
Wilt uw varkensrug toch achterwaarts trekken,
Of mijn knots zal het u leren
Die u het hoofd zal breken en de hals zal rekken.
De edele prins waarmee u meent te gekken
Zal te water en te land u bespringen al,
Vertrekt met uw vuile zeugen en jongen spekken
Rent, guiten, rent voordat de geus u daartoe dwingen zal.

Het is kranige taal, die een leeuw natuurlijk niet misstaat. Hier zijn de spierballen van de opstandelingen aan het woord. Kroegtijgers en herbergbezoekers zullen de koning der dieren hebben toegedronken en zich een paar pullen later hebben bescheurd om de degradatie in Gods schepping waaraan de tekenaar de Spaanse vijand had onderworpen. De Spanjaarden werden na bijna dertig jaar van opstand inmiddels unaniem gezien als wrede indringers.

Besef van eigenheid

Protestanten haatten de soldaten van de in-katholieke Filips II, koning van Spanje, maar ook katholieken zagen hen liever gaan dan komen. Niemand was vergeten dat nog geen tien jaar eerder Zutphen was uitgemoord, of de complete bevolking van Naarden over de kling was gejaagd. Ook herinnerde iedereen zich nog de Tiende Penning, en al die andere torenhoge belastingen die namens Filips waren geheven. In tien jaar tijd was Willem van Oranje, ‘de edele prins’, als leider van de Opstand een beroemdheid geworden met een grote aanhang. De provincies Holland en Zeeland hadden hem een paar jaar geleden, in 1575, al de Hoge Overheid opgedragen. Er was zowaar iets van een besef van eigenheid aan het ontstaan.

Er was iets van een besef van eigenheid aan het ontstaan

De Hollandse Tuin verwees naar die eigenheid, die was gebaseerd op veiligheid en vrijheid. In de uitgestrekte ruimte van Spaanse tirannie en de chaotische willekeur van de Tachtigjarige Oorlog hadden de bewoners van de Noordelijke Nederlanden, met name die van Holland en Zeeland, eigenhandig een enclave uitgehakt waar ze hun eigen religie konden beoefenen. Hier waren ze meester over het geld dat ze hadden verdiend en bepaalden zij zelf welke religie ze aanhingen.

Unie van Atrecht

Scheert u weg, Spaanse varkens, ‘of mijn knots zal het u leren’ – een minder benevelde kroegbezoeker beluisterde in het brullen van de leeuw ook de nodige angst. Want de koning der dieren overschreeuwde zichzelf, iedere goed ingevoerde pamflettenlezer wist dat. De Spaanse wapens waren de laatste tijd juist erg succesvol.

De Unie van Atrecht was een verdrag waarin rust en veiligheid de doorslag had gegeven

Eerst was daar in 1578 de rampzalige Slag bij Gembloers geweest. De toenmalige Spaanse landvoogd don Juan, zoon van de Spaanse koning, had toen een klinkende overwinning behaald op de opstandelingen. Door deze veldslag waren Henegouwen, Limburg en een deel van Brabant voor de Opstand verloren gegaan. Voor de ‘edele prins’ stonden de zaken er allerminst gunstig voor. Oranje wilde immers dat alle zeventien Nederlanden, de noordelijke en de zuidelijke provincies, zich verenigden achter één doel, namelijk de oorlogvoering tegen koning Filips. Maar in het jaar na de Slag van Gembloers was dat schone ideaal in duigen gevallen.

In 1579 werd de Unie van Atrecht gesloten, waarmee Henegouwen en Artesië zich verenigden in hun verlangen terug te keren onder de heerschappij van Spanje. In ruil voor hun aanhankelijkheid wilden ze dat de plunderende Spaanse soldaten uit hun gebieden werden teruggetrokken. De Unie van Atrecht was een katholiekgezind verdrag, waarin vooral het verlangen naar rust en veiligheid de doorslag had gegeven.

