Vrijheid is niet vanzelfsprekend


Wij denken vaak dat persoonlijke vrijheid de gewoonste zaak van de wereld is. Maar is dat wel zo ? Als we in onze wereld rondkijken dan wordt het snel duidelijk dat dit niet zo is.

Mensen in bv Noord Korea zijn in niets vrij. Hun leven wordt totaal in alle aspecten beheerst door de communistische staat waarin zij leven. Sommige volken worden overheerst door anderen en kennen geen vrijheid om te bepalen wat zij willen. Een voorbeeld zijn ook de Tibetanen die sinds 1950 overheerst worden door de Chinezen. Hun cultuur wordt vernietigd en hun mensenrechten zwaar geschonden.

Mensen in islamistische landen die openlijk het geloof verlaten riskeren de dood. Christenen en andere gelovigen in die landen zijn tweederangs burgers zonder echte burgerrechten. Vaak vallen zij ten prooi aan vervolging en moord. De vrouwen zijn niet gelijk aan de man en moeten zich als zodanig gedragen.

In 1948 stelden de Verenigde Naties de Verklaring van de Rechten van de mens op. Het was direct na de tweede wereldoorlog en men was heel optimistisch dat de wereld snel vooruit zou gaan in ontwikkeling en vrijheid. Nu zijn mensenrechten-schendingen aan de orde van de dag. Denk maar aan het Midden Oosten of Afrika.

Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Alleen in landen waar de rechten van de mens gerespecteerd worden en waar de bevolking zelf in een democratisch systeem kan meebeslissen is persoonlijke vrijheid gewaarborgd.

Maar ook in Europa is de persoonlijke vrijheid pas vrij recent. In de opvattingen van historische politieke denkers vinden we gedachten over vrijheid terug en zien we dat ze nadachten over politieke systemen die de persoonlijke vrijheid van de mens konden garanderen.

De absolute koningen in de 16e t.m. de 18e eeuw duldden geen vrijheid. Je godsdienst was bepaald en je moest voldoen aan allerlei eisen , voorschriften en gebruiken die het je onmogelijk maakten om echt vrij te zijn. Het individu was meestal ondergeschikt aan de gemeenschap waartoe hij behoorde.

In de zeventiende eeuwse  Republiek kon je vrij ademen maar waren er toch nog grenzen aan die vrijheid.
denk maar aan de filosoof Spinoza die zijn werk niet durfde te publiceren. Toch zou de Republiek de inspiratie gaan vormen in Europa en Amerika om vrijheid te gaan waarborgen voor de burgers. Veel schrijvers en filosofen konden toch hun werken in de republiek publiceren . Iets wat ze uit angst voor vervolging in hun eigen land anders niet konden doen. Een voorbeeld hiervan is Descartes die zijn werk in Nederland liet uitgeven. In het Frankrijk van Lodewijk XIV was voor hem geen plaats.
De Schotse filosoof John Locke (1632 – 1704 ) doceerde in Leiden. Hij werkte het idee uit dat een vorst onder contract stond bij de burgers. Schond hij het vertrouwen van de burgers dan hadden die het recht hem af te zetten. In 1581 hadden de Nederlanders al hun vorst Filips II afgezet omdat hij de afspraken niet zou na komen. Locke werd geinspireerd door dit voorbeeld. Hij leefde tijdens de gebeurtenissen van de Glorious Revolution waarin de nieuwe koning Willem III het parlement het laatste woord moest geven.
Persoonlijke vrijheid is niet vanzelfsprekend maar kent een lange voorgeschiedenis. Die gaan we uitzoeken.

 

De Verlichting of de Eeuw van de Rede 1650 – 1789

De Verlichting of de Eeuw van de Rede (van omstreeks 1650 tot de Franse Revolutie) is de reactie op het absolutisme die als filosofische beweging het denken, de wetenschap , de economie , de politiek , de cultuur, de opvoeding en de religie in de Westerse wereld wijzigde.De Verlichting wordt gezien als een van de pijlers van de Westerse beschaving die de doorslag gaf in de wording van de moderne wereld. Het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten vinden er hun wortels, net zoals het socialisme en het liberalisme .

