Christaan Huygens de grootste Nederlandse wetenschapper ooit

Christaan Huygens is volgens bekende onderzoekers de grootste Nederlandse wetenschapper ooit. Dat is de uitkomst van een peiling die populair-wetenschappelijk tijdschrift Quest hield onder 23 wetenschappers.

De onderzoekers roemen de natuurkundige, astronoom en uitvinder Huygens als ‘een van de vaders van de moderne fysica en wiskunde, bijna gelijk aan Isaac Newton’.

Microbioloog Antoni van Leeuwenhoek werd als tweede gekozen en natuurkundige Henk Lorentz als derde. In totaal waren vijftien wetenschappers genomineerd. De enige nog levende wetenschapper op de lijst was primatoloog Frans de Waal.

Saturnus

De toponderzoekers kozen voor Huygens omdat hij uiteenlopende wetenschappelijke doorbraken op zijn naam heeft staan. (Zie hieronder) Aan de peiling van Quote deden 23 wetenschappers mee die ooit zijn beloond met de NWO-Spinozapremie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding van Nederland.

De carrière van Christiaan Huygens (1629-1695)

Huygens was op vele wetenschappelijke terreinen actief. Vooral in de natuurkunde heeft Huygens grote verdiensten. Hij formuleerde als eerste correcte wetten voor de elastische botsing en de middelpuntvliedende kracht.

Hij ontwikkelde een theorie voor gepolariseerd licht. Omdat Huygens als eerste wiskundige formules gebruikte in de natuurkunde, wordt hij gezien als de grondlegger van de theoretische natuurkunde.

nieuws4066a

In de sterrenkunde was hij verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling van de telescoop en de ontdekker van Saturnus. Hij kwam als eerste met een verklaring voor de ringen rond de planeet. Hij ontdekte ook de maan Titan bij deze planeet. In de wiskunde was hij een pionier van de kansrekening en een wegbereider van de differentiaal- en integraalrekening.

Huygens was ook de uitvinder van onder meer het slingeruurwerk, het principe van de stoommachine en een buskruitmotor. Vanwege zijn theorieën over buitenaards leven wordt Huygens wel gezien als een van de eerste sciencefiction-auteurs.

1566 de Beeldenstorm

De zomer van 1566 was een rare zomer, zeiden de mensen. Er gebeurde zoveel, zo heftig en zo snel achter elkaar. Ze waren verbaasd over wat er gebeurde en er gingen de wildste verhalen rond. 1566 werd al snel ‘het wonderjaar’ genoemd.

Mensen worden achtervolgd

Op 5 april boden tweehonderd edelen Margaretha van Parma een verzoekschrift aan. Margaretha was landvoogdes, zij regeerde de Nederlanden in opdracht van koning Filips de Tweede. In het verzoekschrift vroegen de edelen haar om een einde te maken aan degeloofsvervolgingen, waardoor steeds meer protestantse mensen de gevangenis ingingen. Ze werden ketters genoemd, omdat ze het niet eens waren met de rooms-katholieke kerk.

Wij zijn geuzen, zeiden de edelen

Margaretha schrok van het hoge aantal edelen voor haar deur, maar een raadsheer zei spottend: ‘Het zijn maar geuzen (bedelaars).’ Een paar dagen later sloten deze edelen een verbond en noemden zich ‘geuzen’. Voortaan droegen ze een bedelnap aan hun riem en een munt om hun nek. Zo kon je ze herkennen.

De mensen waren ontevreden

Margaretha twijfelde wat ze moest doen en de geuzen maakten daar gebruik van. Ze vertelden steeds vaker openlijk dat ze het niet langer pikten. Ze wilden verandering. Daardoor durfden meer mensen te protesteren. Mensen die voor ‘het nieuwe geloof’ waren, kwamen in de open lucht bij elkaar. Samen luisterden ze naar toespraken van rondtrekkendepredikanten. Zo’n bijeenkomst heette een hagenpreek.

