Afbeelding

De Tiendaagse Veldtocht van 1831

img_2041

Advertenties

Nederland onder Willem I

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clippopup/20080926_koninkrijk01

De eerste Nederlandse koning die ons land regeerde was: koning Willem I. De vader van Willem is géén koning, maar wel net zo belangrijk. Hij is stadhouder en regeert over de Nederlanden. Maar daar komt een einde aan. Franse legers van Napoleon veroveren grote delen van Europa. Ook Nederland wordt bezet. De stadhouder moet vluchten naar Engeland. En hij neemt zijn zoon Willem mee. Veel Nederlanders vinden dat niet zo erg. De eigenwijze stadhouder is niet bepaald geliefd bij het volk. Misschien dat ze het onder de Fransen beter krijgen. Maar dat valt tegen. Veel verandert er niet onder de Fransen. Na bijna 20 jaar komt er een einde aan de Franse bezetting. Napoleon wordt verslagen. De Fransen trekken zich terug uit Nederland. De overwinnaars willen dat de Fransen nooit meer de baas worden in Europa. En daarom moet Frankrijk grote en sterke buurlanden krijgen. Dan zullen de Fransen zich wel twee keer bedenken voordat ze weer tot de aanval overgaan. Ook ten noorden van Frankrijk moet een groot land komen. België en Nederland worden daarom samengevoegd. Maar wie moet het land besturen? De stadhouder is er niet meer, die is overleden. Maar zijn zoon nog wel. Aan hem wordt gevraagd of hij de nieuwe koning wil worden. En Willem zegt ja. Hij hoopt een betere leider te zijn dan zijn vader. Iemand waar de Nederlanders op kunnen bouwen.  In 1815 wordt Willem ingehuldigd. Hij wordt de eerste Nederlandse koning. En hij heeft er zin in!

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clippopup/20130530_willem1koning02

Koning Willem heeft grootse plannen. De Nederlanden moeten sterk, modern en één worden, ondanks de verschillen, want hier in het Zuiden spreken de mensen Frans en zijn ze katholiek, in het Noorden spreken ze Nederlands en zijn ze protestant. Economisch samenwerken is hét antwoord volgens Willem. Hij wil de sterke kanten van het Zuiden en het Noorden benutten. Het Zuiden heeft een grote textielindustrie, hier worden tapijten, dekens en kleding gemaakt, in het Noorden zitten vooral de handelaren, die kunnen nu voortaan de producten in het Zuiden gemaakt verkopen. Een win-winsituatie. En in zo’n moderne economie moeten producten en mensen sneller worden vervoerd. Dus niet langer met de trekschuit, want dat duurt en duurt. Maar met de stoomtrein, net uitgevonden door de Engelsen. Die is sneller en sterker dan een paard. Hij heeft geen pauzes nodig en kan veel goederen en mensen tegelijkertijd vervoeren. In 1839 rijdt voor het eerst deze stoomtrein, de Arend, tussen Amsterdam en Haarlem. Veel mensen moeten niets hebben van die trein. Je hersenen zouden uit mekaar spatten vanwege de snelheid en de koeien in de wei, die geven alleen nog maar zure melk als die trein voorbij raast met 38 kilometer per uur. Maar Willem zet door. Hij laat wegen bestraten, bruggen bouwen en vindt hij: Wij moeten het omringende water beter gebruiken. Wij moeten kanalen graven, er moet een vaarroute moet er komen van Amsterdam naar Den Helder. Dat zal de handel doen toenemen. En dat kanaal, dat komt er. 80 kilometer lang, door 9000 arbeiders in 5 jaar tijd uitgegraven. Met de hand. Om al die vernieuwingen te kunnen betalen is veel geld nodig. Willem richt daarom bedrijven op zoals de Nederlandse Bank en de Nederlandse Handelsmaatschappij. Dit bedrijf doet zaken met onze kolonie Indië. Dat levert veel geld op. Maar Willem steekt ook veel van zijn eigen geld in de bedrijven. En dat is bijzonder: een koning die niet alleen regeert, maar ook zaken doet. “Koning Koopman” wordt hij ook wel genoemd. En dat is niet altijd even fijn bedoeld, want als Willem winst maakt, dan steekt hij dat geld in zijn eigen zak en als hij verlies lijdt, dan laat hij de Staat dat betalen. En de ministers vertelt hij niets.
De Belgische Opstand 1830