Unie van Utrecht

In dezelfde maand januari had de Unie van Utrecht het licht gezien, waarmee Vlaanderen, Brabant, Zeeland, Holland, Utrecht, Gelre, Overijssel, Groningen en Friesland zich verbonden in het besluit om de Opstand door te zetten. Deze Unie was een overwinning geweest van de radicale calvinisten; vrijheid van godsdienst werd beleden, maar nergens wettelijk gewaarborgd. Dat was een zware slag voor Willem als bruggenbouwer.

Vrijheid van godsdienst werd beleden, maar nergens wettelijk gewaarborgd

Daarbij was het niet gebleven. In de zomer van 1579 was de belangrijke vestingstad Maastricht veroverd door de hertog van Parma. Dat werd algemeen beschouwd als een blamage voor de prins van Oranje, die dit toch had moeten zien te voorkomen. Het was moeilijk geworden om vertrouwen te houden. Ook had een belangrijk medestander, de graaf van Rennenberg, die vier jaar eerder was overgelopen naar Oranje, de opstandelingen weer in de steek gelaten.

Rennenberg was stadhouder van de noordelijke provincies; zijn desertie kwam de Nederlanders duur te staan. Hij veroverde Coevorden en Oldenzaal, waardoor de Spanjaarden ineens weer houvast hadden in de Noordelijke Nederlanden.

Hertog van Anjou

Het zag er in deze tijd helemaal niet rooskleurig uit voor de opstandelingen. Een nuchtere kroegbezoeker kon het niet ontgaan dat de tekenaar van het pamflet een aantal varkens reeds hun voorpoten begerig op de schutting van de Hollandse Tuin had laten zetten.

Anjou kreeg de soevereiniteit aangeboden, in ruil voor militaire en financiële steun

In het jaar dat dit pamflet werd gepubliceerd, hadden de Staten-Generaal een overeenkomst gesloten met de hertog van Anjou, de broer van de koning van Frankrijk. Anjou kreeg de soevereiniteit aangeboden, in ruil voor militaire en financiële steun. Het was een opmerkelijk besluit: de opstandige Nederlanden hadden een nieuw staatshoofd benoemd terwijl het oude, Filips, juridisch gezien nog altijd in functie was. Om deze hindernis uit de weg te ruimen werd op 26 juli 1581 het Plakkaat van Verlatinghe aangenomen.

Een aantrekkelijke bondgenoot

Voor het eerst werd onomwonden en zwart op wit verklaard dat de Spaanse koning niet langer de trouw van zijn Nederlandse onderdanen verdiende. ‘Iedereen weet dat een Prins van een land door God is aangesteld als hoofd over zijn onderdanen,’ luidde de eerste zin, ‘om te beschermen tegen al het ongeluk, overlast en geweld zoals een herder zijn schapen beschermt.’ Daarom werd de herder in Madrid verlaten. Tegelijkertijd leverde het land zich uit aan een vreemdeling.

De hertog van Anjou leek een voor de hand liggende bondgenoot

Op het moment dat Anjou instemde met het verzoek van de prins van Oranje en de Staten-Generaal was hij een cynisch heerschap. Anjou had te lang in de schaduw van zijn grote broer, koning Henri III, moeten leven. Een losbandig leven als drinkebroer en fuifnummer had zijn gezicht omgetoverd tot een ruïne, dat alleen met de poederdoos toonbaar kon worden gemaakt. Hij was ijdel en eerzuchtig; volgens de historicus Van der Lem was de man ‘een onbetrouwbare griezel’.

Maar Willem zag in de hertog een geestverwant, en heel vreemd was dat niet. Bij veel protestanten stond de hertog bekend als een criticaster van zijn broer Henri, van wie hij vond dat hij zich door de katholieken liet ringeloren. Anjou had, hoewel zelf katholiek, tijdens de Franse godsdienstoorlogen sympathie getoond voor de hugenoten, de Franse protestanten. De hertog leek dus een voor de hand liggende bondgenoot. Het feit dat hij een machtige broer achter zich had, maakte hem bovendien een aantrekkelijke bondgenoot.