Kloosters en kerken worden bestormd

Op 10 augustus liep het uit de hand. Na een hagenpreek bestormden de mensen eenklooster. Ze vernielden beelden en namen heel veel spullen mee. Dat was in de buurt van Steenvoorde, dat ligt in de Vlaamse Westhoek. In de maanden daarna werden ook andere kerken en kloosters geplunderd. Eerst alleen in de Vlaamse Westhoek, maar al snel ook inVlaanderen en Brabant. Eind augustus sloeg het over naar de noordelijke Nederlanden.

Wat kun je doen als je boos en arm bent?

Het bestormen en plunderen van kerken en kloosters werd de Beeldenstorm genoemd. De ‘beeldenstormers’ kwamen niet uit één groep van de bevolking. Rijk en arm, man en vrouw, oud en jong deden mee. Ze vernielden heiligenbeelden en kunstwerken. Ze namen de voorraad van de kloosters mee.
Er waren verschillende redenen waarom ze het deden. De vervolgingen van ketters waren vreselijk. Doodgewone mannen en vrouwen die geen vlieg kwaad deden, waren opgepakt. De oogsten mislukten jaar na jaar en er was veel armoede en werkloosheid. Sommigen haatten de, vaak rijke, pastoors en kloosterlingen. Ze werden voorgetrokken, vonden ze. Anderen deden uit nieuwsgierigheid mee.

Heiligenbeelden waren nergens voor nodig

De mensen van het nieuwe geloof, de calvinisten, wilden vooral de kerk bevrijden van bijgeloof. Ze vonden dat de rooms-katholieke kerk met zijn altaren en heiligen een poppenkast was geworden. Daarom vernielden ze de symbolen van de rooms-katholieke kerk. Ze dronken de miswijn op, voerden de ouwels aan de vogels en smeten de heiligenbeelden kapot. Dat waren ‘valse’ heiligen, zeiden ze, alleen God en Jezus Christus waren echt. Ze wilden laten zien dat het christelijk geloof al die onzin niet nodig had. Ze wilden terug naar het zuivere geloof van de eerste christenen. In de rooms-katholieke kerk waren te veel oneerlijke mensen die macht en rijkdom wilden. Ze wilden weer een kerk waar Gods woord het belangrijkste was en de Bijbel werd gelezen en uitgelegd.

De Verlichting of de Eeuw van de Rede 1650 – 1789

De Verlichting of de Eeuw van de Rede (van omstreeks 1650 tot de Franse Revolutie) is de reactie op het absolutisme die als filosofische beweging het denken, de wetenschap , de economie , de politiek , de cultuur, de opvoeding en de religie in de Westerse wereld wijzigde.De Verlichting wordt gezien als een van de pijlers van de Westerse beschaving die de doorslag gaf in de wording van de moderne wereld. Het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en de burgerrechten vinden er hun wortels, net zoals het socialisme en het liberalisme .

De Verlichting kent een kritische en een constructieve zijde. De kritische zijde neemt het geloof en onredelijkheid op de korrel. De constructieve kant zoekt kennis (wetenschap) en nieuwe samenlevingsvormen met als idealen rechtvaardigheid en democratie. Het tegenovergestelde van de Verlichting is het obscurantisme. 17e-eeuwers en de 18e-eeuwers beschouwden hun tijd als verlicht, een tijd waarin zij het duistere verleden achter zich laten.

Verlichte burgers interesseren zich voor de wetenschap

Isaac Newton

Newton’s derde Wet van de mechanica in aktie

Sir Isaac Newton ( 1643  –  1727)   was een Engelse natuurkundige, wiskundige, astronoom, natuurfilosoof, alchemist  en theoloog.

In de wiskunde ontdekte hij onder meer de differentiaalrekening en de integraalrekening (met Leibniz) en verder het Binomium van Newton en benaderingsmethoden.In zijn hoofdwerk Philosophiae Naturalis Principia Mathematica uit 1687 beschreef Newton onder andere de zwaartekracht en de drie wetten van Newton, waardoor hij de grondlegger van de klassieke mechanica werd.

Op het gebied van optica schreef hij het standaardwerk Opticks, vond hij de Newtontelescoop uit en ontwikkelde hij een theorie over kleuren, gebaseerd op het prisma, dat van wit licht een zichtbaar spectrum maakt. Hij bestudeerde ook de geluidssnelheid.