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clippopup/20130530_willem1koning03
Koning Willem ziet zijn rijk graag als een gezin met hem als vader aan het hoofd, maar dan wel een vader die weet wat goed is voor het land en de basis. Aan zijn zoon schrijft hij: “ik alleen beslis alles”.U ontloopt uw ministers omdat u het allemaal beter denkt te weten dan ik. Wij weten het ook beter Majesteit. U heeft voordat u deze functie aanvaardde waarvoor wij u vroegen, zo’n 20 jaar in het buitenland. Ja, en die heb ik gebruikt om na te denken. En ik zie nu heel scherp hoe ons door mij geleide Verenigd Koninkrijk der Nederlanden verder moet. En het Parlement, daar trekt Willem zich weinig van aan. Als hij wil, dan neemt hij zelf een koninklijk besluit. De ministers mogen die dan uitvoeren. Ik geloof dat een algehele democratie regeren onmogelijk maakt. Derhalve zullen mijn ministers ambtenaren zijn. En voortvloeit 5% van de Nationale Begroting naar mijn familie. Alsjeblieft. Kalm. Kalm. Ssst. Ook in het Zuiden zijn de mensen niet tevreden. Hier hebben ze van het begin af aan moeite met Koning Willem. Ze hebben het idee dat hij er alleen voor de Hollanders is en niet voor hun. Willem heeft niet in de gaten dat de Belgen steeds ontevredener worden. En uitgerekend op zijn verjaardag, 24 augustus 1830, gaat het helemaal mis. Hier in de Schouwburg van Brussel wordt een opera opgevoerd. De opera gaat over een volk dat in een opstand komt tegen een vreemde Koning. Het publiek wordt hierdoor geraakt. Zij willen ook vrij zijn, een eigen staat en een eigen koning, Koning Leopold. Weg met die gehate Willem I! Er breken rellen uit in Brussel. Willem begrijpt er niets van. Maar die relschoppers moeten natuurlijk wel worden tegengehouden. De koning zit het leger in. Maar het leger slaagt er niet in de orde te herstellen. De onlusten breiden zich steeds verder uit. Het wordt een opstand. Maar Willem denkt er niet over om het Zuiden op te geven. Hij stuurt een Nederlands leger dat met succes steeds meer opstandelingen verslaat. Maar nu eisen andere Europese landen dat Willem zijn leger terugtrekt. Frankrijk dreigt met ingrijpen en stuurt een leger naar België. Om een Europese oorlog te voorkomen trekt Willem zijn leger terug. De Belgen krijgen nu een eigen staat: België, met een eigen vlag en volkslied. En aan het hoofd een nieuwe koning: Koning Leopold. Maar Willem weigert België te erkennen en Koning Leopold blijft voor hem meneer Leopold. En dus houdt hij zijn leger aan de grens met België, klaar om in te grijpen, 7 jaar lang, en dat kost veel geld. Nederland gaat bijna failliet. Uiteindelijk kan Willem niet anders en erkent hij België als onafhankelijke staat. Teleurgesteld treedt hij af in 1840. Zijn zoon volgt hem op en wordt Koning Willem II.

Het plakkaat van verlating

Door: Luc Panhuysen

Historisch Nieuwsblad 2/2008

‘Houdt op in mijn tuin te wroeten, Spaanse beren’

Het Plakkaat van Verlatinghe (1581) wordt gezien als een eerste aanzet tot de stichting van een aparte, eigen staat. Maar met dit geschrift legde de jonge Republiek haar lot ook in handen van een vreemdeling. Het tekent deze fase van de Opstand, waarin Willem van Oranje nog niet geloofde dat hij zich op eigen kracht van de Spanjaarden kon ontdoen.

De stichting van een eigen staat

Het woord ‘opstand’ heeft een fiere klank. Het drukt trots uit; ‘opstaan’ tegen een tiran beschrijft een beweging die uitmondt in een rechte rug en opgeheven kin. De Nederlandse Opstand tegen de Spaanse overheersing (1568-1648), ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd, heeft precies die suggestie. Hier is een volk dat doelbewust de slavernij afschudde om zelf het heft in handen te nemen. De Opstand staat bekend als een verhaal met een happy end, waarin Willem van Oranje de rol van ‘vader des vaderlands’ op zich nam. Niets was logischer dan dat de Nederlandse Republiek een halve eeuw later zou opklimmen tot een van de belangrijkste machten van Europa en met haar handelsvloot over de golven zou heersen.