Verdediger van de Vrijheden der Nederlanden

Was het niet veel logischer geweest als de prins van Oranje de soevereiniteit aangeboden had gekregen? De prins had immers zijn ziel en zaligheid aan de Opstand verbonden. Onvermoeibaar had hij alle partijen bij elkaar proberen te houden, de calvinistische drijvers en de katholieke sympathisanten. Was hij niet precies de bindende figuur die de opstandelingen nodig hadden? Maar uit de oprichting van de Unies van Atrecht en Utrecht was wel gebleken dat zelfs Oranje de middelpuntvliedende krachten niet langer kon beteugelen. Bovendien had de Opstand in de hertog van Parma een briljante veldheer als tegenstander gekregen.

Anjou werd in het Plakkaat ‘de Verdediger van de Vrijheden der Nederlanden’ genoemd.

Het was dan ook Willem van Oranje zelf geweest die zich had beijverd voor het aanzoek aan de hertog van Anjou. Hij geloofde niet dat de Nederlanden zich op eigen kracht van de Spaanse overheersing konden ontdoen. Zelf had hij geen cent meer om soldaten te betalen. De provincies hielden de hand op de knip, bang dat als zij eerst gaven, de andere zouden achterblijven. Waar moesten de noodzakelijke troepen vandaan komen? Het antwoord luidde: uit Frankrijk. De hertog van Anjou zou 10.000 soldaten meebrengen voor directe inzet tegen de Spanjaarden.

Anjou werd in het Plakkaat ‘de Verdediger van de Vrijheden der Nederlanden’ genoemd. De verdediger had echter weinig haast om zich naar de drassige oorden in het noorden te begeven. Ruim een jaar na zijn aanstelling liet hij zich pas zien. Toen hij in Vlissingen aan wal stapte, maakte Oranje als eerste een knieval voor hem. Het was een buiging in haar nederigste vorm. De 10.000 Franse soldaten gaven vriend en vijand de indruk dat de opstandelingen nu definitief de bovenliggende partij zouden worden. De lijn-Oranje leek de toekomst te hebben.

Verzet van Antwerpen

Maar in plaats van het voortouw te nemen in de strijd tegen de gemeenschappelijke vijand, beraamde Anjou een plan om de grootste stad in de Nederlanden, Antwerpen, aan zich te onderwerpen. De opzet lekte uit, zodat de aanvallers zich volkomen verslikten in het vastberaden verzet van de Antwerpenaren. Meer dan 1500 Fransen vonden de dood. Het was een verlies voor Anjou waarvan hij zich niet meer kon herstellen; in de zomer van 1583 verliet hij de Nederlanden voorgoed. Het was tevens een bittere nederlaag voor Willem van Oranje.

De opzet lekte uit, zodat de aanvallers zich verslikten in het verzet van de Antwerpenaren

De tegenslagen bleven elkaar opvolgen. Parma kon van de verwarring in het Nederlandse kamp gebruikmaken om de hele Vlaamse kust in te lijven. En dit was slechts een ouverture voor de inname van Ieper, Brugge en Gent. Antwerpen viel in 1585. De Opstand bevond zich in een kritieke fase.

Willem van Oranje vogelvrij verklaard

Maar, zoals de historicus Van Deursen terecht schreef, ook al werd de oorlog weinig voorspoedig gevoerd, de bitterheid van de vijand was een bemoedigend teken. In 1580 had Filips tegen de prins van Oranje een ban-edict uitgevaardigd. Hierin werd Willem afgeschilderd als een godloochenaar, een bigamist, een zuipschuit, iemand die uit eigenbelang een heel volk in het verderf stort; welbeschouwd was Oranje de enige hinderpaal tussen een verzoening tussen de wettige koning en de Nederlanden. Filips had de prins vogelvrij verklaard, diegene die hem om het leven wist te brengen kreeg een beloning van 25.000 gouden kronen. Bovendien zou zijn hele familie in de adelstand worden verheven.