2848780643_bf21541d03_o

Klik op het plaatje

Volgens een peiling uit 2005 beschouwden leden van de Britse Royal Society Newton als de grootste geleerde in de hele geschiedenis van de wetenschap. Anders dan Albert Einstein was Newton naast theoreticus ook een briljant experimentator.

Anekdote van de appel en de maan

Tijdens de pestepidemie in 1666 moest de jonge Newton zijn studie in Cambridge  onderbreken en keerde hij terug naar zijn geboorteplaats. Uit die periode stamt de anekdote van de appel en de maan. Hij bestaat in vier versies en wordt door verschillende schrijvers uit die tijd genoemd. Newtons neef John Conduitt vertelt in zijn biografie van Newton, dat deze in de boomgaard van zijn moeder lag te peinzen. Waarom viel de maan niet op de Aarde ,net zoals de appel die hij op de grond zag vallen? Het antwoord op die vraag was toen nog niet duidelijk, maar door het stellen ervan brak Newton met het tweeduizend jaar oude idee van Aristoteles dat op aarde (bijv. voor een appel) en in de hemel (voor een hemellichaam als de maan) andere natuurwetten gelden.

De schrijver William Stukeley noteerde een gesprek uit 1726 in zijn Memoirs of Sir Isaac Newton’s Life waarin Newton zelf zich herinnerde hoe het begrip gravitatie ( = zwaartekracht ) in hem op kwam:

“Het werd veroorzaakt door het vallen van een appel, toen ik zat te peinzen.”

De anekdote geeft een stap aan in het rijpingsproces van Newton.

Op het terrein van National Physical Laboratories in Teddington (ten zuidwesten van Londen) staat een boom die volgens de overlevering gekweekt is uit een zaadje van de legendarische appelboom waaruit Newton een appel zag vallen.

Lees meer over Sir Isaac Newton op :NEWTON

Thomas Hobbes 1588-1679

 

De Engelse filosoof Thomas Hobbes accepteerde het idee dat de koning zijn gezag kreeg van God niet meer.

Hij verwierp ieder gezag dat berustte op theologische voorstellingen.

Hij vond dat de mens een soort robot was , een automaat ; het hart functioneerde als de veer in een uurwerk en de gewrichten als de radertjes.

 Volgens Hobbes was de maatschappij  “een strijd van allen tegen allen”. Dit was de natuurtoestand , die steeds als een grote verwilderende chaos de maatschappij bedreigt.

De mens was geen gemeenschapsdier maar gericht op zelfbehoud. De mens had de rede ( ratio) die hij gebruiken kon om zich te beveiligen tegen de driften van zijn medemensen

Om de strijd van allen tegen allen te voorkomen moest de mens het absolute gezag van een vorst wel accepteren, want hoe kon hij anders overleven ? Homo Homini Lupus , de mens is een wolf voor de mens.De mens moet daarom zijn vrijheid prijs geven om te overleven. De staat ( vorst ) krijgt op redelijke gronden alle macht.

Empirisme en rationalisme

John_Locke

Empirisme is een filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis uit de ervaring voortkomt. Belangrijke empiristen in de 17e eeuw waren  Francis Bacon en John Locke. Vooral John Locke was belangrijk.

FRANS_~1

René Descartes

Het rationalisme is een filosofische stroming die zegt dat de rede ( het denken) de enige of voornaamste bron van kennis is. De Griekse filosoof Plato kun je als een rationeel denker zien. Hij wantrouwde de ervaring met de zintuigen als bron van kennis. In de zeventiende eeuw was René Descartes een belangrijk rationeel denker. Van hem is de uitspraak : cogito ergo sum d.w.z. ik denk dus ik besta.

Christiaan Huygens

266px-Christiaans_huigens_by_Caspar_Netscher

Christiaan Huygens werd in 1629 geboren als tweede zoon van Constantijn Huygens, dichter en secretaris van twee prinsen van Oranje. De vader had voor zijn zoons een carrière als diplomaat in gedachten en stuurde hen daarom naar Leiden en later naar Breda, om er rechten en krijgskunde te studeren. Maar Christiaan was meer geïnteresseerd in de wis- en natuurkunde en astronomie. Als kind al weigerde hij Latijnse verzen te schrijven. Liever knutselde hij met molentjes en andere machientjes en observeerde hij de kringen die veroorzaakt werden door een stok die hij in het water gooide.