De Opstand staat bekend als een verhaal met een happy end

Maar het succesverhaal had een hopeloos eerste bedrijf. De opstandelingen liepen niet rechtop, hun houding leek eerder op een chronische buiging. Dit komt goed tot uiting in een van de belangrijkste documenten uit de Nederlandse geschiedenis, het zogeheten Plakkaat van Verlatinghe van 26 juli 1581. Het is het eerste geschrift waarin een aanzet wordt gegeven tot de stichting van een aparte, eigen staat. Tegelijkertijd laat het zien hoe moeilijk het nog was voor de zestiende-eeuwers om zich geheel op te richten. De glorieuze Republiek van het midden van de volgende eeuw lag nog mijlenver buiten het bereik van hun voorstellingsvermogen.

Spaanse varkens

De situatie van die tijd laat zich goed illustreren aan de hand van een pamflet dat in 1580 van de pers kwam. Het had de titel: Houdt op in mijn Tuin te wroeten, Spaanse varkens! Dergelijke pamfletten hingen overal aan de muur in kroegen en in de gelagkamers van herbergen. Dit pamflet bestond voor het grootste deel uit een prent, waarop een heleboel varkens zichtbaar waren.

Het varken stond symbool voor de Spanjaard. Varkens wroeten in de grond

Het varken stond symbool voor de Spanjaard. Varkens wroeten in de grond naar rapen en knollen. Ze copuleren in het wilde weg. Eén varken met een crucifix om de nek zeult op een slede haar talrijke en weldoorvoede kroost met zich mee. Zo ver het oog reikt krioelt het varkensvolk, ze putten het land uit en vallen de andere dieren lastig. Ergens wordt een ezel besprongen, elders duwt een Spanjaard zijn neus in de wollige buik van een lammetje, zinnebeeld van onschuld.

Geen zestiende-eeuwse bezoeker zal moeite hebben gehad er de actualiteit in te herkennen. Op dat moment hadden grote delen van de Zuidelijke Nederlanden veel last van rondzwervende plunderende soldaten. De Spaanse regering kon haar soldaten dikwijls niet betalen, zodat zij zelf aan voedsel moesten zien te komen. Een leger had al snel de omvang van een bescheiden stadsbevolking. Als deze hongerige mensenmassa ergens neerstreek, sloeg onverbiddelijk schaarste toe en schoten de voedselprijzen omhoog. Ook verliep zulke foeragering doorgaans niet geweldloos. Al jarenlang vraten de Spanjaarden op kosten van de boeren en de burgers van Vlaanderen, Henegouwen en andere provincies in de Spaanse Nederlanden.

De Hollandse Tuin

Op de prent was slechts één gebied verschoond van de knorrende Spanjolen. Dat was het cirkelvormige lapje grond waaromheen een haag van wilgentenen was gevlochten: de Hollandse Tuin. De Hollandse Tuin zou in de nationale iconografie een glanzende toekomst tegemoet gaan. Dit is een van de eerste keren dat hij opduikt. In de Hollandse Tuin heerst veiligheid en rust, want in het midden ervan staat een leeuw. Het is de klimmende leeuw uit het wapen van het gewest Holland, die met een knots de Hollandse Tuin verdedigt. Onder aan het pamflet staan de woorden die de leeuw het ongedierte aan de andere kant van de schutting toebrult:

Op de prent was slechts één gebied verschoond van de Spanjolen: de Hollandse Tuin

Houdt op in mijn tuin te wroeten, Spaanse beren
Wilt uw varkensrug toch achterwaarts trekken,
Of mijn knots zal het u leren
Die u het hoofd zal breken en de hals zal rekken.
De edele prins waarmee u meent te gekken
Zal te water en te land u bespringen al,
Vertrekt met uw vuile zeugen en jongen spekken
Rent, guiten, rent voordat de geus u daartoe dwingen zal.

Het is kranige taal, die een leeuw natuurlijk niet misstaat. Hier zijn de spierballen van de opstandelingen aan het woord. Kroegtijgers en herbergbezoekers zullen de koning der dieren hebben toegedronken en zich een paar pullen later hebben bescheurd om de degradatie in Gods schepping waaraan de tekenaar de Spaanse vijand had onderworpen. De Spanjaarden werden na bijna dertig jaar van opstand inmiddels unaniem gezien als wrede indringers.

