De Verlichting of de Eeuw van de Rede 1650 – 1789

De Verlichting of de Eeuw van de Rede (van omstreeks 1650 tot de Franse Revolutie) is de reactie op het absolutisme die als filosofische beweging het denken, de wetenschap , de economie , de politiek , de cultuur, de opvoeding en de religie in de Westerse wereld wijzigde.De Verlichting wordt gezien als een van de pijlers van de Westerse beschaving die de doorslag gaf in de wording van de moderne wereld. Het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten vinden er hun wortels, net zoals het socialisme en het liberalisme .

De Verlichting kent een kritische en een constructieve zijde. De kritische zijde neemt het geloof en onredelijkheid op de korrel. De constructieve kant zoekt kennis (wetenschap) en nieuwe samenlevingsvormen met als idealen rechtvaardigheid en democratie. Het tegenovergestelde van de Verlichting is het obscurantisme. 17e-eeuwers en de 18e-eeuwers beschouwden hun tijd als verlicht, een tijd waarin zij het duistere verleden achter zich laten.

Verlichte burgers interesseren zich voor de wetenschap

John Locke 1632-1704

 

John Locke stond sterk onder invloed van de wetenschappelijke opvattingen van zijn tijd. Vooral de opvattingen en ontdekkingen van Isaac Newton hadden een grote invloed op hem.

Locke is de filosoof van de constitutionele staatsvorm. Locke vindt niet zoals Hobbes dat het gezag van de staat moest berusten op de angst van de mensen voor elkaar. Nee, het gezag van de staat moet berusten op de “vrije wil en het onderling vertrouwen van de onderdanen”. Deze zijn in de natuurstaat met elkaar overeengekomen onderling een verdrag te sluiten waarbij de natuurlijke rechten van de mens worden gewaarborgd. Deze natuurlijke rechten zijn o.a. het recht op leven, het recht op vrijheid en het recht op eigendom. De vorst heeft volgens het verdrag tussen hem en zijn onderdanen de plicht de “onvervreemdbare rechten die de natuur aan ieder mens gegeven heeft te respecteren en te handhaven.

Als een vorst zich niet aan dit “ sociaal verdrag “ houdt heeft het volk het recht hem af te zetten.

Daarom is het recht op revolutie gerechtvaardigd en de Engelsen konden zo ook rechtvaardigen dat zij hun koning Jacobus II afzetten en nieuwe trouw zworen aan de Stadhouder-Koning Willem III.

Voltaire 1694 – 1778

 

Voltaire, pseudoniem van François-Marie Arouet, ( 1694 – 1778  ) was een Frans schrijver,essayist  en filosoof. Hij kan worden beschouwd als de prominente voortrekker van de Franse Verlichting .Nooit heeft een schrijver zo het intellectuele leven van zijn tijd beheerst als Voltaire. De Duitse dichter Goethe stelde dat Voltaire de aanstichter was van de Franse Revolutie, omdat hij de oude banden van de mensheid zou hebben losgemaakt.
Lees meer op VOLTAIRE

Voltaire’s Lettres sur les Anglois. Dit is het begin van hoofdstuk 10

Jean Jacques Rousseau 1712 – 1778

Jean Jacques Rousseau was een romanticus, een politiek denker en een pedagoog. Hij wordt vaak tot de verlichtingsdenkers gerekend maar was dit  niet echt. Rousseau vereerde de mens in zijn natuurstaat. Onder invloed van de ontdekking van veel exotische gebieden zoals in de Stille Zuidzee, verheerlijkte hij de “bon sauvage“, de goede wilde die nog onbedorven door opvoeding en cultuur een ideaal voor hem vormde. Rousseau was geen klassieke verlichtingsfilosoof want hij stelde zich op tegen het rationalisme van de verlichting. Veeleer deed hij een beroep op de emotie dan op de ratio.

In de salons van de aristocraten baarde hij opzien door gekleed als een Amerikaanse beverjager of in Armeense klederdracht te verschijnen.