Al op jeugdige leeftijd correspondeerde Christiaan met gezaghebbende buitenlandse geleerden over diverse vraagstukken. De Franse filosoof, natuur- en wiskundige Mersenne schreef in 1647 aan vader Constantijn: ‘Als hij zo doorgaat, zal hij Archimedes nog eens overtreffen.’ De vader bleef zijn zoon dan ook tot in lengte van dagen ‘mijn Archimedes’ noemen.

Huygens verbleef veelvuldig in Engeland en ook in Frankrijk, waar hij in 1655 promoveerde en in 1666 benoemd werd tot eerste directeur van de Académie Royale des Sciences. Deze benoeming illustreert het belang dat internationaal aan Huygens’ werk en ideeën gehecht werd. Van 1681 tot aan zijn dood woonde hij afwisselend in Voorburg, op de door zijn vader ontworpen buitenplaats Hofwijck en op het Plein in Den Haag.

Christiaan was een bewonderaar van Descartes, de ‘vader van de moderne wijsbegeerte’, die zijn denken niet stoelde op overgeleverde leerstellingen en theorieën. Hij wilde zelf experimenteren, observeren en wetten formuleren. Deze nieuwe manier van wetenschap beoefenen is bekend geworden als de Wetenschappelijke Revolutie. Dit was ook wat Huygens deed: voortdurend waarnemen, experimenteren en controleren.

Christiaans verdiensten liggen op veel terreinen: op wiskundig gebied schreef hij onder andere over de kwadratuur van de cirkel, op natuurkundig terrein bestudeerde hij de val- en slingerbeweging, waarvan de uitvinding waardoor hij het meest bekend werd, het slingeruurwerk (1656), een uitvloeisel was. Hij legde zich eveneens toe op het vervaardigen en steeds verbeteren van zeeklokken, die op een schip in volle zee zo nauwkeurig mogelijk de tijd konden weergeven en niet zouden haperen. Het kennen van de juiste tijd was van groot belang voor de plaatsbepaling op zee.

Met zijn dertien maanden oudere broer Constantijn, met wie hij een hechte vriendschapsband had en veelvuldig correspondeerde, hield Christiaan zich bezig met het slijpen van lenzen voor microscopen en astronomische kijkers. Met zo’n kijker ontdekte hij de ring om Saturnus en, even daarvóór in 1655 Titan, de eerst ontdekte maan rond die planeet. De merkwaardige verschijnselen rond Saturnus waren door eerdere geleerden beschreven als een soort ‘oortjes’ van het hemellichaam. Christiaan onthulde de ware situatie en meldde zijn bevindingen bij vele gezaghebbende sterrenkundigen in Europa. Over Saturnus’ ring en de maan Titan schreef hij: ‘Ze blijven de tekens van mijn vernuft, en laten de namen die ik schreef aan de hemel dat ook na mijn dood nog beamen.’

Galileo Galilei 1564 – 1642

Het proces tegen Galilei

Galilei is de vader van de moderne astronomie. Op grond van de waarnemingen van Jupiters manen en vooral Venus’ fasen kwam Galilei tot de conclusie dat de Zon in het midden van ons zonnestelsel staat. Eerder dacht men, op grond van wat men zag en op grond van de geschriften van Plato, Aristoteles en later Ptolemaeus, dat de aarde in het middelpunt van het gehele universum stond, en dat de zon, de planeten en alle sterren om de aarde heen draaiden. Dit was ook de opvatting van de christelijke Kerken en met name van de Rooms-Katholieke Kerk. De nieuwe waarnemingen van Galilei waren in strijd met het toen gangbare geocentrische model van Claudius Ptolemaeus, terwijl ze wel verklaard konden worden met de heliocentrische theorie van Nicolaas Copernicus.

John Locke 1632-1704

 

John Locke stond sterk onder invloed van de wetenschappelijke opvattingen van zijn tijd. Vooral de opvattingen en ontdekkingen van Isaac Newton hadden een grote invloed op hem.