Besef van eigenheid

Protestanten haatten de soldaten van de in-katholieke Filips II, koning van Spanje, maar ook katholieken zagen hen liever gaan dan komen. Niemand was vergeten dat nog geen tien jaar eerder Zutphen was uitgemoord, of de complete bevolking van Naarden over de kling was gejaagd. Ook herinnerde iedereen zich nog de Tiende Penning, en al die andere torenhoge belastingen die namens Filips waren geheven. In tien jaar tijd was Willem van Oranje, ‘de edele prins’, als leider van de Opstand een beroemdheid geworden met een grote aanhang. De provincies Holland en Zeeland hadden hem een paar jaar geleden, in 1575, al de Hoge Overheid opgedragen. Er was zowaar iets van een besef van eigenheid aan het ontstaan.

Er was iets van een besef van eigenheid aan het ontstaan

De Hollandse Tuin verwees naar die eigenheid, die was gebaseerd op veiligheid en vrijheid. In de uitgestrekte ruimte van Spaanse tirannie en de chaotische willekeur van de Tachtigjarige Oorlog hadden de bewoners van de Noordelijke Nederlanden, met name die van Holland en Zeeland, eigenhandig een enclave uitgehakt waar ze hun eigen religie konden beoefenen. Hier waren ze meester over het geld dat ze hadden verdiend en bepaalden zij zelf welke religie ze aanhingen.

Unie van Atrecht

Scheert u weg, Spaanse varkens, ‘of mijn knots zal het u leren’ – een minder benevelde kroegbezoeker beluisterde in het brullen van de leeuw ook de nodige angst. Want de koning der dieren overschreeuwde zichzelf, iedere goed ingevoerde pamflettenlezer wist dat. De Spaanse wapens waren de laatste tijd juist erg succesvol.

De Unie van Atrecht was een verdrag waarin rust en veiligheid de doorslag had gegeven

Eerst was daar in 1578 de rampzalige Slag bij Gembloers geweest. De toenmalige Spaanse landvoogd don Juan, zoon van de Spaanse koning, had toen een klinkende overwinning behaald op de opstandelingen. Door deze veldslag waren Henegouwen, Limburg en een deel van Brabant voor de Opstand verloren gegaan. Voor de ‘edele prins’ stonden de zaken er allerminst gunstig voor. Oranje wilde immers dat alle zeventien Nederlanden, de noordelijke en de zuidelijke provincies, zich verenigden achter één doel, namelijk de oorlogvoering tegen koning Filips. Maar in het jaar na de Slag van Gembloers was dat schone ideaal in duigen gevallen.

In 1579 werd de Unie van Atrecht gesloten, waarmee Henegouwen en Artesië zich verenigden in hun verlangen terug te keren onder de heerschappij van Spanje. In ruil voor hun aanhankelijkheid wilden ze dat de plunderende Spaanse soldaten uit hun gebieden werden teruggetrokken. De Unie van Atrecht was een katholiekgezind verdrag, waarin vooral het verlangen naar rust en veiligheid de doorslag had gegeven.

Unie van Utrecht

In dezelfde maand januari had de Unie van Utrecht het licht gezien, waarmee Vlaanderen, Brabant, Zeeland, Holland, Utrecht, Gelre, Overijssel, Groningen en Friesland zich verbonden in het besluit om de Opstand door te zetten. Deze Unie was een overwinning geweest van de radicale calvinisten; vrijheid van godsdienst werd beleden, maar nergens wettelijk gewaarborgd. Dat was een zware slag voor Willem als bruggenbouwer.

Vrijheid van godsdienst werd beleden, maar nergens wettelijk gewaarborgd

Daarbij was het niet gebleven. In de zomer van 1579 was de belangrijke vestingstad Maastricht veroverd door de hertog van Parma. Dat werd algemeen beschouwd als een blamage voor de prins van Oranje, die dit toch had moeten zien te voorkomen. Het was moeilijk geworden om vertrouwen te houden. Ook had een belangrijk medestander, de graaf van Rennenberg, die vier jaar eerder was overgelopen naar Oranje, de opstandelingen weer in de steek gelaten.

Rennenberg was stadhouder van de noordelijke provincies; zijn desertie kwam de Nederlanders duur te staan. Hij veroverde Coevorden en Oldenzaal, waardoor de Spanjaarden ineens weer houvast hadden in de Noordelijke Nederlanden.