Je moet iets van Rousseau weten om te begrijpen hoe de Franse Revolutie kon ontstaan. Zijn ideeen over de Algemene Wil en het Sociaal Contract werden vereerd in de Franse Revolutie. Hij beschreef de verhouding tussen burger en gemeenschap, erkende de vrije wil maar maakte deze ondergeschikt aan de Algemene Wil. Daarin werd hij misschien ongewild een voorbereider van het totalitarisme van de twintigste eeuw.

Rousseau’s sociale contracttheorie start vanuit de gedachte dat de mens van nature vrij is maar in verhouding tot andere mensen voortdurend onder machtsrelaties gebukt gaat. Deze machtsrelaties zijn niet natuurlijk maar conventioneel (gevormd door gewoonte). Machtiger zijn dan de ander komt namelijk simpelweg voort uit kracht: wanneer iemand zijn kracht verliest, verliest hij daarmee ook zijn macht over de ander. Om deze reden kan volgens Rousseau uit kracht nooit een recht op macht over de ander voortvloeien. Het feit dat kracht volledig gelijk is aan het recht op macht, maakt dit ‘recht’ een betekenisloos begrip.

Om een samenleving in te richten waarin geen mens een ander domineert, introduceert Rousseau het sociale contract. Met dit contract kan de mens zelfbehoud nastreven door zijn krachten te verenigen en zijn individuele vrijheid in te ruilen voor de algemene wil. De algemene wil is de wil van het onverdeelbare geheel van mensen: de samenleving. Het sociale contract gebiedt de mens dus om in zijn handelen de behoeftes van de samenleving voorop te stellen.

Dit is wat Rousseau onder het begrip ‘burger’ verstaat. Een burger handelt ten behoeve van de samenleving. Echter, omdat de burger zelf tegelijkertijd ook de samenleving ‘is’, hebben zijn algemene wil en zijn handelen dus direct betrekking op hemzelf. Op deze manier krijgt de burger burgerlijke vrijheid terug voor de ingeleverde natuurlijke vrijheid. Volgens Rousseau is vrijheid dus het jezelf de wet voorschrijven; de wet zijnde het sociale contract.

Cultuur en onderwijs werkten negatief op de opvoeding van het kind. Dit lezen we in” Emile ou de l’éducation” uit 1762

Wat valt je op in deze eerste uitgave van “het Sociaal Contract” ? In welk jaar is het uitgegeven ? Wat valt je nog meer op ? Wat is het sociaal contract ?

Samenvatting hoofdstuk 4 2 VWO

4.1 De pruikentijd

In de 18e eeuw werd Nederland economisch ingehaald door Frankrijk en Groot-Brittannië. In Frankrijk werden burgers rijk door de bloeiende handel en nijverheid, maar de standenmaatschappij bleef bestaan. De eerste en tweede stand (geestelijkheid en adel) hadden voorrechten boven de derde stand (de rest van de bevolking). In westerse landen ontstond het idee dat mensen met het verstand alles konden verklaren en dat door rationeel denken de maatschappij verbeterd kon worden (de verlichting). Verlichte denkers geloofden niet meer dat God voortdurend ingreep. Ze verwierpen het idee dat de koning zijn macht van God had gekregen. Ze wilden verdraagzaamheid, gelijkheid, vrijheid en de vorming van een rechtsstaat.

4.2 Revolutie in Amerika

De Amerikaanse Revolutie was de eerste democratische revolutie in de geschiedenis. Deze ontstond toen dertien Britse kolonies in Noord-Amerika in 1773 in opstand kwamen tegen de Britse overheid. In 1776 verklaarden de kolonies zich onafhankelijk en vormden de Verenigde Staten van Amerika. Na de onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783) werden de VS werden een federale republiek met een democratische grondwet, de eerste geschreven grondwet uit de geschiedenis. De grondrechten van de burgers werden vastgelegd in de Bill of rights.

4.3 Revolutie in Frankrijk

In 1789 brak de Franse Revolutie uit. Burgers en boeren kwamen in opstand tegen de standenstaat. De derde stand stelde een democratische grondwet op, waardoor Frankrijk in 1791 een constitutionele monarchie werd. In 1792 raakte Frankrijk in oorlog met Oostenrijk, Pruisen en andere landen. In 1792 zette het parlement de koning af en riep de republiek uit. Koning Lodewijk XVI werd ter dood veroordeeld. Het radicale schrikbewind van Robespierre kostte duizenden mensen het leven. De Franse Revolutie eindigde met de staatsgreep van Napoleon in 1799.