Locke is de filosoof van de constitutionele staatsvorm. Locke vindt niet zoals Hobbes dat het gezag van de staat moest berusten op de angst van de mensen voor elkaar. Nee, het gezag van de staat moet berusten op de “vrije wil en het onderling vertrouwen van de onderdanen”. Deze zijn in de natuurstaat met elkaar overeengekomen onderling een verdrag te sluiten waarbij de natuurlijke rechten van de mens worden gewaarborgd. Deze natuurlijke rechten zijn o.a. het recht op leven, het recht op vrijheid en het recht op eigendom. De vorst heeft volgens het verdrag tussen hem en zijn onderdanen de plicht de “onvervreemdbare rechten die de natuur aan ieder mens gegeven heeft te respecteren en te handhaven.

Als een vorst zich niet aan dit “ sociaal verdrag “ houdt heeft het volk het recht hem af te zetten.

Daarom is het recht op revolutie gerechtvaardigd en de Engelsen konden zo ook rechtvaardigen dat zij hun koning Jacobus II afzetten en nieuwe trouw zworen aan de Stadhouder-Koning Willem III.

Montesquieu

Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (kasteel La Brède nabij Bordeaux, 18 januari 1689 – Parijs, 10 februari 1755) was een Frans filosoof. De huidige politieke inrichting van westerse democratieën is gebaseerd op ideeën van hem en John Locke. Montesquieu wordt beschouwd als een van de grondleggers van de sociologie en als iemand van groot belang voor de Verlichting.

Hij schreef in 1748 een belangrijk werk  : Over de geest van de wetten (De L’Esprit des Lois).  Hierin zette zette hij zij idee over de Trias Politica uiteen. Door de scheiding van de machten kon voorkomen worden dat een vorst een alleenheerser werd.

In het hoofdstuk “Over de Engelse staatsinrichting” kwam Montesquieu tot de conclusie dat dit mogelijk was door het scheiden van de machten. In deze leer van de trias politica gaat het om het drietal van de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht.  De drie machten moesten elkaar controleren en voorkomen dat één macht de bovenhand kreeg. Zij dienden om de vrijheid en gelijkheid van de burger te behouden. Het idee van Montesquieu werd vooral in de Amerikaanse grondwet van 1790 toegepast en is nog steeds het fundament van onze democratische vrijheid.

Jean Jacques Rousseau 1712 – 1778

Jean Jacques Rousseau was een romanticus, een politiek denker en een pedagoog. Hij wordt vaak tot de verlichtingsdenkers gerekend maar was dit  niet echt. Rousseau vereerde de mens in zijn natuurstaat. Onder invloed van de ontdekking van veel exotische gebieden zoals in de Stille Zuidzee, verheerlijkte hij de “bon sauvage“, de goede wilde die nog onbedorven door opvoeding en cultuur een ideaal voor hem vormde. Rousseau was geen klassieke verlichtingsfilosoof want hij stelde zich op tegen het rationalisme van de verlichting. Veeleer deed hij een beroep op de emotie dan op de ratio.

In de salons van de aristocraten baarde hij opzien door gekleed als een Amerikaanse beverjager of in Armeense klederdracht te verschijnen.

Je moet iets van Rousseau weten om te begrijpen hoe de Franse Revolutie kon ontstaan. Zijn ideeen over de Algemene Wil en het Sociaal Contract werden vereerd in de Franse Revolutie. Hij beschreef de verhouding tussen burger en gemeenschap, erkende de vrije wil maar maakte deze ondergeschikt aan de Algemene Wil. Daarin werd hij misschien ongewild een voorbereider van het totalitarisme van de twintigste eeuw.

Rousseau’s sociale contracttheorie start vanuit de gedachte dat de mens van nature vrij is maar in verhouding tot andere mensen voortdurend onder machtsrelaties gebukt gaat. Deze machtsrelaties zijn niet natuurlijk maar conventioneel (gevormd door gewoonte). Machtiger zijn dan de ander komt namelijk simpelweg voort uit kracht: wanneer iemand zijn kracht verliest, verliest hij daarmee ook zijn macht over de ander. Om deze reden kan volgens Rousseau uit kracht nooit een recht op macht over de ander voortvloeien. Het feit dat kracht volledig gelijk is aan het recht op macht, maakt dit ‘recht’ een betekenisloos begrip.