Hertog van Anjou

Het zag er in deze tijd helemaal niet rooskleurig uit voor de opstandelingen. Een nuchtere kroegbezoeker kon het niet ontgaan dat de tekenaar van het pamflet een aantal varkens reeds hun voorpoten begerig op de schutting van de Hollandse Tuin had laten zetten.

Anjou kreeg de soevereiniteit aangeboden, in ruil voor militaire en financiële steun

In het jaar dat dit pamflet werd gepubliceerd, hadden de Staten-Generaal een overeenkomst gesloten met de hertog van Anjou, de broer van de koning van Frankrijk. Anjou kreeg de soevereiniteit aangeboden, in ruil voor militaire en financiële steun. Het was een opmerkelijk besluit: de opstandige Nederlanden hadden een nieuw staatshoofd benoemd terwijl het oude, Filips, juridisch gezien nog altijd in functie was. Om deze hindernis uit de weg te ruimen werd op 26 juli 1581 het Plakkaat van Verlatinghe aangenomen.

Een aantrekkelijke bondgenoot

Voor het eerst werd onomwonden en zwart op wit verklaard dat de Spaanse koning niet langer de trouw van zijn Nederlandse onderdanen verdiende. ‘Iedereen weet dat een Prins van een land door God is aangesteld als hoofd over zijn onderdanen,’ luidde de eerste zin, ‘om te beschermen tegen al het ongeluk, overlast en geweld zoals een herder zijn schapen beschermt.’ Daarom werd de herder in Madrid verlaten. Tegelijkertijd leverde het land zich uit aan een vreemdeling.

De hertog van Anjou leek een voor de hand liggende bondgenoot

Op het moment dat Anjou instemde met het verzoek van de prins van Oranje en de Staten-Generaal was hij een cynisch heerschap. Anjou had te lang in de schaduw van zijn grote broer, koning Henri III, moeten leven. Een losbandig leven als drinkebroer en fuifnummer had zijn gezicht omgetoverd tot een ruïne, dat alleen met de poederdoos toonbaar kon worden gemaakt. Hij was ijdel en eerzuchtig; volgens de historicus Van der Lem was de man ‘een onbetrouwbare griezel’.

Maar Willem zag in de hertog een geestverwant, en heel vreemd was dat niet. Bij veel protestanten stond de hertog bekend als een criticaster van zijn broer Henri, van wie hij vond dat hij zich door de katholieken liet ringeloren. Anjou had, hoewel zelf katholiek, tijdens de Franse godsdienstoorlogen sympathie getoond voor de hugenoten, de Franse protestanten. De hertog leek dus een voor de hand liggende bondgenoot. Het feit dat hij een machtige broer achter zich had, maakte hem bovendien een aantrekkelijke bondgenoot.

Verdediger van de Vrijheden der Nederlanden

Was het niet veel logischer geweest als de prins van Oranje de soevereiniteit aangeboden had gekregen? De prins had immers zijn ziel en zaligheid aan de Opstand verbonden. Onvermoeibaar had hij alle partijen bij elkaar proberen te houden, de calvinistische drijvers en de katholieke sympathisanten. Was hij niet precies de bindende figuur die de opstandelingen nodig hadden? Maar uit de oprichting van de Unies van Atrecht en Utrecht was wel gebleken dat zelfs Oranje de middelpuntvliedende krachten niet langer kon beteugelen. Bovendien had de Opstand in de hertog van Parma een briljante veldheer als tegenstander gekregen.

Anjou werd in het Plakkaat ‘de Verdediger van de Vrijheden der Nederlanden’ genoemd.

Het was dan ook Willem van Oranje zelf geweest die zich had beijverd voor het aanzoek aan de hertog van Anjou. Hij geloofde niet dat de Nederlanden zich op eigen kracht van de Spaanse overheersing konden ontdoen. Zelf had hij geen cent meer om soldaten te betalen. De provincies hielden de hand op de knip, bang dat als zij eerst gaven, de andere zouden achterblijven. Waar moesten de noodzakelijke troepen vandaan komen? Het antwoord luidde: uit Frankrijk. De hertog van Anjou zou 10.000 soldaten meebrengen voor directe inzet tegen de Spanjaarden.