De oproep om Willem van Oranje te vermoorden was een appèl aan het adres van religieuze fanatici

De prins had hierop gereageerd met de publicatie van zijn Apologie. Hierin werden alle aantijgingen omstandig weerlegd en werd de tegenpartij vele bladzijden achtereen met pek overgoten. Propagandistisch waren de ban en de apologie in dezelfde stijl, al had Willem geen beloning uitgeloofd voor de moordenaar van Filips.

De oproep om de aartsketter Willem van Oranje te vermoorden was een appèl aan het adres van religieuze fanatici, die hun leven wilden opofferen in ruil voor een plek in de hemel en verheffing van hun bloedverwanten. In 1582 waagde de eerste kandidaat een poging. Willem werd door zijn kaak geschoten en balanceerde wekenlang op de rand van de afgrond. Dankzij de zorgen van zijn vrouw, die dag en nacht haar duim op het kogelgat moest houden, herstelde hij. Zij overleed echter als gevolg van oververmoeidheid.

Het einde van Willem van Oranje

Op 10 juli 1584 maakte Balthasar Gerards zijn opwachting in het trappenhuis van het Delftse Prinsenhof. Hij slaagde wel. Willem werd dodelijk in de borst getroffen en zakte door zijn benen. Zijn laatste woorden waren: ‘Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en dit arme volk.’

‘Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en dit arme volk.’

De Opstand was zijn leider kwijt. Ondertussen zette de hertog van Parma zijn veroveringstocht voort, deels met sluw onderhandelen, deels met wapens. Steeds meer steden vielen in zijn handen. Brussel werd weer Spaans; in 1585 viel Antwerpen, na een meesterlijk uitgevoerd beleg. Weer keken de opstandige gewesten om zich heen voor hulp; ditmaal ging de Engelse koningin Elizabeth op hun verzoek in. Ze stuurde haar vertrouweling de graaf van Leicester. Een nieuw Plakkaat van Verlatinghe hoefde in ieder geval niet meer te worden aangenomen; je kon een vorst maar eenmaal verlaten.

Maar ook Leicester faalde. Hij vertrok in 1587. Daarna zag men geen heil meer in de import van vreemde staatshoofden. De tijd van buigen was voorbij. Ook was het gevoel van eigenheid toegenomen. Er liep wel degelijk een schutting van taaie wilgentenen rond de Noordelijke Nederlanden. Onder leiding van het duo prins Maurits, Oranjes tweede zoon, en de Hollandse landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt zou de Hollandse Tuin weer vrij worden gemaakt van wroetende varkens.

Luc Panhuysen schreef De ware vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt

Het beleg van ’s Hertogenbosch 1629

Frederik Hendrik , Prins van Oranje belegerde ’s Hertogenbosch in 1629.Het gebied rondom de stad was onder water gezet, maar de Staatse belegeraars maalden het land weer droog en de stad viel in hun handen. De katholieke priesters en kloosterlingen moesten de stad verlaten. De bisschop verliet de stad en vluchtte naar Mechelen in het Spaanse gebied. De Sint Jan werd een protestantse kerk tot de teruggave aan de katholieken in de tijd van Napoleon.

De belegering van ’s Hertogenbosch 1629

Willem van Oranje 1533 – 1584

Willem van Oranje was een edelman die als jongeman veel wilde bereiken. Hij groeide uit tot een dwarsligger, een rebel. Toch wordt hij vaak de ‘vader des vaderlands’ genoemd. Hij legde de basis voor een nieuwe Nederlandse staat. Ook al was dat niet zijn bedoeling geweest…

Ineens was Willem een prins

Willem werd in 1533 op slot Dillenburg in Duitsland geboren. Toen hij 11 jaar oud was, erfde hij het prinsdom Oranje in Frankrijk. Voortaan was hij een prins. Karel de Vijfde eiste dat de nieuwe prins rooms-katholiek zou worden opgevoed, ook al waren zijn ouders protestant. Daarom groeide Willem vanaf zijn twaalfde op aan het keizerlijk paleis in Brussel. Hij kreeg een Franstalige opvoeding, want dat paste bij zijn stand.