4.4 Revolutie in Nederland

In 1781 ontstond de patriottenbeweging, die de democratische idealen van de verlichting in Nederland wilde doorvoeren. Patriotten grepen in veel steden de macht, maar in 1787 werden ze verjaagd. Toen de patriotten in 1795 met het Franse leger terugkeerden riepen ze de Bataafse Republiek uit. Nederland werd een eenheidsstaat met een democratische grondwet. Napoleon maakte een eind aan de democratie. In 1806 maakte hij van Nederland het Koninkrijk Holland. Van 1810 tot 1813 was Nederland een deel van Frankrijk. Belangrijke hervormingen uit de Franse tijd (1795-1813) bleven bestaan.

4.5 Europa onder Napoleon

Na de revolutie werd het Franse leger een grote vechtmachine met vrijwilligers en dienstplichtige militairen. In 1799 greep generaal Napoleon de macht in Frankrijk en werd dictator. In 1804 schafte hij de republiek af en riep zichzelf uit tot keizer. Hij voerde ook verlichte hervormingen door. Vanaf 1805 onderwierp Napoleon grote delen van Europa, waar hij Franse wetten invoerde. Zo verspreidde hij de idealen van de Franse Revolutie over Europa. In 1812 werd Napoleons leger in Rusland vernietigd.

– In 1813 werd Napoleon bij Leipzig verslagen. In 1815 werd hij definitief verslagen bij Waterloo.

De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger

De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger

Aan het begin van de Franse Revolutie neemt men voorgoed afstand van de standenmaatschappij. De burgerij zet koning Lodewijk XVI af en hij wordt gedwongen de Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger te ondertekenen. Dit gebeurde op 26 augustus 1789.

De Fransen waren de voorrechten van de aristocratie al voor 1789 zat. Zij betaalden bijvoorbeeld veel minder belasting over hun bezittingen, terwijl ze veel meer grond in hun bezit hadden. Het ging economisch erg slecht met de Franse maatschappij en dit kwam volgens vooral de burgerij mede door deze privileges. Besloten werd om de monarchie omver te werpen. Vertegenwoordigers van alle drie de standen werden hierbij betrokken en kwamen bij elkaar in de Nationale Vergadering. Hierin werd gepraat over de inhoud van de wet die de basis zou moeten vormen voor de nieuwe Franse staat . De Franse Revolutie kreeg gestalte.

De Ideeën uit de Verlichting

De bevolking baseerde haar drijfveren voor het omverwerpen van het Ancien Regime (de adellijke maatschappij) onder meer op de ideeën uit de Verlichting. In de Verlichting werden mensen namelijk als autonoom en van nature goed beschouwd. Dit in sterke tegenstelling tot de overtuigingen van de aanhangers van het Ancien Regime, die juist geloofden dat mensen van nature kwaad wilden en dus onderworpen moesten worden. Adellijke heersers beriepen zich er vrijwel altijd op dat ze vertegenwoordigers waren van het goddelijke gezag en dat het noodzakelijk was dat zij de bevolking onderdrukten.

Rousseau

Toen men hier eenmaal afstand van had genomen, ontstonden andere denkbeelden over hoe de samenleving in elkaar zou moeten zitten. Dit nadenken over de natuurlijke goedheid van de mens werd onder andere ontwikkeld door Jean-Jacques Rousseau. Hij stelde dat mensen pas verkeerd gingen handelen wanneer ze elkaar in de weg zaten, en niet vanuit zichzelf. Daarom moest er volgens Rousseau een sociaal contract worden opgesteld, waarin zoveel mogelijk de algemene wil werd nagestreefd. Mensen moesten elkaar in hun handelen zo min mogelijk belemmeren.