Anjou werd in het Plakkaat ‘de Verdediger van de Vrijheden der Nederlanden’ genoemd. De verdediger had echter weinig haast om zich naar de drassige oorden in het noorden te begeven. Ruim een jaar na zijn aanstelling liet hij zich pas zien. Toen hij in Vlissingen aan wal stapte, maakte Oranje als eerste een knieval voor hem. Het was een buiging in haar nederigste vorm. De 10.000 Franse soldaten gaven vriend en vijand de indruk dat de opstandelingen nu definitief de bovenliggende partij zouden worden. De lijn-Oranje leek de toekomst te hebben.

Verzet van Antwerpen

Maar in plaats van het voortouw te nemen in de strijd tegen de gemeenschappelijke vijand, beraamde Anjou een plan om de grootste stad in de Nederlanden, Antwerpen, aan zich te onderwerpen. De opzet lekte uit, zodat de aanvallers zich volkomen verslikten in het vastberaden verzet van de Antwerpenaren. Meer dan 1500 Fransen vonden de dood. Het was een verlies voor Anjou waarvan hij zich niet meer kon herstellen; in de zomer van 1583 verliet hij de Nederlanden voorgoed. Het was tevens een bittere nederlaag voor Willem van Oranje.

De opzet lekte uit, zodat de aanvallers zich verslikten in het verzet van de Antwerpenaren

De tegenslagen bleven elkaar opvolgen. Parma kon van de verwarring in het Nederlandse kamp gebruikmaken om de hele Vlaamse kust in te lijven. En dit was slechts een ouverture voor de inname van Ieper, Brugge en Gent. Antwerpen viel in 1585. De Opstand bevond zich in een kritieke fase.

Willem van Oranje vogelvrij verklaard

Maar, zoals de historicus Van Deursen terecht schreef, ook al werd de oorlog weinig voorspoedig gevoerd, de bitterheid van de vijand was een bemoedigend teken. In 1580 had Filips tegen de prins van Oranje een ban-edict uitgevaardigd. Hierin werd Willem afgeschilderd als een godloochenaar, een bigamist, een zuipschuit, iemand die uit eigenbelang een heel volk in het verderf stort; welbeschouwd was Oranje de enige hinderpaal tussen een verzoening tussen de wettige koning en de Nederlanden. Filips had de prins vogelvrij verklaard, diegene die hem om het leven wist te brengen kreeg een beloning van 25.000 gouden kronen. Bovendien zou zijn hele familie in de adelstand worden verheven.

De oproep om Willem van Oranje te vermoorden was een appèl aan het adres van religieuze fanatici

De prins had hierop gereageerd met de publicatie van zijn Apologie. Hierin werden alle aantijgingen omstandig weerlegd en werd de tegenpartij vele bladzijden achtereen met pek overgoten. Propagandistisch waren de ban en de apologie in dezelfde stijl, al had Willem geen beloning uitgeloofd voor de moordenaar van Filips.

De oproep om de aartsketter Willem van Oranje te vermoorden was een appèl aan het adres van religieuze fanatici, die hun leven wilden opofferen in ruil voor een plek in de hemel en verheffing van hun bloedverwanten. In 1582 waagde de eerste kandidaat een poging. Willem werd door zijn kaak geschoten en balanceerde wekenlang op de rand van de afgrond. Dankzij de zorgen van zijn vrouw, die dag en nacht haar duim op het kogelgat moest houden, herstelde hij. Zij overleed echter als gevolg van oververmoeidheid.

Het einde van Willem van Oranje

Op 10 juli 1584 maakte Balthasar Gerards zijn opwachting in het trappenhuis van het Delftse Prinsenhof. Hij slaagde wel. Willem werd dodelijk in de borst getroffen en zakte door zijn benen. Zijn laatste woorden waren: ‘Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en dit arme volk.’

‘Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en dit arme volk.’

De Opstand was zijn leider kwijt. Ondertussen zette de hertog van Parma zijn veroveringstocht voort, deels met sluw onderhandelen, deels met wapens. Steeds meer steden vielen in zijn handen. Brussel werd weer Spaans; in 1585 viel Antwerpen, na een meesterlijk uitgevoerd beleg. Weer keken de opstandige gewesten om zich heen voor hulp; ditmaal ging de Engelse koningin Elizabeth op hun verzoek in. Ze stuurde haar vertrouweling de graaf van Leicester. Een nieuw Plakkaat van Verlatinghe hoefde in ieder geval niet meer te worden aangenomen; je kon een vorst maar eenmaal verlaten.