De Verlichting kent een kritische en een constructieve zijde. De kritische zijde neemt het geloof en onredelijkheid op de korrel. De constructieve kant zoekt kennis (wetenschap) en nieuwe samenlevingsvormen met als idealen rechtvaardigheid en democratie. Het tegenovergestelde van de Verlichting is het obscurantisme. 17e-eeuwers en de 18e-eeuwers beschouwden hun tijd als verlicht, een tijd waarin zij het duistere verleden achter zich laten.

Verlichte burgers interesseren zich voor de wetenschap

Thomas Hobbes 1588-1679

 

De Engelse filosoof Thomas Hobbes accepteerde het idee dat de koning zijn gezag kreeg van God niet meer.

Hij verwierp ieder gezag dat berustte op theologische voorstellingen.

Hij vond dat de mens een soort robot was , een automaat ; het hart functioneerde als de veer in een uurwerk en de gewrichten als de radertjes.

 Volgens Hobbes was de maatschappij  “een strijd van allen tegen allen”. Dit was de natuurtoestand , die steeds als een grote verwilderende chaos de maatschappij bedreigt.

De mens was geen gemeenschapsdier maar gericht op zelfbehoud. De mens had de rede ( ratio) die hij gebruiken kon om zich te beveiligen tegen de driften van zijn medemensen

Om de strijd van allen tegen allen te voorkomen moest de mens het absolute gezag van een vorst wel accepteren, want hoe kon hij anders overleven ? Homo Homini Lupus , de mens is een wolf voor de mens.De mens moet daarom zijn vrijheid prijs geven om te overleven. De staat ( vorst ) krijgt op redelijke gronden alle macht.

Empirisme en rationalisme

John_Locke

Empirisme is een filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis uit de ervaring voortkomt. Belangrijke empiristen in de 17e eeuw waren  Francis Bacon en John Locke. Vooral John Locke was belangrijk.

FRANS_~1

René Descartes

Het rationalisme is een filosofische stroming die zegt dat de rede ( het denken) de enige of voornaamste bron van kennis is. De Griekse filosoof Plato kun je als een rationeel denker zien. Hij wantrouwde de ervaring met de zintuigen als bron van kennis. In de zeventiende eeuw was René Descartes een belangrijk rationeel denker. Van hem is de uitspraak : cogito ergo sum d.w.z. ik denk dus ik besta.

John Locke 1632-1704

 

John Locke stond sterk onder invloed van de wetenschappelijke opvattingen van zijn tijd. Vooral de opvattingen en ontdekkingen van Isaac Newton hadden een grote invloed op hem.

Locke is de filosoof van de constitutionele staatsvorm. Locke vindt niet zoals Hobbes dat het gezag van de staat moest berusten op de angst van de mensen voor elkaar. Nee, het gezag van de staat moet berusten op de “vrije wil en het onderling vertrouwen van de onderdanen”. Deze zijn in de natuurstaat met elkaar overeengekomen onderling een verdrag te sluiten waarbij de natuurlijke rechten van de mens worden gewaarborgd. Deze natuurlijke rechten zijn o.a. het recht op leven, het recht op vrijheid en het recht op eigendom. De vorst heeft volgens het verdrag tussen hem en zijn onderdanen de plicht de “onvervreemdbare rechten die de natuur aan ieder mens gegeven heeft te respecteren en te handhaven.

Als een vorst zich niet aan dit “ sociaal verdrag “ houdt heeft het volk het recht hem af te zetten.

Daarom is het recht op revolutie gerechtvaardigd en de Engelsen konden zo ook rechtvaardigen dat zij hun koning Jacobus II afzetten en nieuwe trouw zworen aan de Stadhouder-Koning Willem III.