Naar Amerikaans voorbeeld

De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776 had ook invloed op het idee dat er één overkoepelende verklaring voor de rechten van de mens moest zijn. De Amerikanen hadden namelijk, nadat ze zich definitief hadden vrijgevochten van de Engelsen, één van de eerste democratische grondwetten opgesteld. Omdat de Fransen het Ancien Regime omver wilden werpen en meenden dat iedereen vanaf de geboorte gelijk was, wilden ze dat in Frankrijk ook het grondbeginsel van de democratie werd vastgelegd. In tegenstelling tot wat in het Ancien Regime gebruikelijk was, zou de soevereiniteit niet meer bij de vorst liggen, maar bij het volk.

De totstandkoming van de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger

Na uitgebreid overleg, dat meer dan een maand duurde, kwamen de vertegenwoordigers van de drie standen in Frankrijk tot een definitieve tekst. De laatste artikelen van het document zijn aangenomen op 26 augustus 1789. Het document bestaat uit zeventien artikelen, waarin onder andere ligt vastgelegd dat iedereen gelijk en vrij is, dat de soevereiniteit bij het volk ligt en dat burgers zelf het recht hebben om te kiezen door wie ze bestuurd worden. De verklaring werd opgenomen in de Franse grondwet van 1791.

De Patriotten , Bataafse Republiek en de Franse Tijd

De Bataafse Republiek in 1798

Lodewijk Napoleon Koning van Holland 1806 - 1810

Lodewijk Napoleon (1778-1846) Koning van Holland . Deze man heeft veel voor Nederland gedaan tijdens zijn korte regeerperiode begin 19e eeuw (1806-1810).

De grenzen van het Koninkrijk Holland 1806 – 1810

Willem I Koning der Verenigde Nederlanden 1815 -1840. In 1830 begon de Belgische Opstand en verloor Willem I de helft van zijn koninkrijk. Willem I regeerde nog zelf , had de volledige uitvoerende macht en wordt ook wel de koning-koopman genoemd.

Oorzaken van de Franse Revolutie

799px-Prise_de_la_Bastille

Bestorming van de Bastille 14 juli 1789

Als oorzaken kun je noemen :

*De nieuwe ideeen van de verlichting , zoals gelijkheid , vrijheid als natuurrecht en de scheiding van de machten.

*Het grote financieel tekort van Lodewijk XVI waardoor hij de Staten Generaal bijeen moest roepen. Het tekort was gegroeid na de Franse miltaire hulp aan de Amerikaanse rebellen in de Amerikaanse vrijheidsoorlog ( 1776 – 1783 )

*Het Parijse volk haatte de bouw van een tariefmuur met tarief ( belasting ) poorten rond Parijs.

*De uitbarsting van de IJslandse vulkaan Hekla in 1783 bracht veel stof in de atmosfeer waardoor veel oogsten mislukten.

Robespierre

robespierre

Maximilien de Robespierre werd in 1758 geboren in Arras (Noord-Frankrijk). Hij volgde een rechtenstudie en werd advocaat, totdat hij in 1789 als vertegenwoordiger van de Derde Stand in Artois werd gekozen. In de Assemblée nationale ontpopte hij zich als de belangrijkste radicale leider en een van de eerste leden van de Club des Jacobins (Jacobijnenclub). Robespierre zag zichzelf als ‘Wetgever’ en de belichaming van de ‘Algemene Wil’. Robespierre gebruikte de steun van Parijs om het Comité du  Salut Public (Comité voor Algemeen Welzijn) zijn wil op te leggen. Zo wist hij tussen oktober 1793 en april 1794 zijn rivalen uit te schakelen waaronder de Girondijnen, Hébert en Danton. Samen met zijn vrienden Couthon en Saint-Just oefende Robespierre een dictatuur uit in de lente en vroege zomer van 1794, waarin hij een sociale revolutie op gang probeerde te brengen met de wetten van Ventôse en Prairial, waarin de eigendommen van ‘vijanden van het volk’ in beslag werden genomen en slechts een akte van beschuldiging nodig was om iemand te veroordelen, waren de belangrijkste instrumenten om zijn dictatuur vorm te geven. Robespierre werd geëxecuteerd op 27 juli 1794.