Maar ook Leicester faalde. Hij vertrok in 1587. Daarna zag men geen heil meer in de import van vreemde staatshoofden. De tijd van buigen was voorbij. Ook was het gevoel van eigenheid toegenomen. Er liep wel degelijk een schutting van taaie wilgentenen rond de Noordelijke Nederlanden. Onder leiding van het duo prins Maurits, Oranjes tweede zoon, en de Hollandse landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt zou de Hollandse Tuin weer vrij worden gemaakt van wroetende varkens.

Luc Panhuysen schreef De ware vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt

Willem van Oranje 1533 – 1584

Willem van Oranje was een edelman die als jongeman veel wilde bereiken. Hij groeide uit tot een dwarsligger, een rebel. Toch wordt hij vaak de ‘vader des vaderlands’ genoemd. Hij legde de basis voor een nieuwe Nederlandse staat. Ook al was dat niet zijn bedoeling geweest…

Ineens was Willem een prins

Willem werd in 1533 op slot Dillenburg in Duitsland geboren. Toen hij 11 jaar oud was, erfde hij het prinsdom Oranje in Frankrijk. Voortaan was hij een prins. Karel de Vijfde eiste dat de nieuwe prins rooms-katholiek zou worden opgevoed, ook al waren zijn ouders protestant. Daarom groeide Willem vanaf zijn twaalfde op aan het keizerlijk paleis in Brussel. Hij kreeg een Franstalige opvoeding, want dat paste bij zijn stand.

Willem verzette zich tegen Filips II

Vanaf 1555 kreeg Willem van Oranje belangrijke banen. Hij werd lid van de regering, baas van het leger en  stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Willem werd één van de belangrijkste edellieden in de Nederlanden. Maar hoe belangrijker hij werd, hoe slechter het ging tussen hem en zijn koning, Filips II. De edelen die met Willem bevriend waren, waren het ook niet eens met Filips II. Net als Willem wilden de edelen dat Filips II minder streng was tegen de ketters. Ze waren er ook tegen dat Filips steeds meer ambtenaren stuurde om het land te besturen. Die ambtenaren waren namelijk geen edellieden. En dat betekende dat de edelen steeds minder macht kregen.

Daar komt ons volkslied vandaan

Willem en Filips II kregen steeds vaker ruzie. Na de Beeldenstorm in 1566 vluchtte Willem naar Dillenburg. Hij wilde van daaruit een einde maken aan de regering van de hertog van Alva. Alva was aangesteld door koning Filips II om in Nederland de orde terug te brengen. Vanaf 1568 deed Willem met zijn leger gewapende invallen in de Nederlanden. Maar hij voerde de strijd ook op een andere manier: via folders, strijdliederen en spotprenten. Aan die strijd hebben we ons volkslied, het Wilhelmus, te danken.

Bijna was het gelukt

In het begin hadden Willem van Oranje en zijn edelen niet veel succes. Pas toen dewatergeuzen op 1 april 1572 Den Briel veroverden, kreeg de  opstand van Willem van veel meer kanten steun.
Het lukte Filips niet om de opstandelingen in Holland en Zeeland te verslaan. Dat was ook te danken aan het doorzettingsvermogen van Willem van Oranje. In 1576 sloten Holland en Zeeland in Gent vrede met de andere gewesten van de Nederlanden: de ‘Pacificatie’ van Gent. Het ideaal van Oranje was ineens heel dichtbij. Hij wilde graag dat de zeventien Nederlanden onder leiding van de adel één land vormden. Een land waarin de verschillende godsdiensten in vrede naast elkaar konden bestaan. Maar de vrede hield geen stand en de gewesten gingen weer uit elkaar.

Willem van Oranje wordt vermoord!

In 1580 loofde Filips II een beloning uit voor degene die Willem van Oranje zou doden. Willem schreef een brief om zich te verdedigen. En de Staten-Generaal van de opstandige gewesten schreven het ‘ Plakkaat van Verlatinghe’. Eigenlijk zeiden ze allebei hetzelfde: ze vonden dat ze gelijk hadden met hun opstand tegen Filips II. Hij was een heel slechte koning, een echte tiran, zeiden ze.
Op 10 juli 1584 werd Willem van Oranje doodgeschoten door Balthasar Gerards. Het leek even alsof Oranje niets had bereikt. Maar nog geen vijfentwintig jaar later hadden de opstandige gewesten zich ontwikkeld tot de Republiek der Verenigde Nederlanden. Willem van Oranje wordt gezien als degene die de basis had gelegd voor deze nieuwe staat.