Om een samenleving in te richten waarin geen mens een ander domineert, introduceert Rousseau het sociale contract. Met dit contract kan de mens zelfbehoud nastreven door zijn krachten te verenigen en zijn individuele vrijheid in te ruilen voor de algemene wil. De algemene wil is de wil van het onverdeelbare geheel van mensen: de samenleving. Het sociale contract gebiedt de mens dus om in zijn handelen de behoeftes van de samenleving voorop te stellen.

Dit is wat Rousseau onder het begrip ‘burger’ verstaat. Een burger handelt ten behoeve van de samenleving. Echter, omdat de burger zelf tegelijkertijd ook de samenleving ‘is’, hebben zijn algemene wil en zijn handelen dus direct betrekking op hemzelf. Op deze manier krijgt de burger burgerlijke vrijheid terug voor de ingeleverde natuurlijke vrijheid. Volgens Rousseau is vrijheid dus het jezelf de wet voorschrijven; de wet zijnde het sociale contract.

Cultuur en onderwijs werkten negatief op de opvoeding van het kind. Dit lezen we in” Emile ou de l’éducation” uit 1762

Wat valt je op in deze eerste uitgave van “het Sociaal Contract” ? In welk jaar is het uitgegeven ? Wat valt je nog meer op ? Wat is het sociaal contract ?

Denis Diderot 1713 – 1784

diderotvanlooDenis Diderot (1713- 1784) was een Frans schrijver,filosoof en kunstcriticus. Diderot was een prominente persoonlijkheid in wat als de Verlichting bekend zou worden.

Hij was tussen 1750 en 1776 met D’Alembert redacteur van de beroemde ENCYCLOPEDIE en schreef zelf ongeveer 6000 van de 72.000 artikelen in die encyclopedie. De encyclopedie kende veel tegenstanders, in 1759 werd de encyclopedie formeel verboden. Het werk ging vanaf die tijd clandestien door. De encyclopedie was door de nadruk op religieuze  tolerantie en vrijheid van gedachten, en een democratische geest, een bedreiging voor de aristocratie. In  1773 onderneemt Diderot een journalistieke reis door Holland. (Voyage en Hollande ). Samen met Baruch Spinoza en Pierre Bayle is Diderot de belangrijkste filosoof van de Radicale Verlichting.

Diderot was voor de vrijheid van meningsuiting en godsdienst, hierover heeft hij ook enkele boeken geschreven.
Diderot droeg ook bij aan de literatuur, in het bijzonder met zijn werk Jacques Le Fataliste, een satirische roman waarmee de auteur conventies ( = gewoontes) over de structuur en inhoud van romans aan de kaak stelde, terwijl hij ook filosofische ideeën met betrekking tot de vrije wil onderzocht.

Diderot werd begraven in de Eglise Saint-Roch in Parijs.

Voltaire 1694 – 1778

 

Voltaire, pseudoniem van François-Marie Arouet, ( 1694 – 1778  ) was een Frans schrijver,essayist  en filosoof. Hij kan worden beschouwd als de prominente voortrekker van de Franse Verlichting .Nooit heeft een schrijver zo het intellectuele leven van zijn tijd beheerst als Voltaire. De Duitse dichter Goethe stelde dat Voltaire de aanstichter was van de Franse Revolutie, omdat hij de oude banden van de mensheid zou hebben losgemaakt.
Lees meer op VOLTAIRE

Voltaire’s Lettres sur les Anglois. Dit is het begin van hoofdstuk 10

De Inca’s

Het eeuwenoude rijk van de Inca’s strekte zich uit langs de gehele lengte van westelijk Zuid Amerika tot in het huidige Chili. De veroveraar ( conquistador ) Francisco Pizarro veroverde het Inca Rijk na 1532, maar de stad Machu Picchu bleef verborgen tot Hiram Bingham in 1911 deze stad ontdekte in het Peruaanse deel van de Andes.

P1000636