Montesquieu

Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (kasteel La Brède nabij Bordeaux, 18 januari 1689 – Parijs, 10 februari 1755) was een Frans filosoof. De huidige politieke inrichting van westerse democratieën is gebaseerd op ideeën van hem en John Locke. Montesquieu wordt beschouwd als een van de grondleggers van de sociologie en als iemand van groot belang voor de Verlichting.

Hij schreef in 1748 een belangrijk werk  : Over de geest van de wetten (De L’Esprit des Lois).  Hierin zette zette hij zij idee over de Trias Politica uiteen. Door de scheiding van de machten kon voorkomen worden dat een vorst een alleenheerser werd.

In het hoofdstuk “Over de Engelse staatsinrichting” kwam Montesquieu tot de conclusie dat dit mogelijk was door het scheiden van de machten. In deze leer van de trias politica gaat het om het drietal van de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht.  De drie machten moesten elkaar controleren en voorkomen dat één macht de bovenhand kreeg. Zij dienden om de vrijheid en gelijkheid van de burger te behouden. Het idee van Montesquieu werd vooral in de Amerikaanse grondwet van 1790 toegepast en is nog steeds het fundament van onze democratische vrijheid.

Voltaire 1694 – 1778

 

Voltaire, pseudoniem van François-Marie Arouet, ( 1694 – 1778  ) was een Frans schrijver,essayist  en filosoof. Hij kan worden beschouwd als de prominente voortrekker van de Franse Verlichting .Nooit heeft een schrijver zo het intellectuele leven van zijn tijd beheerst als Voltaire. De Duitse dichter Goethe stelde dat Voltaire de aanstichter was van de Franse Revolutie, omdat hij de oude banden van de mensheid zou hebben losgemaakt.
Lees meer op VOLTAIRE

Voltaire’s Lettres sur les Anglois. Dit is het begin van hoofdstuk 10

Jean Jacques Rousseau 1712 – 1778

Jean Jacques Rousseau was een romanticus, een politiek denker en een pedagoog. Hij wordt vaak tot de verlichtingsdenkers gerekend maar was dit  niet echt. Rousseau vereerde de mens in zijn natuurstaat. Onder invloed van de ontdekking van veel exotische gebieden zoals in de Stille Zuidzee, verheerlijkte hij de “bon sauvage“, de goede wilde die nog onbedorven door opvoeding en cultuur een ideaal voor hem vormde. Rousseau was geen klassieke verlichtingsfilosoof want hij stelde zich op tegen het rationalisme van de verlichting. Veeleer deed hij een beroep op de emotie dan op de ratio.

In de salons van de aristocraten baarde hij opzien door gekleed als een Amerikaanse beverjager of in Armeense klederdracht te verschijnen.

Je moet iets van Rousseau weten om te begrijpen hoe de Franse Revolutie kon ontstaan. Zijn ideeen over de Algemene Wil en het Sociaal Contract werden vereerd in de Franse Revolutie. Hij beschreef de verhouding tussen burger en gemeenschap, erkende de vrije wil maar maakte deze ondergeschikt aan de Algemene Wil. Daarin werd hij misschien ongewild een voorbereider van het totalitarisme van de twintigste eeuw.

Rousseau’s sociale contracttheorie start vanuit de gedachte dat de mens van nature vrij is maar in verhouding tot andere mensen voortdurend onder machtsrelaties gebukt gaat. Deze machtsrelaties zijn niet natuurlijk maar conventioneel (gevormd door gewoonte). Machtiger zijn dan de ander komt namelijk simpelweg voort uit kracht: wanneer iemand zijn kracht verliest, verliest hij daarmee ook zijn macht over de ander. Om deze reden kan volgens Rousseau uit kracht nooit een recht op macht over de ander voortvloeien. Het feit dat kracht volledig gelijk is aan het recht op macht, maakt dit ‘recht’ een betekenisloos begrip.