De achilleshiel van oranje, DNA

stamboom_oranje

Na de dood van Stadhouder Koning Willem III in 1702 gaat de titel Van Oranje wettelijk over op zijn volle neef de Keurvorst van Brandenburg, Frederik I van Pruisen, voorvader van Kaiser Wilhelm. De staat ‘kaapt’ echter de titel van Oranje en geeft hem aan een Friese tak Van Nassau die niet rechtstreeks van Willem van Oranje afstamt en de titel genealogisch gezien, niet kan voeren. Terwijl na de Franse revolutie in 1789 overal in Europa koningshuizen worden afgeschaft, begint men in Nederland weer van voren af aan. De protestantse Haagse elite brengt Willem I uit Londen over.

Het gerucht gaat dat Willem III ( Koning van 1849 – 1890 ) uit de Friese tak onvruchtbaar is door geslachtsziekten opgelopen tijdens bordeelbezoeken en dat zijn enige dochter Wilhemina niet door hem is verwekt maar een bastaard is. Beatrix zou formeel deels moeten afstammen van het Russische tsarengeslacht, de Romanovs, omdat haar over-over-over grootmoeder, de moeder van Willem III, Anna Paulowna, een Romanov was. Voor de herbegraving van de vermoorde Tsaar Nicolaas II en zijn familie in 1998 vraagt men prinses Juliana destijds en de eveneens aan de Tsaar verwante Elisabeth II van Engeland DNA-monsters om zeker te zijn dat het om de Romanov-overblijfselen gaat. Elisabeth II stemt toe maar prinses Juliana weigert.De eigenzinnige Oranjehistoricus J.G. Kikkert verwoordt het zo: ‘Er is na de val van het communisme DNA-onderzoek gedaan naar de stoffelijke overschotten van de tsarenfamilie van Nicolaas II. Alle verwanten binnen de koningshuizen hebben er aan meegewerkt maar op influisteren van Juliana niet de Oranjes. Het zou kunnen dat de Oranjes vrezen dat DNA-onderzoek zou aantonen dat er door hun aderen geen Russische Romanov-bloed stroomt. En als er geen Russisch bloed is dan is Willem III niet de vader van Wilhelmina en de huidige Oranjes. Dan worden de Oranjes opeens een gewone Haagse familie met belastingfaciliteiten.’

Een historische roddel of feit?

J.G. Kikkert wist ons te verklappen dat een De Roy van Zuydewijn in 1881 burgemeester van het toen nog niet rode SP-bastion Oss werd. Nou en horen we de lezers al denken? Oss zou met Zoutkamp, Warfum, Alphen aan de Rijn en Utrecht één van de vijf gemeenten zijn die wanneer je iets bijzonders voor het koninklijk huis deed als beloning een burgemeesterspost kreeg aangeboden. Daarom beweren sommige roddelkoningen anno 2003 dat een De Roy van Zuydewijn de biologische vader van Wilhelmina is geweest. Wilhelmina werd op 31 augustus 1880 geboren.

Er zijn altijd hardnekkige geruchten geweest dat de bejaarde en aan syfillis lijdende Willem III de spruit Wilhelmina nooit heeft kunnen verwekken bij koningin Emma. De meest geschikte kandidaat voor het biologische vaderschap zou de later tot jonkheer benoemde S.M.S. de Ranitz zijn geweest. In de theorie van de vijf burgemeestersposten voor bewezen diensten klopt dat in elk geval want een de Ranitz werd van 1948 tot 1970 burgemeester van Utrecht.
Volgens oranjekenner Kikkert leed Wilhelmina aan een erfelijke afwijking waardoor ze geen verband in muziek kon ontdekken, een zeldzame afwijking die ook in de familie de Ranitz zou voorkomen. Zou dat gerucht niet met modern DNA-onderzoek door de heer Rhodius van het kabinet der koningin uit de wereld kunnen worden geholpen? Tot dusver weigeren de Oranjes elke vorm van medewerking aan een DNA-onderzoek en moeten we dus concluderen dat het gerucht wel eens waarheid zou kunnen zijn