Willem verzette zich tegen Filips II

Vanaf 1555 kreeg Willem van Oranje belangrijke banen. Hij werd lid van de regering, baas van het leger en  stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Willem werd één van de belangrijkste edellieden in de Nederlanden. Maar hoe belangrijker hij werd, hoe slechter het ging tussen hem en zijn koning, Filips II. De edelen die met Willem bevriend waren, waren het ook niet eens met Filips II. Net als Willem wilden de edelen dat Filips II minder streng was tegen de ketters. Ze waren er ook tegen dat Filips steeds meer ambtenaren stuurde om het land te besturen. Die ambtenaren waren namelijk geen edellieden. En dat betekende dat de edelen steeds minder macht kregen.

Daar komt ons volkslied vandaan

Willem en Filips II kregen steeds vaker ruzie. Na de Beeldenstorm in 1566 vluchtte Willem naar Dillenburg. Hij wilde van daaruit een einde maken aan de regering van de hertog van Alva. Alva was aangesteld door koning Filips II om in Nederland de orde terug te brengen. Vanaf 1568 deed Willem met zijn leger gewapende invallen in de Nederlanden. Maar hij voerde de strijd ook op een andere manier: via folders, strijdliederen en spotprenten. Aan die strijd hebben we ons volkslied, het Wilhelmus, te danken.

Bijna was het gelukt

In het begin hadden Willem van Oranje en zijn edelen niet veel succes. Pas toen dewatergeuzen op 1 april 1572 Den Briel veroverden, kreeg de  opstand van Willem van veel meer kanten steun.
Het lukte Filips niet om de opstandelingen in Holland en Zeeland te verslaan. Dat was ook te danken aan het doorzettingsvermogen van Willem van Oranje. In 1576 sloten Holland en Zeeland in Gent vrede met de andere gewesten van de Nederlanden: de ‘Pacificatie’ van Gent. Het ideaal van Oranje was ineens heel dichtbij. Hij wilde graag dat de zeventien Nederlanden onder leiding van de adel één land vormden. Een land waarin de verschillende godsdiensten in vrede naast elkaar konden bestaan. Maar de vrede hield geen stand en de gewesten gingen weer uit elkaar.

Willem van Oranje wordt vermoord!

In 1580 loofde Filips II een beloning uit voor degene die Willem van Oranje zou doden. Willem schreef een brief om zich te verdedigen. En de Staten-Generaal van de opstandige gewesten schreven het ‘ Plakkaat van Verlatinghe’. Eigenlijk zeiden ze allebei hetzelfde: ze vonden dat ze gelijk hadden met hun opstand tegen Filips II. Hij was een heel slechte koning, een echte tiran, zeiden ze.
Op 10 juli 1584 werd Willem van Oranje doodgeschoten door Balthasar Gerards. Het leek even alsof Oranje niets had bereikt. Maar nog geen vijfentwintig jaar later hadden de opstandige gewesten zich ontwikkeld tot de Republiek der Verenigde Nederlanden. Willem van Oranje wordt gezien als degene die de basis had gelegd voor deze nieuwe staat.

Leo Belgicus


In de zestiende en zeventiende eeuw beeldden de kaartenmakers de Nederlanden af als de Nederlandse leeuw : de Leo Belgicus. Belgicus ? Ja, in de tijd van Caesar heette ons gebied Gallia Belgica. Later noemde men de Zuidelijke Nederlanden die na 1648 Spaans waren gebleven Belgie.

Placcaert van Verlaetinghe 1581

De Staten Generaal van de Verenigde Nederlanden zworen Filips II in 1581 af als Heer der Nederlanden. Hij had zich niet gehouden aan de opdracht zich als een goed herder over zijn schapen te gedragen. De rechten van de gewesten werden door zijn maatregelen niet gerespecteerd en de privilegies geschonden. Deze verklaring inspireerden later de Amerikaanse opstandelingen om hun vorst koning George van Engeland af te zweren en de Verenigde Staten van Amerika als onafhankelijk land uit te roepen.

Lees de oorspronkelijke zestiende eeuwse tekst : https://rythoviaan.wordpress.com/de-acte-van-verlaetinghe-1581/