Om een samenleving in te richten waarin geen mens een ander domineert, introduceert Rousseau het sociale contract. Met dit contract kan de mens zelfbehoud nastreven door zijn krachten te verenigen en zijn individuele vrijheid in te ruilen voor de algemene wil. De algemene wil is de wil van het onverdeelbare geheel van mensen: de samenleving. Het sociale contract gebiedt de mens dus om in zijn handelen de behoeftes van de samenleving voorop te stellen.

Dit is wat Rousseau onder het begrip ‘burger’ verstaat. Een burger handelt ten behoeve van de samenleving. Echter, omdat de burger zelf tegelijkertijd ook de samenleving ‘is’, hebben zijn algemene wil en zijn handelen dus direct betrekking op hemzelf. Op deze manier krijgt de burger burgerlijke vrijheid terug voor de ingeleverde natuurlijke vrijheid. Volgens Rousseau is vrijheid dus het jezelf de wet voorschrijven; de wet zijnde het sociale contract.

Cultuur en onderwijs werkten negatief op de opvoeding van het kind. Dit lezen we in” Emile ou de l’éducation” uit 1762

Wat valt je op in deze eerste uitgave van “het Sociaal Contract” ? In welk jaar is het uitgegeven ? Wat valt je nog meer op ? Wat is het sociaal contract ?

Denis Diderot 1713 – 1784

diderotvanlooDenis Diderot (1713- 1784) was een Frans schrijver,filosoof en kunstcriticus. Diderot was een prominente persoonlijkheid in wat als de Verlichting bekend zou worden.

Hij was tussen 1750 en 1776 met D’Alembert redacteur van de beroemde ENCYCLOPEDIE en schreef zelf ongeveer 6000 van de 72.000 artikelen in die encyclopedie. De encyclopedie kende veel tegenstanders, in 1759 werd de encyclopedie formeel verboden. Het werk ging vanaf die tijd clandestien door. De encyclopedie was door de nadruk op religieuze  tolerantie en vrijheid van gedachten, en een democratische geest, een bedreiging voor de aristocratie. In  1773 onderneemt Diderot een journalistieke reis door Holland. (Voyage en Hollande ). Samen met Baruch Spinoza en Pierre Bayle is Diderot de belangrijkste filosoof van de Radicale Verlichting.

Diderot was voor de vrijheid van meningsuiting en godsdienst, hierover heeft hij ook enkele boeken geschreven.
Diderot droeg ook bij aan de literatuur, in het bijzonder met zijn werk Jacques Le Fataliste, een satirische roman waarmee de auteur conventies ( = gewoontes) over de structuur en inhoud van romans aan de kaak stelde, terwijl hij ook filosofische ideeën met betrekking tot de vrije wil onderzocht.

Diderot werd begraven in de Eglise Saint-Roch in Parijs.

Plato was tegen democratie

Met genot als lokaas jagen zij op domheid’, schreef Plato over de politici die de bevolking van Athene bestuurden. Plato vond democratie niet ideaal voor de stadstaat Athene.

image

Het woord democratie stamt af van de Griekse woorden δῆμος (dèmos), “volk” en κρατέω (krateo), “heersen, regeren” en betekent dus letterlijk “volksheerschappij”. De oudst bekende democratie was die van Clisthenes in Athene in de Griekse oudheid (6e eeuw v. Chr.).

De Griekse filosoof Plato (ca. 427 – 347 v.Chr.) verzette zich in zijn beroemde dialogen “De Staat” (380 v. Chr.) al tegen de democratie. Democratie is volgens Plato een staatsvorm zonder rem. Want de democratie dwingt politici de bevolking alles te geven waar het om vraagt. Wat de bevolking ook maar voor grillen heeft, de politici zullen er alles aan moeten doen om die te vervullen. Ze willen hun machtsbasis namelijk niet kwijt.

Bovendien zijn politici volgens hem vaak aan lager wal geraakte mislukkelingen, die slechts in de politiek iets van een carrière kunnen maken. Het jagen op eigen voordeel van deze lieden is ook weinig bevorderlijk voor het functioneren van het systeem. Daarom is volgens Plato een rationeel proces van besluitvorming per definitie onmogelijk in een democratie.

De kritiek hierboven van de beroemde filosoof Plato was geen uitzondering in het democratische Athene van de vijfde en vierde eeuw voor Christus. Ook anderen vonden het slecht dat ruim tien procent van de bevolking (manlijke vrije burgers) in vergaande mate mocht meebeslissen over de politieke koers van de stadstaat. De kritiek was divers.

Hoe kan het dat de eerste de beste burger met een beroep dat niet met politiek te maken heeft opeens politieke beslissingen nemen? Is het niet beter voor de belangen van de staat als de besten van de bevolking de leiding op zich nemen? Kan een handige volksmenner, een demagoog, niet alle macht naar zich toetrekken?

Op dat laatste probleem hadden de Atheners wat gevonden: het schervengericht. Wanneer de meerderheid van de volksvergadering vond dat iemand dictatoriale aspiraties had, kon hij worden verbannen. Op scherven kerfden de burgers in de volksvergadering of een dergelijke persoon volgens hen mocht blijven of moest gaan.

Het is vrij uitzonderlijk wat er in Athene gebeurde. De wereld werd geregeerd door aristocraten, oligarchen, koningen en tirannen. Alleen in Athene heeft een deel van de bevolking het recht en zelfs de plicht om mee te draaien in het politieke spel. Het blijft een tijdelijke zaak, want pas vele eeuwen later zullen mensen zich weer democraat gaan noemen.

Dat de volksvergadering niet altijd even slagvaardig was bleek in de Peloponnesische Oorlog (431-404), een machtsstrijd tussen Athene en Sparta, die beide allianties sloten met andere staten. Lesbos wilde op een gegeven moment onder een bondgenootschap met Athene uit. De volksvergadering zond daarop een oorlogsschip naar het eiland met het bevel om de mannen te doden en de vrouwen en kinderen als slaaf te verkopen.

De volgende dag bedacht de volksvergadering zich en werd er een ander schip naar Lesbos gestuurd. Het tweede schip begon een inhaalrace en kwam nog net op tijd de haven binnen op het moment dat het eerste bevel op de kade werd voorgelezen.

Plato was één van de felste tegenstanders van het systeem in zijn stad. Naast rationele redenen had hij ook emotionele motieven om zich zo fel te keren tegen de democratie. De leermeester van Plato was Socrates. Die was in een nogal duister (democratisch) proces veroordeeld tot het leegdrinken van een gifbeker.
Volgens de aanklacht van de volksrechtbank van 500 man had de 70-jarige Socrates de jeugd verziekt en was hij goddeloos. Wat hem meer kwalijk werd genomen was dat hij antidemocraat was, goede contacten had met andere antidemocraten en de aristocratische jeugd, waaronder Plato, zijn antidemocratische ideeën had gedoceerd.

‘Als u denkt dat u door mij te doden verlost bent van de plicht verantwoording af te leggen voor uw manier van leven vergist u zich’, laat Plato Socrates in één van zijn werken zeggen tegen zijn rechters.

‘Het tegenovergestelde zal gebeuren. Door mensen te doden kunt u niet het verwijt voorkomen dat u verkeerd leeft. Meer mensen zullen u om verantwoording komen vragen, die ik tot dusver heb tegengehouden. En ze zullen lastiger zijn, in zoverre ze jonger zijn.’

De voorspelling van Socrates, beschreven door Plato, slaat natuurlijk onder andere op Plato zelf. Hij zou nog veel schrijven over zijn ideale staatsvorm. Eén van zijn leerlingen werd Aristoteles, die de leermeester van Alexander de Grote zou worden.

Bronnen:
Gerard Koolschijn ‘Plato. De strijd tegen het democratische beest’ (Amsterdam, 1997)
Hans Joachim Störig ‘Geschiedenis van de filosofie, deel 1’ (Utrecht, 1985)